Beirut :: ”Met rust gelaten worden in de studio en af en toe iets naar buiten smijten, dat is mijn grootste droom”

Vier platen lang worstelde Zach Condon met het leven en vooral de gevolgen van de roem. Plots werd muziek maken een opdracht, touren een verschrikkelijk gevolg. Op vijfde album Gallipoli omarmt de meest Europese van alle Amerikanen zijn lot, en vond hij eindelijk de balans. “Maar alsjeblief: hou me tegen als ik ooit slechte songs begin te schrijven.”

Zach Condon zit er een beetje mistroostig bij in het dure, poepchique Brusselse hotel waar hij de pers ontvangt. Dit is niet waarom hij ooit met muziek is begonnen, dit hoort er gewoon bij, zoals nog wel wat dingen nu eenmaal onlosmakelijk met de job verbonden zijn. In het verleden leverde dat al eens een zenuwinzinking en geannuleerde tournees op, , maar deze keer lijkt hij alles toch min of meer onder controle te hebben. Gallipoli, zijn nieuwste plaat, was er dan ook eindelijk een die wél vlot uit de pen liep. “Alles had van bij de start een heldere richting.”

enola: En dat allemaal door terug te keren naar je oude Farfisa-orgel?
Condon: “Ja. Ik wilde teruggrijpen naar de manier waarop ik die eerste twee platen heb opgenomen, helemaal alleen in Santa Fé op dat ding. Dat orgel stond voor die periode, en ik miste het nogal unieke geluid ervan. Zo’n Farfisa klinkt weelderig en interessant korrelig, alsof het met zijn eigen filter komt. Eigenlijk is het een hele groep in een doosje, drumcomputer incluis. Dat had ik destijds nodig, want ik ben opgegroeid zonder vrienden met dezelfde interesses, dus ik moest alles zelf doen. Met dat ding kon ik echt componeren. Een hele song construeren alsof ik met een groep in een kamer stond.”
“Zo heb ik ook nu Gallipoli geschreven, op mijn eentje, met controle over alles. Elk stuk schreef ik uit, en dan pas liet ik de gewoonlijke gasten langskomen om in te spelen wat ik zelf niet kon. Ja, ik hield de touwtjes strak in handen, ik zat bij het opnemen evenveel in de controlekamer als in de live room, waar de muziek wordt gemaakt. Ik was bijvoorbeeld veel meer betrokken bij de blazersarrangementen dan de vorige keer, toen ik de muzikanten maar liet doen. Nu speelde ik hen alles voor, en drumde ik zelfs mee met mijn drummer, gewoon om te zorgen dat het gevoel juist zat.”

enola: Heb je dat gevoel van controle nodig?
Condon: “Ik weet het: te veel controle in je leven willen kan slecht zijn, maar als het gaat om mijn muziek moet het. Ik ben heel koppig over hoe ik wil dat dingen klinken, en ik ben ronduit dogmatisch over wat ik wel en niet goed vind op dat vlak. Dan is het gewoon gemakkelijker om het zelf te doen.” (lachje)

enola: Je wilde elk geluid tot het uiterste duwen, schreef je. ‘Tot het punt waarop het bijna uit elkaar viel.’ Wat bedoel je daarmee?
Condon: “De eerste dag in de studio namen we meteen ‘When I Die’, het eerste nummer van de plaat, op, en deden alles heel netjes volgens het boekje: de microfoons geplaatst waar het moest, alle metertjes in de juiste zones, en alles klonk geweldig. Tot ik het de volgende dag terug hoorde, en merkte hoe het gevoel niet intens genoeg was. Het enige wat ik kon verzinnen was blijven duwen aan het geluid. We zijn alles door oude luidsprekers en andere versterkers gaan jagen, we zetten er echo op, delay,… Tot het begon te klinken alsof alles op breken stond. Het punt waarop je denkt dat noten gaan ontstemmen en snaren springen; distortion, zonder het pure noise daarvan op te zoeken. Toen pas begon het te klinken als de songs die ik wilde hebben. Voor mij voelt het alsof sommige geluiden willen knappen, en dat was het moment waarop ik ze wilde vatten.”
enola: Zoals een blazerskapel altijd nét dat tikje te hard klinkt als je ze ziet optreden.
Condon: (lacht) “Ja, en met hun gezichten opgezwollen. Precies dat. Soms heb je dat gevoel ook als je trompet staat te spelen, dat je lippen elk moment kunnen splijten. Dat is beangstigend, maar tegelijk zit daar ook een rush, een high in. Pure adrenaline, is het, en het klinkt ook heel apart, en daar reageren mensen op. Ik in elk geval toch.”
enola: Ik heb zelf ooit twee jaar trompet gespeeld, het is een fysiek instrument, hé.
Condon: “Heel erg. Je voelt het in je gezicht, je borst,… Je hele lichaam moet opspannen om het goed te kunnen doen, en het resoneert ook door je lijf. Je voélt het als een noot goed is en wanneer niet.”

