DIT WAS 2018 : John Parish :: “In mijn hoofd was het concept in orde, maar zo werkte het uiteindelijk niet”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2018. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

In 2018 trad John Parish uit de schaduw met een eigen album, zijn derde nog maar. We troffen hem vlak voor zijn optreden in zaal Nijdrop (Nosta) in Opwijk, waar hij dat nieuwe album kwam voorstellen. Maar wat betekent die vreemde titel van dat album, Bird Dog Dante, eigenlijk?

Parish: Zeg jij het maar (lacht). Het betekent niets en is gewoon een verzameling van woorden die naar ik hoop goed samengaan. Ik heb die titel letterlijk gedroomd. Achteraf heb ik toch opgezocht of het iets betekende. Het enige dat ik vond was een roman van Salman Rushdie met een karakter genaamd Bird-Dog (Grimus uit 1975, nvdr). Het was een nogal metaphysische roman in typische Rushdie-stijl en er was een hoofdstuk waar die figuur in een van de lagen van de hel van Dante belandde. Die uitleg kon ik wel gebruiken (lacht).

enola: Dit is je pas je derde album, soundtracks niet meegerekend. Dat is niet zo heel erg veel in een carrière van dertig jaar.
Parish: Nee, maar ik maak zo veel albums in verschillende gedaantes, als muzikant of als producer. Voor veel mensen is dat verwarrend, maar voor mij als artiest niet. Of ik nu bezig ben in het beslissings- of het schrijfproces, het is allemaal bezig zijn met muziek en voor mij even interessant. Het hang ervan af waar ik goesting in heb op een bepaald moment. Omwille van mijn productiewerk doe ik soms langer over mijn andere albums dan ik eigenlijk zou willen. Dat is een afweging die je moet maken, je kan niet alles doen.

enola: Het album bestaat uit een mix van gewone songs en van instrumentals. Was dat een doelbewuste keuze?
Parish: Inderdaad. Het originele concept was nogal zwart-wit. Ik had het helder in mijn hoofd. Exact twee plaatkanten: één instrumentaal, één met gewone nummers. Maar toen ik de nummers begon te schrijven realiseerde ik me dat ik meer gewone liedjes had dan instrumentals. Wanneer ik de sequencing probeerde te doen, merkte ik dat het niet echt werkte om alle songs en instrumentals samen te zetten. In mijn hoofd was het concept in orde, maar zo werkte het niet.

enola: Wat is het belangrijkste verschil in het maken van het soundtrack tegenover een gewoon album?
Parish: Voor een soundtrack werk je met beelden van een film. Als ik voor film schrijf, laat ik meer ruimte in de muziek, want er gebeuren tegelijk ook andere dingen in de film. Een van de instrumentale stukken op Bird Dog Dante, “Le Passé Devant Nous”, was geschreven voor een film. Maar zoals wel vaker bij soundtracks schrijf je een stuk van 2-3 minuten en in de film wordt er maar 45 seconden van gebruikt, omdat de scène niet langer duurt. Maar ik hield zoveel van dat nummer dat ik de volledige versie op de plaat wilde.

enola: Een andere instrumental is getiteld “Carver’s House”. Was Raymond Carver een inspiratie voor je?
Parish: Ja, ik heb altijd van de schrijver Carver gehouden. Ik nam deel aan een project in Parijs, “Playing Carver”, waar songschrijvers uit verschillende landen bij elkaar kwamen en ieder een aantal stukken aanbracht. Dat waren vaak songversies van verhalen van Carver, maar ik wou stukken schrijven die meer geïnspireerd waren door hem, die meer de sfeer hadden van een kortverhaal van Carver. Dit instrumentaal stuk deed me om de een of andere manier aan Raymond Carver denken. Het is een beetje kil en je bent niet helemaal zeker van wat er aan de hand is in het nummer. Het is altijd een beetje raar om een titel te zoeken voor een instrumental, maar dit associeerde ik met Carver, vandaar.

