Bonnie “Prince” Billy :: I See A Darkness (1999)

Twintig jaar geleden leverde Will Oldham zijn eigen saison en enfer af. I See A Darkness was de culminatie van een bijna tienjarige muzikale, mentale en lyrische exploratie, een duiveluitdrijving van alles obsessies die Oldham tot dan toe bezeten hadden.

De jaren negentig waren een zoekende tijd voor Will Oldham. Dat liet zich niet alleen voelen in zijn om de haverklap veranderde artiestennamen, maar ook in zijn muzikale output. Die ging van appalachenfolk over beenharde lofi naar, bij slowcore aanleunende, onderkoelde blues. Constante daarbij: weelderig werd het nooit, Oldham klonk te allen tijden alsof hij op instorten stond en de teksten schoten van absurdisme naar bijna kinderlijke naïviteit en eerlijkheid. Echt zingen kon – of wilde – hij toen ook nog niet. Muzikaal minimalisme had Will Oldham in de jaren voor I See A Darkness op verschillende manieren beleefd: via openhartige lofi op Palace Brothers of met een doffe drumcomputer op Arise, Therefore. Elke vorm van afstand tussen zichzelf en de luisteraar leek hij te willen slopen. Of hij wilde ons althans die illusie geven. Viva Last Blues wordt vaak aangehaald als hét meesterwerk uit de Palace-jaren, maar Oldham zelf ziet vooral Arise, Therefore als sleutelplaat uit die periode. De plaat waarop de puzzelstukjes in elkaar vielen en de zanger begon door te hebben waarnaar hij op zoek was. OpI See A Darkness sloot Will Oldham het decennium af met een plaat waarop alles samenkwam. Tegelijk bezat ze een voldragen emotionele diepgang en maturiteit – wat zijn vroegste werk soms miste – en simpelweg beter songschrijverschap, zonder daarbij aan intensiteit of schaamteloosheid in te boeten.

“I’ve been to a minor place/ And I can say I like its face/ If I am gone and with no trace/ I will be in a minor place”. Will Oldham had op geen betere manier de sfeer kunnen zetten van I See A Darkness dan met deze openingszinnen van “Minor Place”. De schijnbaar willekeurig aangeslagen piano zit onder de peuken en alcoholvlekken, de song wordt pas wakker wanneer alle daglicht al lang verdwenen is. Een bedrieglijk uptempo ritme hangt een sluier rond de inktzwarte tekst. Oldham is de sater die je langzaam bij zijn hand neemt en je op kousenvoeten zijn persoonlijke hel binnenleidt. “Nomadic Revery (All Around)” is daarna een volbloed koortsdroom, grauw en uitzichtloos. De tekst is het vruchteloos verlangen van een neuroot, de vale muziek een herinnering aan een zeldzame gedeelde nacht die je als een loop voor jezelf afspeelt. De film van je eigen leven, kapot gespeeld tot ze betekenisloos wordt en de spoel in flarden van elkaar hangt. “Nomadic Revery” kan niet anders eindigen dan met de verscheurende kreet “I just need an evening/ with someone nice to hide me”.

Het titelnummer, alle covers (ja, ook die van Cash) en herinterpretaties van Oldham zelf ten spijt, krijgt hier zijn definitieve versie. Een nummer dat tegelijk fragiel en overweldigend is en zijn verpletterende schoonheid haalt uit ingetogenheid en onderhuidse emoties. Net of de song er niet wil zijn en je aanspreekt met neergeslagen ogen. Oldham klinkt alsof hij elk moment kan breken, de muzikanten alsof ze liever willen zwijgen. “I See A Darkness” is het geluid van iemand die krampachtig zijn hand uitsteekt, maar eigenlijk niet weet waar hij naar op zoek is, wat hij verwacht of hoopt te ontvangen. Ernaar luisteren is met ingehouden adem de laatste noot horen uitsterven en niet weten wat terug te zeggen. Want wat doe je als iemand je “I see a darkness” toefluistert? Buiten je klein, breekbaar en machteloos voelen.