enola: Je ontdekte bij het opnemen opnieuw de vreugde van viscerale muziek. Was je dat kwijt?
Condon: “Ik had moeite om nog vreugde te vinden in het pure spelen. Muziek was heel erg mijn carrière geworden, touren stresseerde me enorm, en ik kreeg angstaanvallen over de kritieken, hoe het publiek zou reageren op wat ik maakte. Daarom ook wilde ik nu opnieuw opnemen op de plek waar ik destijds in alle onschuld ben begonnen. En ik vond het ook terug. Ik ging niet langer elke dag de studio in met het dwingend gevoel dat ik iets bruikbaars moest produceren. Ik kon zien waar de muziek me bracht.”
enola: Je was alles wat teveel gaan overdenken?
Condon: “Oh ja, heel erg zelfs. Dat is een paar jaar lang een ernstig probleem geweest. Ik werd er gek van. Ik begreep niet wat er aan het gebeuren was, het voelde alsof ik door een midlifecrisis ging, maar dan veel te jong. Het is pas op het einde van de sessies voor No No No, mijn vorige plaat, dat dat gevoel vervaagde. Toen begon ik de studio een heel toffe plek te vinden. Dat is waar ik thuishoor. Het is niet dat ik het haat om op te treden, ik zie mijn publiek graag, maar ik ben er niet voor geboren. Ik hoor in de studio, waar ik kan creëren.

enola: In het verleden heb je tours moeten afzeggen omdat het niet meer ging, ook deze keer ga je toch weer lang rondtrekken. Heb je ondertussen manieren gevonden om er beter mee om te gaan?
Condon: “Na No No No ben ik ook lang gaan toeren, en daar heb ik me toch doorgeslagen. Ik zal niet zeggen dat ik dat glimlachend heb gedaan, maar het ging. Het is een van die dingen die ik gewoon moet doen, het hoort erbij. Ik heb van alles geprobeerd: medicijnen, oefeningen, niet uitgaan na een optreden,.. Het maakte allemaal geen verschil. Ik denk dat ik gewoon moet aanvaarden dat het lastig is. Het vooruitzicht opnieuw te vertrekken maakt me zenuwachtig, want ik heb deze plaat al lang geleden afgewerkt, dus ik heb veel tijd gehad om alles te vergeten. Ik ga nog elke dag naar de studio hoor, maar nu gewoon om wat te dollen en te experimenteren. Ik ben oprecht triest dat ik dat nu even zal moeten laten, maar ik weet dat optreden nodig is om dit album te doen leven. En ik voel me ook vol vertrouwen erover, op een manier die helemaal anders is dan vroeger.”
enola: Je bent de drempel over? Je vond een manier om om te gaan met je twijfels en angsten als frontman?
Condon: “Ik denk het. Ik heb niet langer te grote verwachtingen van mezelf op dat vlak, en ik leg mezelf ook niets meer op. Da’s een goeie balans.”

