Distance, Light & Sky :: 13 januari 2019, DE Studio

Een avond eerder, in Gent, moest Chris Eckman nog verstek geven wegens ziekte, maar hij was er weer bij voor het slotconcert dat Distance, Light & Sky speelde in ‘thuisstad’ Antwerpen. En maar goed ook, want het trio speelde een optreden dat uitblonk in net dat — oprechtheid, respect, warmte, dat soort dingen — waar dezer dagen een alarmerend gebrek aan is.

Want geef toe: lijkt het nu echt niet alsof we zonet de deuren opengezet hebben naar een nog verregaandere verrotting? Meer dan ooit lijkt het alsof deze samenleving (kauw eerst eens even op dat woord) ten prooi gevallen is aan een hallucinante golf van zurige onenigheid, nauwelijks verholen minachting voor veel te veel, en het almachtige Grote Gelijk. Het is om mottig van te worden, om van weg te kruipen in een donkere, asociale kruipkelder met al even ontredderde doemprofeten, al is dat natuurlijk ook geen oplossing. Je kan dan ook moeilijk anders dan concluderen dat er best weer wat tijd gemaakt wordt voor menselijke interactie met wat waardigheid. Iets dat Chris Eckman, Chantal Acda en Eric Thielemans mooi vertolkten met een kersvers album onder de arm.

Gold Coast borduurde onlangs verder op Casting Nets. Dat klinkt misschien wat ‘beperkt’ — verder gaan op een elan draagt niet de belofte van opwinding in zich — maar het leverde wel fijnproeversspul op in de zone tussen singer-songwriterpracht en monochrome Americana. De gitaren sober en eensgezind, de stemmen complementair, de bijkomende kleuren van Thielemans organisch en met een elegante naturel. In het salon van DE Studio speelden de drie een bijzonder fraaie 75 minuten, met Gold Coast dat er integraal werd doorgejaagd (nu ja, op een schuifeltempo eerder) en aangevuld werd met een gulle greep uit dat debuut. Opener “Don’t Go Dark On Me” kon je gerust als een voortijdige samenvatting beschouwen, met die diepe fluisterstem van Eckman (steeds meer opschuivend naar de as Murphy-Dylan) die zo’n mooi uitgebalanceerde combinatie vormt met dat fragiele, haast angelieke stemgeluid van Acda, en Thielemans die gewapend met de brushes het boeltje afborstelde.

Het was de start van een ongedwongen rondje songs spelen, waarbij Acda één enkele keer achter de piano ging zitten (voor die ’one happy song’, “Slowed It To A Stop”, bijvoorbeeld), maar vooral ook speelde met een intensiteit die je niet zo vaak aantreft in dergelijke muziek. Sporadisch waaide er een nijdige wind door de songs, zoals in “Look At My Feet”, maar het was vooral de afwisseling die opviel, met lichtvoetigere brokken die naadloos afgewisseld werden met bedrukte stemmingsjuweeltjes als “Good Luck With That” of het somber wentelende “Walking Downhill”, dat z’n schijnbare eenvoud compenseert met de impact van een emotionele voorhamer. Ook mooi: de manier waarop Thielemans zich even naar het voorplan mocht spelen met “Throw”, of hoe ook “Cold Summer Wood” ontbolsterde tot een pracht van een lentesong.

“Souls” zou al een pracht van een vaarwel-lied geweest zijn, maar het trio had nog een paar kleppers achter de hand gehouden. “Distance, Light & Sky” voelde aan als een heuse beginselverklaring, “In Circles” sloeg door het krachtige drumwerk haast aan het stuiteren en afsluiten gebeurde met “Son”, een wereldsong die Acda schreef voor dit trio en voor het eerst kon zingen met degene aan wie het opgedragen was in het publiek. Het is ook een song waar de gemiddelde songschrijver een ledemaat of twee veil voor heeft, en in deze uitvoering leverde het een laatste fonkeling op voor we weer belandden in het avondduister. Daar waar we soms opstandig worden van al dat kinderachtige gebakkelei en hufterige vingerwijzen, maar niet deze keer. Misschien was het al een vroegtijdige maandagblues, maar nog waarschijnlijker was dat het effect van vijf kwartier schoonheid. We wensen iedereen meer van dat toe. Het is een begin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in