Cactus Festival 2018 :: Metselen als de betere bouwvakker

Zesendertig jaar al laat Cactus midden juli zijn vertrouwde club voor wat hij is, en trekt de wijde wereld in. Dat het festival ondertussen al eeuwen in het idyllische Minnewaterpark neerstrijkt, mag parate kennis heten. En dat het dit jaar weer goed zat, daar in Brugge.

Vrijdag 13 Juli: Het Heilig Vuur Der Goudeerlijke Gitaarpop

We volgen ze al een half mensenleven en toch vervelen ze nooit: neen, het rotsvaste, heerlijk melodieuze Buffalo Tom overwint met de vingers in de neus een derde wereldoorlog, neem het van ons op een briefje.

Dat begint op Cactus al met het heerlijke, zomerheet zinderende “Summer”. Zanger/gitarist Bill Janovitz gooit resoluut zijn in de weg zittende Artist badge weg en dat zullen we geweten hebben: de focus ligt een dikke vijf kwartier op no-nonsense en vooral muziek waar geen speld tussen te krijgen valt. “Treehouse” begint met een sneer naar de rijke snobs die in hun huisjes aan de zijkant van het Minnewaterpark à la John Lennon maar met hun juwelen moeten rammelen, maar laat dat vooral de pret niet drukken. Daarvoor is het bijvoorbeeld te veel genieten van een messcherp “Kitchen Door”, compleet met solo die door merg, been en Buffalo Tom-fan gaat. Een lang uitgesponnen “You’ll Never Catch Him” is een ideale opener voor die heerlijke tegenzang in “All Be Gone”, lekkers uit Buffalo Toms kraakverse, in maart van dit jaar verschenen plaat Quiet and Peace. Janovitz schreeuwt zich de ziel uit het vege lijf en onmiddellijk geloof je de man. Klasse!

Na een wat flauw “Larry” — wat ons betreft de meest knudde song uit doorbraakalbum Let Me Come Over — slaat een massaal door het publiek meegebruld “I’m Allowed” de vlam weer aan het Heilig Vuur Der Goudeerlijke Gitaarpop. Buffalo Tom speelt live geregeld een prima nummer uit die eerder geciteerde laatste plaat — zie ook “Roman Cars” en “Freckles” — , herinnert het publiek er fijntjes aan dat hun eerste optreden weg van de Amerikaanse Oostkust op het Belgische Futurama was, editie 1989, en dat ze hun kroost en echtgenotes hebben meegebracht. Om maar te zeggen dat de heren er kilometers zin in hebben, zie ook een prachtig gespeeld “CC And Callas”, een Angus Young-persiflage van Janovitz in een als vanouds deftig heen en weer rollend “Tangerine” en een meer dan bezield “Taillights Fade”. “Velvet Roof” en het aan hun vroegere producer en huidige geluidsman opgedragen “Mineral” vormen het hoogtepunt van een dijk van een concert. Wij zullen wel tot in de kist fan blijven van deze bezielde, waardig ouder wordende rockers maar hey, er valt veel, heel veel slechtere muziek te beluisteren, neen?

Zaterdag 14 Juli: Dromerige electro en Latijns-Amerikaans feestgedruis

De tweede dag van het Brugse Cactusfestival is uitverkocht. Voor de geile beats en zwoele stemmen van Her of Charlotte Gainsbourgh? Of trekt het publiek resoluut de Vlaamse kaart met Intergalactic Lovers en Arsenal als hartendame en -heer?

Het drukke verkeer richting kust — wat bezielt een mens om nog rond de middag verkoeling te zoeken aan het zeetje? — zorgt er weliswaar voor dat we de vrolijke, met melancholie doordrongen songs van Her voor de helft hebben gemist. De fijn uitgedoste Victor Solf lijkt (althans van op een schaduwrijke afstand) weinig last te hebben van de hitte en vuurt het materiaal van hun (ja, ooit was HER een duo, maar Simon Carpentier werd geveld door kanker) titelloze debuut energiek af op een publiek dat lichtjes heupwiegend samengepakt staat onder het groen van de bomen in het festivalpark.

