Katrin Scherer’s Cluster Quartet :: S/t

Een van de mooiste aspecten van rondhangen in een scene met relatief weinig grote namen, is de onophoudelijke vloed aan onbekende namen en nieuw talent om te ontdekken. Zo maakten we nu pas kennis met de Keulse Katrin Scherer, die op haar achtste album een jonge band rond zich verzamelde voor een verzameling nummers die op hun best een straffe, internationale allure hebben.

Scherer (°1977) studeerde in Essen en New York, speelde zich de voorbije vijftien jaar regelmatig in de prijzen en mocht al aantreden op festivals in heel Europa. Haar Cluster Quartet bestaat uitsluitend uit jonge kerels. Door de combinatie van haar alt- en baritonsaxofoon met trombone (Moritz Wesp), bas (Stefan Schönegg) en drums (Leif Berger) denk je spontaan aan Nils Wograms Root 70, maar Scherer heeft als componiste een eigen stem en dit gezelschap een voldragen dynamiek.

Als er al duidelijke invloeden te horen vallen, dan komen die eerder uit de Verenigde Staten. De ijzersterke opener “Rocket” heeft met die slingerende beweging en de manier waarop sax en trombone tegen elkaar uitgespeeld worden een kronkelige synergie die herinnert aan het idiosyncratische werk van Henry Threadgill. Het lijkt alsof de stukken nooit helemaal in elkaar passen, maar toch speelt de band met een hechte, frenetische energie, die ook nog eens terugkomt in “Scratched Sketches”, met een prikkelende nervositeit die verwant is aan de stijl van een Steve Lehman, maar dan met een minder steriele hoekigheid.

Regelmatig komt de nadruk iets minder te liggen op de onvoorspelbaarheid en slingerende melodieën. Een aantal composities hanteert een lager tempo en/of heeft meer ruimte. Zo gaat “Präludium” statig van start en lijkt het wel alsof de muziek uitdunt tot een niveau van complete ascese, tot de vier in de finale lichtvoetig en behendig rond elkaar trippelen. In “Barn” neemt drummer Berger ruim z’n tijd voor een spel van speels geschraap en gekletter. Ook afsluiter “Snails” lijkt lang genoegen te nemen met een gezapig tempo, tot een korte eruptie in de finale. Een opvallend contrast met stukken als “Feinstoff” en “Wildes Mannle”, die vol zitten met krachtige versnellingen en kleurrijke passages waarin vooral trombonist Wesp een opvallende stem is. En dan heb je nog “Tightrope”, waarin het kwartet een thema uit de mouwen schudt dat zo van The Vandermark 5 had kunnen komen. Hier blijft het net iets meer binnen een vast stramien, maar het is niettemin een hoogtepunt met een potige zwier en vloeiende interactie.

En zo laat Scherer horen dat ze best wat aandacht verdient, ook buiten haar thuisland. Haar composities brengen Amerikaanse en Europese wortels bij elkaar, flirten met kamermuziek en rock, en kennen — naast de vele doorgecomponeerde stukken — ook volop momenten waarin de inspiratie van het moment z’n werk kan doen. Je voelt hoe de composities nog spontaniteit toelaten en stimuleren. Het is muziek die dosering en bruisende energie in evenwicht houdt. Bovenop de sterke bandleider krijg je bovendien kompanen te horen die, ondanks hun jonge leeftijd (32, 28 en 23), zowel collectief als individueel hun stempel kunnen drukken op de muziek. Een band die zowel de genrefanaten als meer toevallige jazzpassanten moet kunnen aanspreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in