The Calicos :: 21 december 2018, De Roma

Ze sleepten de overwinning in de wacht op Humo’s Rock Rally, ze vierden het jaar van de doorbraak met een optreden in De Roma. Zoals een goede Amerikaan dat altijd doet, eerde ook The Calicos zijn hometown. Want ook americana schrijf je met een vette ‘A’.

Het was een weinig gecontesteerde keuze, toen The Calicos afgelopen voorjaar door de Rock Rallyjury op het hoogste schavotje werd gehesen. Een beetje een veilige, misschien; dat wel. Ze had ook voor het frisse popwicht Josephine kunnen zwichten, dat met veel sass een volle AB inpakte zodat ze toch met de publieksprijs ging lopen, maar het goud was voor dat Antwerpse zestal dat in de halve finale met zoveel flair Roy Orbisons “I Drove All Night” coverde. The Calicos waren vertrokken voor wat ze daar in de Koekenstad ‘een boerenjaar’ noemen, en bekroonden dat dan maar met een optreden in De Roma dat ‘homecoming show’ spelde: tantes, nonkels en nichtjes gaven luidkeels kwetterend present en zagen hoe het zestal zijn eerste volwaardige set nog eens droogdraaide.

Zelden hebben we overigens zo’n muzikaal competente band die wedstrijd zien winnen. The Calicos zijn stuk voor stuk muzikanten die hun stiel kennen en als band kunnen spelen. Dat hoor je van bij opener “Come With Me”, dat meteen een gitaarlijn uit de War On Drugs-school de zaal in smeet. We zullen nog aan Adam Granduciel moeten denken, en aan zijn “Whoo!”‘s. In “Runaway Kid” willen we zelf dan maar “Paaaast the bridge” beginnen brullen, maar het zal uiteindelijk een woordeloze gitaar zijn die de vlam in de pijp doet slaan.

The Calicos zijn zo Amerikaans als Kentucky Fried Chicken, maar nu dat ook al richting België afzakt, is er niets dat hen daarin tegenhoudt. Bij het begin van “Desire” wordt pedal steelman Aäron Koch mooi uitgelicht, en de liefde voor het grote continent aan de andere kant druipt er van af. Dat Arne Joosen al eens verwoed aan zijn Korgknoppen staat te draaien? Het valt op, maar je hoort hem niet. Dat is een beetje jammer, maar we weten eigenlijk niet of we hem echt wíllen horen in deze context.

“Driftwood” is hedendaagse Novastar, het soort gemoedelijk kabbelende singersongwriterij waar Radio 1 nooit genoeg van krijgt, maar ook nooit zal opvallen. “Follow Me Down” klinkt zelfs een beetje te gladjes, als heeft de groep sinds deze lente nog wat scherpe randjes afgeveild. Als één kritiek op The Calicos mogelijk is, dan wel dat deze groep zo goed binnen de lijntjes kan kleuren, dat je snakt naar een foute veeg. Zoals Pablo Picasso indertijd wel kubistisch moést worden omdat hij dat klassiek schilderen nu wel onder de knie had.

Het valt op hoe Quinten Vermaelen na jaren in de schaduw van de Antwerps-Amerikaanse songsmid Matt Watts — waar de groep als begeleidingsband het klappen van de zweep leerde — nog worstelt met zijn rol als frontman. Gretig zoekt hij de rand van het podium op om solerend de gitaarheld uit te hangen, maar laat hem twee maten het publiek klappend opzwepen, en je ziet hem houterig schutteren. Nochtans is “Day By Day” een aardig popnummer, dat al eens aan The Veils doet denken, en is hij een goeie zanger. Eén die de countrysnik als geen ander kan neerzetten. Het is houterigheid die er snel uit moet, maar dat komt ongetwijfeld wel met routine.

Het is in bisnummer “Our House”, de enige single die de groep tot nu toe uitbracht, dat alles uiteindelijk op zijn plaats valt. De gitaarlijn is van het soort dat spontaan een feestje in gang zet, het refrein nodigt uit tot meebrullen, de vuist in de lucht, het raampje van een denkbeeldige over de highway cruisende Chevrolet neergelaten. Het is met nadruk een single, iets wat we vanavond net dat beetje te weinig hoorden, of het had het nieuwe “Nova” moeten zijn.

Neen, The Calicos moeten zich dus niet haasten met dat debuut. Laat het maar even de schaduw opzoeken om te schaven en te schuren tot Een Eigen Geluid is gevonden. De gemiddelde leeftijd van de groep is vijfentwintig. Dat komt wel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in