Friedrich Dürrenmatt :: De Val Pecht Smithy

De Zwitserse domineeszoon Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) leidde een interessant leven. Nadat hij in de vroege jaren veertig achtereenvolgens zijn studies filosofie, Germaanse taal en letterkunde en fysica voor bekeken hield, besloot hij voluit voor de literatuur te gaan. Hij publiceerde op 26-jarige leeftijd zijn eerste toneelstuk Es Steht Geschrieben, wat tijdens zijn premiere in 1947 leidde tot protesten en zelfs vechtpartijen onder het aanwezige publiek. Nauwelijks twee jaar later bevestigde hij zich als toneelschrijver en auteur met het stuk Romulus der Große. Eine ungeschichtlich historische Komödie.

Met een haast oneindige stroom van verhalen, essays toneelstukken en romans toonde Dürrenmatt zich een bijzonder actief schrijver die geroemd werd als theoretisch dramaticus en belangrijk criticus van onder meer het episch theater dat haast synoniem is met Bertold Brecht. Ook het absurdisme vond in zijn ogen weinig genade. Het verhaal mocht niet ondergeschikt zijn aan de vorm en evenmin kon men verwachten dat een theaterstuk de toeschouwer zou kunnen veranderen. De werken van Dürrenmatt bevatten een zekere absurditeit. Dit hangt samen met het feit dat voor hem menselijke gedragingen ten opzichte van de ander, in feite absurd zijn en dat het uitvoeren van een grotesk plan conform de regels hoe bizar het ook mag zijn, de facto natuurgetrouw is. Niet vies van pulpliteratuur waagde hij zich geregeld aan misdaadromans. Ook hier bleven net zoals in zijn ander werk, filosofische reflecties, macabere verhaallijnen en avant-gardische elementen aanwezig.

Hoewel Dürrenmatts werk internationale bekendheid geniet en zelfs meerdere malen verfilmd is (zij het voornamelijk in het Duits), valt er in het Nederlandstalige gebied weinig werk van hem te vinden. De meeste vertalingen dateren van de jaren tachtig en betreffen slechts enkele werken. In 2017 besloot uitgeverij Atheaneum – Polak & Van Gennep De rechter en zijn beul (1952) opnieuw uit te brengen waarna in 2018 achtereenvolgens De belofte – requiem voor de misdaadroman (1958) en De Val Pech Smithy verschenen. De laatste bevat drie kortverhalen van Dürrenmatt die in 1986 gebundeld verschenen maar dateren uit verschillende periodes tussen 1955 en 1971. Het is niet duidelijk of de verhalen eerder verschenen zijn, en zo ja wanneer en waar. Toch valt op dat ze ondanks heel wat verschillenthematisch met elkaar verwant zijn.

In ‘De val’ schetst Dürrenmatt de vergadering van een Politburo waarbij een van de ministers, O afwezig is. N, de recent aangestelde minister van post, bekijkt met wantrouwen en angst de samenkomst en haar leden (die allemaal met een letter aangeduid worden). Via N krijgt de lezer een zekere kennis van de verschillende leden en hoe ze zich tot elkaar verhouden. De sfinksachtige A is voorzitter en zowat de enige revolutionair van het eerste uur die nog steeds de touwtjes in handen houdt. Steeds meer ministers stellen zich vragen bij de afwezigheid van O en welke reden hier achter zit: ziekte, vertraging of effectief een arrestatie en zo ja, wie zal dan de volgende zijn wiens hoofd op het kapblok terecht komt? Door afwisselend de ministers te bespreken en door het verloop van de vergadering weet Dürrenmatt een spanning op te bouwen die realistisch aanvoelt en duidelijk maakt hoezeer alle leden van Politburo gegijzeld worden door hun eigen ideologie en structuren.