enola: Haal je de inspiratie voor je nummers uit het abstracte of het concrete?
Parish: Een beetje van beide. Neem bijvoorbeeld “Add To The List”. Dat gaat over een relatie die op de klippen loopt, maar eigenlijk komt het uit een artikel dat ik las over verdwijnende talen. Die zinsnede bleef in mijn gedachten ronddwalen. Maar je zou ook kunnen zeggen dat het over het falen van communicatie gaat, of zelfs over de Brexit. Ik vind het wel leuk als mijn nummers op verschillende niveaus kunnen werken en dat mensen kunnen kiezen wat het specifiek voor hen betekent.

enola: “Rachel” nam je op met een telefoon. Het is vooral het gevoel dat telt eerder dan technische perfectie?
Parish: Technische perfectie komt bijna helemaal onderaan in mijn lijst van requirements. Maar je kan niet altijd in een fantastische studio iets opnemen. Een telefoon is natuurlijk niet mijn uitverkoren manier om iets op te nemen, maar het was alles wat we toen hadden en het werkte prima.

enola: Een groot deel van het album kwam tot stand tijdens de tour met PJ Harvey. Had dat een invloed op het eindresultaat, denk je?
Parish: Zeker en vast al is het moeilijk om concreet hoe of waar te zeggen. Polly en ik beïnvloeden elkaar immers al dertig jaar (lacht). Zij is een van de meest fundamentele invloeden op alles wat ik doe. Specifiek voor dit album was ze heel behulpzaam met de teksten, want ze is erg goed in proeflezen. Ze is heel precies in die dingen. Vaak heb je van die luie stukken in je tekst. Als producer zie ik ook dat een artiest van A tot B gaat, maar een stuk ertussen zet om die met elkaar te verbinden. Eigenlijk is dat tussenstuk gewoon overbodig en kan je het weglaten. Maar als je het zelf doet, zie je dat niet. Je zet dat stuk ertussen en dan denk je er niet meer aan. Je hebt iemand nodig die er met een kritisch oog naar kijkt en zegt: “Dat stuk is nietszeggend, wat staat dat daar te doen?”. En dan denk: “Ja, waarom is dat er?” (lacht). Dan schrap je dat. Polly is erg goed in het vinden en schrappen van zo’n regels. Vermits we op tour waren, had ze daar ook de tijd voor.

enola: De opnames van haar vorige album The Hope Six Demolition Project was nogal ongewoon. (De opnames vonden plaats in een glazen box in het Somerset House, waarbij fans konden toekijken, nvdr.)
Parish: Erg ongewoon. Het was eigenlijk geweldig, het voelde verrassend snel heel normaal aan. De eerste dag was het een beetje vreemd. Wij konden het publiek niet zien door het eenrichtingsglas en ze waren er ook niet de hele tijd. Er waren vier slots van 45 minuten per dag. Eerst was je je er erg van bewust wanneer de slots precies waren. Het was alsof we in de zoo zaten (lacht). Maar na twee-drie dagen denk je er niet meer aan. Behalve wanneer je een verschrikkelijke fout maakt of net iets geweldig goed. Dan denk je: ik hoop dat er niemand/iemand was. (lacht)

enola: Wat is het verschil tussen je twee duoplaten met PJ Harvey en jullie andere samenwerkingen?
Parish: De artistieke verantwoordelijkheid. Als producer ben je niet eindverantwoordelijk. Samenwerken op die duoplaten was geweldig. Ik denk dat we ons beiden bevrijd voelden door de verantwoordelijkheid te kunnen delen met iemand die je echt vertrouwt. We kunnen eerlijk zijn met elkaar en daardoor veel meer risico nemen. Ik vind dat beide platen de tand des tijds goed doorstaan hebben. Recent luisterde ik nog naar Dance Hall At Louse Point en hoewel dat ondertussen meer dan 20 jaar oud is, vond ik dat het nog erg goed klonk. Ik ben echt wel blij met dat album.
Of er nog een derde komt? Zeg nooit nooit (lacht).