enola: Je bent de eerste artiest die ik spreek die zo’n uitgesproken hekel aan optreden heeft.
Condon: (lachje) “Ik ben niet opgegroeid in een wereld vol concerten. Dat was nooit een belangrijk onderdeel van het muziek maken. Ik speelde nochtans trompet als tiener, en ik zat in het middelbaar wel in een paar bands. Maar ik haatte optredens. Al een week voor het zover was, voelde ik me al ellendig. Zoveel energie verspild voor zo’n kortstondig moment! Naarmate ik volwassen werd, heb ik geleerd om daar beter mee om te gaan, maar om eerlijk te zijn: het blijft moeilijk.”
enola: Mag ik het plankenkoorts noemen, of hebben we een ander woord nodig?
Condon: “Een ander, denk ik. Ik ben het gewoon om op een podium te staan, maar ik weet niet wat ik daar moet doen. Ik ben niet goed in grappen vertellen, ik kan niet anders zijn dan hoe ik me die dag heb gevoeld. Het voelt vaak alsof ik daar alleen maar sta te geven en geven, in plaats van een show te verzorgen. Dat is vermoeiend. Ik probeer mijn hart op tafel te leggen, en ben ontgoocheld als iets misgaat, of als het niet zo goed klinkt als zou moeten. Die constante geestesgesteldheid is extreem vermoeiend voor me.”
enola: Ben je dan zo’n perfectionist dat je niet gewoon kunt genieten van het samen spelen met je vrienden daar?
Condon: “Dat is het exact.”
enola: Is het geen optie dat je meer platen uitbrengt en minder zou touren?
Condon: “Oh man, dat zou een droom zijn. Gewoon met rust gelaten worden in de studio en af en toe eens naar de buitenwereld bellen met de boodschap: ‘Hier heb ik aan gewerkt.’ Dan zou het wel fijn zijn om nu en dan eens een paar bijzondere optredens te geven.”

enola: Je hebt al vaker de gewoonte gehad om songs naar plaatsen te noemen, maar Gallipoli is de eerste die het ook tot plaattitel schopt.
Condon: “Of misschien hield ik gewoon heel hard van het woord? Ach. Nog voor ik Beirut als bandnaam nam, maakte ik demo’s die alleen voor mijn broers bestemd waren. Toen nam ik de gewoonte aan om elke plaat en elk nummer de naam van een andere stad te geven. Ik weet niet of het ergens halverwege een inside joke en een dagdroom om meer te reizen was, maar daar komt het vandaan. Het was wat ik deed, en plots bleef de naam Beirut plakken, omdat het was wat ik gebruikte toen ik die eerste echte plaat schreef. En ik weet alleen dat ik deze plaat wilde maken alsof hij ook weer alleen voor mijn broers en mij bestemd was. Zo zou het vanaf nu voor iedereen zijn.”
“Maar ja, de stad Gallipoli is belangrijk geweest, omdat het me die geweldige ervaring gaf die tot de song leidde. Ik zag hoe een priester een processie begeleidde waarbij de patroonheilige door heel de stad werd gedragen, en dat deed me denken aan de Zozobra, een knettergek festival in Santa Fé op het einde van de oogstperiode. Ik zou je er ooit mee naartoe moeten nemen. Het eindigt na een week festiviteiten met de hele stad die door de kronkelige straten trekt naar een park, waar een gigantische marionet in brand wordt gestoken zodat ze begint te kermen en te stuiptrekken. Daar was ik in Gallipoli, met al die herinneringen aan thuis; een heel intens gevoel.”

enola: Je woont nu in Berlijn. Hoe bevalt dat?
Condon: “Ik ben er heel gelukkig. Op een heel erg abstracte manier past het dagelijkse leven daar bij me, voelt het juist. Ik kan het niet goed uitleggen, maar er is iets aan de Duitse gevoeligheid dat heel goed bij me past. Weinig drama, bijvoorbeeld.” (lacht verontschuldigd)
enola: Er is altijd iets Europees aan je muziek geweest. Zit er ergens een Europeaan in je?
Condon: “Ik veronderstel het… Al van jongs af aan heeft mijn moeder een fascinatie met Europa in ons geplant. Dat was grotendeels uit artistieke overwegingen: voor ze ons kreeg was ze een schilder en had ze heel wat Europese schilderkunst bestudeerd. Nadien werd ze architecte, en ook dat droeg bij aan die opvoeding. Haar grote strijd was die tegen de Amerikaanse architectuur van de zielloze winkelcentra en dito voorsteden. En toen eindigde ik ook als jobstudent in een cinema waar ze enkel Europese arthousefilms toonden. Het kon niet anders dan me tekenen.”
enola: Zijn er momenten dat je in Europa wordt herinnerd aan het feit dat je toch wel Amerikaan blijft?
Condon: (lacht) “Ja, op stomme momenten. Ik ga nog altijd niet vlotjes volledig uit de kleren in de sauna, maar ik doe het toch. (lachje) Verder gaat het niet hoor. Ik heb in Parijs gewoond, in Istanbul, en telkens onderging ik een soort cultuurschok, want in Frankrijk heb je bijvoorbeeld weinig ruimte voor jezelf. Je woont letterlijk op elkaar, en je moet mee met die flow. Er zijn momenten geweest dat ik daar moe van werd, hoe fijn ik het ook vond. Maar in Duitsland, ik zweer het, binnen de paar weken pikte ik genoeg Duits op om niet meteen naar Engels te moeten switchen, en voelde ik me thuis. Dat is een van de redenen dat ik er ben gebleven voor de volle twee jaar, en ik net mijn visum voor nog eens zo lang heb hernieuwd. Ik ben van plan om zelfs voor een permante EU-residentie te gaan. Ik blijf. Ik ben er gelukkig.”