“Another Day Full Of Dread” zet die teneur verder. Een levensmoede gitaar en een lusteloze piano begeleiden de kille blik die Will Oldham op zijn leven werpt. Tot een zeldzame solo het nummer doorklieft en de zanger met sardonische stem “By dread I’m inspired/ by fear I’m amused” declameert. Gedaan met zelfmedelijden. “Death To Everyone” is daarna nog meer een spottende blik op de tegenslagen van het leven. Wat stelt de dood nog voor als je alles gezien hebt? Het is een leven waar niemand om gevraagd heeft, maar dat voor iedereen op dezelfde manier afloopt: in het grote niets. We kunnen er dan maar beter om lachen. Als je genoeg klop gehad hebt, wordt alles vanzelf een beetje grappig, omdat het niet anders kan. Cynisme als laatste reddingsboei. Muzikaal valt op beide nummers niets meer te rapen dan melodisch nihilisme en bijna agressieve afstandelijkheid. Het drumgeluid is gortdroog, de spaarzame gitaren halen uit als scheermesjes. Het is op I See A Darkness goed te horen dat Will Oldham en Jason Molina al wel eens een song samen durfden schrijven in deze periode. Oldham hanteert hier dezelfde kaalheid, hetzelfde harde klankenpalet als Molina op The Lioness en Didn’t It Rain?.

Zo is de A-kant van I See A Darkness een van de meest indrukwekkende brokken muziek ooit op plaat beland. En dan zit je nog maar op de helft. Op kant B schieten de emoties nog meer alle kanten op. Hier voegt Bonnie “Prince Billy” verwarring toe aan ingetogenheid. “Knockturne” bevat een obligate verwijzing naar Oldhams klokkenspel, iets wat in de jaren negentig al eens vaker durfde gebeuren. De wankele stem van Oldham geeft tegelijk een soort perverse onschuld aan het nummer. De bloedmooie piano zou je zelf troostend kunnen noemen. Het repetitieve “Madelaine Mary” hangt daarna echter weer rond in dezelfde achterstraatjes van “Nomadic Revery”. Dooraderde ogen, alcohol en paranoia bepalen de sfeer. Over madeleine mary zelf komen we weinig te weten, alleen dat het slecht met haar afliep.

Oldham springt zo voortdurend haasje over. “Song For The New Breed” en “Today I Was An Evil One” zijn twee kanten van dezelfde munt: de ene in een hoekje weggekropen, de ander bijna hypocriet uitbundig. Maar beiden kijken ze naar zichzelf, en houden ze niet van wat ze daar aantreffen. De liefde wordt langzaam geperverteerd, “Black” is een laatste, uitzichtloos robbertje vechten met diezelfde demonen. “ Black, you are my enemy/ And I cannot get close to thee/ Our life is ruled by enmity/ And I can’t weaken that”: zo simpel kan het soms zijn. “Death To Everyone” is ver weg, en het hoofd laat zich definitief buigen. Omarmen lijkt de enige uitweg. Het maakt “Raining In Darling” des te verwarrender, maar ook schoner. De vergelijking met “From The Morning” op Pink Moon van Nick Drake, dat andere gitzwarte meesterwerk, is niet zo vergezocht. Het zijn afsluiters die alles tegelijk willen zijn: een nieuw begin, een onrealistische utopie, broodnodige troost. Het is een open einde dat misschien wel juist daardoor perfect de kracht van I See A Darkness weet te vatten.

Voor een artiest die het decennium begon met een debuut dat de weinig aan de verbeelding overlatende titel There Is No One What Will Take Care Of You meekreeg, is I See A Darkness een logische conclusie van een weg die onder andere de nietsontziende vaststelling ” When you have no-one/no-one can hurt you” opleverde. De sobere, weinig afgelijnde muzikale invulling (soms lijken de muzikanten wel bewust naast elkaar te spelen) vormen de perfecte begeleiding voor Oldhams bespiegelingen: nu eens weerloos en bijna romantisch, dan weer cynisch en koud, maar altijd pakkend. Op latere platen van Bonnie “Prince” Billy is misschien een volwassenere, melodisch rijkere versie van Will Oldham te horen, maar de verteller, de acteur, de personages, de kolder werden soms te zichtbaar. Geef ons dan maar de poëzie. Op I See A Darkness – dat bij elke ademstoot of vallende speld in elkaar lijkt te gaan stuiken – zijn tekst en muziek pijnlijk kwetsbaar, waar de zanger zichzelf later al wel eens in pastiches en overdreven zelfrelativering wist te verliezen. Zie ook: de up-tempoversie die hij van het titelnummer maakte, alsof hij wilde duidelijk maken dat het allemaal niet zo serieus bedoeld was. Kan goed zijn, maar de pure schoonheid en broosheid van I See A Darkness zorgen er wel voor dat de plaat zo hard binnenkomt en zo herkenbaar is. Door zich fragiel op te stellen, lijkt Oldham zijn luisteraars aan te moedigen dat ook te doen, en zich te identificeren met de personages in de songs. I See A Darkness doet pijn, maar troost op een of andere vreemde manier ook. Zo kan een plaat die overloopt van de eenzaamheid, je toch het gevoel geven van niet alleen te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in