enola: Het nieuwe nummer “Sorry For Your Loss” gaat over Mark Linkous, maar ik vind dat er meerdere nummers op de plaat een Sparklehorse-gevoel hebben.
Parish: Mark had absoluut een invloed op mij. Ik was een enorme fan van hem. Als artiest, maar ook als mens. De manier waarop hij denkt over melodie en geluid heeft een enorme invloed op mij gehad, dat kan ik niet ontkennen.

enola: Hoe krijg je je werk als producer? Zoek je actief artiesten op of wacht je tot ze bij jou komen?
Parish: Het is altijd de artiest die naar mij komt. Voor mij is dat de beste manier. Want het belangrijkste voor een succesvolle producer-artiestrelatie is vertrouwen. De artiest moet erop kunnen vertrouwen dat de producer de juiste beslissingen neemt met zijn werk. Ik denk dat het moeilijker is, maar niet onmogelijk, om tegen een artiest te zeggen: ‘Je moet mij vertrouwen’. Want het kan zijn dat ze daar geen reden toe hebben. Ik heb liever dat ze eerdere dingen van mij horen en dan denken: “Met hem wil ik ook wel eens werken.”

enola: De meest verrassende naam op de lijst van platen die je producete, is die van de Malinese muzikante Rokia Traoré.
Parish: Ik heb er zelfs twee gedaan. Erg leuk om iets te doen dat nogal verschillend is. Ze wou zelf ook eens iets anders en vond dat ze er nooit in geslaagd was om haar muziek op te nemen zoals zij het live hoorde. Ze hoorde blijkbaar iets in mijn platen, ook al is het een totaal ander genre. Ik denk dat het de ruwheid was. Via mijn manier van opnemen, probeer ik emotie te krijgen in wat ik doe. De platen waar ik minder van hou, zijn die waar er precies een laag is tussen de muziek en wat ik hoor. Ik hoor makkelijk wanneer iemand zich forceert om op een bepaalde manier te zingen. Ik probeer die grenzen kwijt te spelen wanneer ik opneem. Ik denk dat Rokia zich herkende in die directheid.

enola: Hoe was het om met Arno te werken?
Parish: Arno is geweldig. Gek, maar geweldig. Het is super om met hem te werken, want hij is een fantastische zanger. Hij werkt ook erg snel. Eén, twee takes en het is er. Hij is duidelijk over de dingen die hij niet graag heeft. Al is hij wel niet erg goed in uitleggen waarom hij iets niet goed vindt. Hij is niet muzikaal geschoold en zegt niet: ‘Er is een verkeerd akkoord of een foute noot”, maar hij zal eerder zeggen: “Dat is verkeerd, ik hou daar niet van”. En dan moet je uitzoeken wat hij precies bedoelt. Maar hij weet wat hij wil. De moeilijkste mensen zijn diegenen die geen beslissingen kunnen nemen of van gedacht blijven veranderen. Als Arno er niet van moet hebben doe je iets anders, anders kan je ophouden. Hij gaat daar de volgende dag niet op terugkomen.

enola: Een paar jaar geleden werkte je mee aan het TV-programma De Canvasconnectie. Daarin zag ik dat je huis volgestouwd was met muziekinstrumenten.

Parish: Ik speel heel wat verschillende instrumenten en zie mezelf niet als een gitarist. Ik ben een muzikant. Dat klinkt misschien een beetje blasé, maar ik probeer overal geluid uit te krijgen. Gitaar is wél het instrument waarop ik nummers schrijf, en af en toe maak ik ook wat filmmuziek op piano. Mijn favoriete instrument is misschien wel de drums. Dat is erg fysiek. Maar ja, mijn huis staat dus inderdaad helemaal vol.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in