enola: Hoe is je Duits ondertussen?
Condon: “Oh dat gaat goed. Het is beter dan dat van anderen, ik ben niet slecht in talen. Ik spreek vrij goed Frans, een beetje Portugees en Turks,.. Ik meen het nogal dat ik de taal wil leren als ik ergens blijf. Ik spreek nog altijd Engels met mijn vrienden en in ernstige situaties waarin fouten moeten vermeden worden, maar verder? Duits. Maar het is een frustrerende taal, laat ons eerlijk zijn: zoveel regels! It’s like a booby-trapped language, je kunt zoveel fouten maken in één klein zinnetje.”

enola: Wie is de Babar uit “I Giardini”?
Condon: “Wel degelijk de Babar uit de stripverhalen. Het kleine olifantje, ja, en vraag me niet waarom, want ik weet het niet. Plots kwamen er beelden in mijn hoofd over zijn chateau en de tuinen. Ik kom vaak op teksten door de onzin die ik vooraf zong te vertalen. De eerste zin klonk zoals ze klonk, en ik besloot erin mee te gaan en dat absurde gedichtje te maken over een kinderheld.”

enola: Tot slot: heb je het gevoel dat het vanaf nu gemakkelijker wordt, nu je je balans lijkt te hebben gevonden?
Condon: “Neen. Ik ben doodsbang. De meeste muzikanten worden niet beter naarmate ze ouder worden, ze worden luier. En als ik me laat gaan, kan ik net zo goed zelfgenoegzaam worden. Om eerlijk te zijn: op dit moment ben ik heel moe. Ik heb veel in deze plaat gestoken, en er zitten fouten en deukjes in, teksten die ik beter had kunnen maken, dingen die ik heb moeten loslaten,.. Het is het resultaat van twee jaar bloed, zweet en tranen, zelfs al was het een van de makkelijkere om te schrijven. Dat zegt wel iets over een plaat maken; het kan een veldslag zijn. Ik hoop echt dat iemand het me zal zeggen als mijn songwriting op een bepaalde leeftijd minder wordt, want ik heb het met zoveel artiesten zien gebeuren. Dat is het gekke met muziek, alsof we ook een soort atleten zijn die na een bepaalde leeftijd nooit meer over de lat raken.”
enola: Denk je dat echt?
Condon: “Ja. Er zijn een aantal artiesten met prestige, zoals Bob Dylan en Leonard Cohen — en vat dit alsjeblieft niet verkeerd op, want het zijn geniën die in de geschiedenisboeken thuishoren — van wie het latere materiaal niet geweldig is. Misschien werden hun teksten boeiender, maar muzikaal heb ik altijd het gevoel dat het vet van de soep is.”
enola: Er bestaat een theorie dat elke artiest eigenlijk maar drie platen in zich heeft voor hij zichzelf gaat herhalen.
Condon: “Absoluut. Ik geloof daar in. En als dat het geval is met Beirut, dan blijf ik gewoon voor mezelf muziek maken, maar dan moet ik experimenteren en dingen veranderen. Dat is oké. Ja, ik denk niet dat je ’t mis hebt daar. Niet noodzakelijk.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in