Ook in ‘Pech’ staat de onafwendbaarheid van het plan voorop wanneer de handelsreiziger Alfredo Traps wegens autopech zichzelf gedwongen ziet te overnachten in een klein stadje. Uiteraard kan hij nog een late trein naar huis nemen, maar Traps hoopt op een avontuurtje met een van de lokale dames. Helaas voor hem blijken de hotels volzet te zijn, al kan hij mogelijk wel overnachten in het landhuis van een oudere heer. Daar aangekomen wordt hij hartelijk ontvangen door de oude man die enkele vrienden verwacht. Allen reeds lang gepensioneerd, vertellen ze aan Traps hoe ze het leven voor zichzelf boeiend weten te houden door bij elke bijeenkomst een spel te spelen. Indien het toeval of lot hen een gast brengt, wordt aan deze gevraagd of hij er aan wil deelnemen. Als oud-juristen nemen de heren hun respectievelijke beroepen van rechter, procureur, advocaat en beul (binnen het spel geldt de doodstraf nog) op waarbij op het einde van de avond recht gesproken wordt over de beklaagde. Traps neemt gewillig die rol op maar verklaart bij voorbaat onschuldig te zijn.

Doorheen de avond worden echter niet alleen de heerlijkste gerechten voorgeschoteld maar wordt Traps ook ondervraagd over zijn levenswandel. Hierbij peilt de procureur in het bijzonder naar de manier waarop Traps tot zijn huidige functie geraakt is en welke stappen hij hierbij heeft ondernomen. Ondanks de vele waarschuwingen van zijn advocaat is de dronken Traps enorm praatvaardig en laat hij zich steeds meer door de procureur ervan overtuigen dat hij wel degelijk een misdaad begaan heeft en dit met voorberachte rade. Voor Traps blijft het echter allemaal een kostelijk vermaak in het bijzonder omdat hij naarmate de avond vordert, steeds meer sympathie voor het spel en zijn gastheren opvat.

Het derde verhaal, `Smithy’ speelt zich af in New York waar J.G. Smith ofte Smithy voor de New Yorkse maffia lijken laat verdwijnen. In de eerste pagina`s schetst Dürrenmatt treffend de wereld waarin Smithy zich begeeft, met corrupte overheidsdienaars, rivaliserende partijen en bovenal een soort cynische gelatenheid die het hem mogelijk maakt zijn beroep uit te oefenen. Wanneer een onbekende vrouw hem aanspreekt en duidelijk maakt dat ze met hem naar bed wil, wordt Smithy eindelijk uit zijn lethargie gewekt wat dramatische gevolgen heeft. De volgende dag wordt hem immers een nieuwe klus aangeboden en voor de eerste maal ooit, weigert hij. Een beslissing die zo blijkt niet zonder gevolgen is, al heeft Smithy zelf daar lak aan.

Drie verhalen met telkens een heel andere invalshoek, maar toch lijkt de logische en harde ontwikkeling er van al in de eerste regels verscholen te zijn. Het heeft inderdaad telkens iets grotesks en macaber maar het volgt ook een duidelijke lijn die van bij de start al uitgezet is. Het is een onverbiddelijkheid die nog versterkt wordt door de sobere, haast zakelijke schrijfstijl van Dürrenmatt die zich als een genadeloze, afstandelijke chroniqueur opstelt. De humor die onder meer in zijn toneelstukken aan bod komt, is subtiel aanwezig zij het vooral in het eerste verhaal en in de manier waarop hij de absurde logica van wetmatigheden bloot legt, zelfs of vooral wanneer deze dramatische gevolgen hebben.

Hoewel met deze drie verhalen slechts een klein deeltje van het oeuvre van Dürrenmatt voorgesteld wordt, mag De val Pech Smithy als een heerlijke smaakmaker en introductie tot de Zwitserse auteur gerekend worden. Met intussen drie vertaalde werken heeft uitgeverij Aethenaum – Polak & Van Gennep na lange tijd Friedrich Dürrenmatt opnieuw geïntroduceerd in het Nederlandstalige gebied. Vooralsnog mag de wens uitgedrukt worden dat het niet hierbij zal blijven en dat deze chroniqueur van de moderne tijd eindelijk met meer dan een handvol werken voor een Nederlandstalig publiek zal ontsloten worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in