David Bowie :: Glastonbury 2000

De beste headlineperformance op een festival ooit, schreef NME destijds. Bowie zelf dacht daar anders over, en hield een release van zijn optreden op Glastonbury 2000 altijd af. Zijn dood maakte de weg vrij voor een sterk, maar weinig opzienbarend livedocument.

“De eerste keer dat ik hier stond, sliep ik op de nabijgelegen boerderij en speelde ik om zes uur ’s ochtends, toen de zon opkwam”, vertelt David Bowie het enorme Glastonburypubliek halverwege deze nieuwe liveplaat. We schrijven het jaar 2000, en de jonge belofte van toen, die er voor het eerst optrad in 1971, is ondertussen echte rock royalty geworden: al even over zijn artistiek hoogtepunt heen, niet langer nieuwsgierig zoekend, en voluit terend op zijn hits. De perfecte headliner voor het grootste festival ter wereld dus, want Bowie heeft ontiegelijk veel hits, zo blijkt ook weer eens uit dit tijdsdocument.

Het moet het moment zijn geweest dat Bowie zich bij zijn status als monument ging neerleggen. Had hij met de Sound & Vision-tour tien jaar eerder nog de bedoeling om zijn klassieke nummers een laatste keer te spelen, dan lijkt hij voor dit eenmalige concert zijn lot aanvaard te hebben. Natuurlijk had hij in de jaren negentig boeiende platen gemaakt – denk maar aan het door Nine Inch Nails geïnspireerde conceptalbum 1. Outside of de drum-‘n-bass van Earthling – maar het publiek wil nu eenmaal nummers als “‘Heroes'”, “Ashes To Ashes” of “Ziggy Stardust”. En dat kreeg het ook, in de stijlvolle versies die we van zijn toen al flink gerodeerde band gewoon waren. Klassebakken zijn het, gitaristen Mark Plati en Earl Slick, pianist Mike Garson en natuurlijk: bassist Gail Ann Dorsey, als trouwe steun en toeverlaat.

“Oh Glastonbury, you look beautiful”, verzucht Bowie na enkele nummers, het lange haar weelderig over zijn schouders gedrapeerd. Hij speelt zijn rol van charmante ster perfect, maar in de uitvoeringen zelf sluipt routine. Dat schrijft de zanger ook in het begeleidende boekje: ‘Ik vind het nog altijd erg moeilijk om songs te zingen waar ik niet meer van geniet, omdat ik ze ondertussen veel te goed ken.’ Maar voor het legendarische Glastonbury wil hij wel een compromis maken.

Vooruit dan maar. Nadat Garson een flardje van de traditionele “Greensleeves” laat horen, glijdt de band in een glad “Wild Is The Wind” en met een huppelend “China Girl” gaat het blik hits open om niet meer te sluiten. Een aan zijn gedaald stembereik aangepast “Life On Mars?” speelt haasje over met “Changes”, “Absolute Beginners” is een wonderlijk mooi moment, “Little Wonder” een van de schaarse recente nummers.

De tweede helft van het concert is voor Bowie-liefhebbers om duimen en vingers bij af te likken en gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt. Dit is het moment dat op het podium geen groep meer staat, maar een jukebox: een pompend “Station To Station” wordt een euforisch “Starman”, gaat over in de dreunende industrial van “Hallo Spaceboy”, etc. De uitschieter hebben we al gehad met “All The Young Dudes”, een zinderend anthem dat gemaakt is om door afgeladen festivalweides te worden meegebruld.

Van dat routineus gevoel van eerder is dan al lang geen sprake meer. De maker mag dan zijn twijfels hebben gehad, de songs zelf waren ook dan niet stuk te krijgen. Het was geen 1973, het was niet 1990, maar beter zou het ook niet meer worden. Glastonbury 2000 laat Bowie nog eens horen op een laat hoogtepunt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in