Een groter contrast met het daarop volgende speelse, vrolijke Tune-Yards is niet denkbaar. Merrill Garbus treedt op in een knalgele jurk en neemt met een ukulele plaats achter haar percussie en keyboards. Op haar dit jaar verschenen vierde plaat I Can Feel You Creep Into My Private Life vond Garbus inspiratie in Haiti en Kenia, en feminisme, onverdraagzaamheid, racisme, alsook politieke wantoestanden bepalen al langer de inhoud van haar oeuvre. Het enthousiasme waarmee ze haar boodschap overbrengt, is echter aanstekelijk. Tune-Yards swingt, maar hoe eclectisch en dynamisch het ook mag klinken, na een tijdje treedt toch teveel herhaling op en lijkt het of je naar één lange single aan het luisteren bent waarvan de naald in de groeven is blijven hangen.

Intergalactic Lovers moet op tijdens de laatste WK-match van de Rode Duivels, en frontvrouw Lara Chedraoui vreesde dan ook voor een leeg plein te moeten spelen. Nauwelijks het podium op, mag ze de 1-0 voor België al aankondigen, en belooft ze het publiek van het verdere verloop van de wedstrijd op de hoogte te houden. Tja, concurrentie kan soms hard zijn, maar de steeds levendige Lara Chedraoui wint probleemloos. Het publiek blijft voltallig aanwezig en prijst de band — strak spelend, vol zelfvertrouwen — unaniem de hemel in. Intergalactic Lovers bewijst (nogmaals) meer in zijn mars te hebben dan die paar (uitstekende) singles. We kijken reikhalzend uit naar het vervolg.

Sampha is daarna een sympathieke kerel die eerder voor een koeler seizoen lijkt gekleed dan de dertig graden die hij onder zon en spots moet trotseren. Een beetje masochist? Het zweet druipt dan ook van zijn gelaat en zijn al gauw met zweetplekken gekleurde industriële outfit wringt met de muziek die hij brengt. Die is immers ingetogen, introspectief, al pruttelen onderhuids toch opzwepende beats. De Brit bezit wel degelijk soul, maar blaast ons finaal toch niet van de sokken. Te warm? Te vroeg op de dag, enfin … vooravond?

Charlotte Gainsbourgh doet de electrosoul van haar voorganger echter snel vergeten. Geen woord over het voetbal hier. Eerder spoorde Lara Chedraoui het publiek aan om Frankrijk te boycotten en gedurende een week geen baguettes meer te consumeren, maar dat raakt ongetwijfeld Gainsbourghs koude kleren niet. De Brits-Franse actrice, cineaste en zangeres neemt plaats achter de piano en bezweert gedurende een dik uur het festivalterrein met haar sensuele beats en hese stem. Het gros van het gekozen materiaal komt uit laatste album Rest, maar ook “Lemon Incest”, ooit haar debuut als dertienjarige onder het wakende oog van papa Serge, ontbreekt niet. Het is Franse electropop, met fluisterstem, soms zingend, dan weer vertellend, die waarschijnlijk een acquired taste is, en zich eerder leent zich voor een clubconcert dan de openluchtsfeer van een festival. Desondanks krijgt Gainsbourgh het publiek overtuigend op de hand. De mix van melancholische melodieën en dromerige electro geeft je het gevoel eenzaam op een luchtmatras te dobberen, middenin de oceaan, nadat een nucleaire oorlog is losgebroken op het continent. Net niet memorabel.

Arsenal komt vervolgens laatste worp In The Rush Of Shaking Shoulders voorstellen en doet wat het doorgaans doet: een feestje bouwen. De bijwijlen voortreffelijk mix van Afro en Latijns-Amerikaanse ritmes, rock en dwingende beats, bombardeerde de band van Hendrik Willemyns en John Roan ondertussen tot hét ideale festivalorkest. Ambiance verzekerd dus. Waarvan akte op het Minnewaterspark.

Afsluiter Emeli Sandé kan al dat feestgedruis niet overtreffen. De van soul en r&b doordrenkte pop klinkt leuk op de radio, maar hier toch vooral te netjes, te gestroomlijnd, en soms zelfs te artificieel. Sandé heeft een niet te ontkennen stem, maar hoe krachtig die op plaat ook mag klinken, in Brugge komt ze niet echt uit de verf. Proper, correct, fatsoenlijk zijn niet meteen de woorden die je met intense, doorleefde soul associeert.


Dag Drie: Het betere gitaargeweld

Ryley Walker & Band Is net geen vier minuten bezig wanneer we — wegens de immense populariteit van de Belgische kust — opnieuw met enige vertraging het festivalterrein betreden. Het is liefde op het eerste gezicht. Het programmaboekje vergelijkt de Amerikaan met Nick Drake, John Martyn en Tim Buckley, zelf horen we naast die folkelementen echter ook War On Drugs en The Brian Jonestown Massacre. Zijn we meteen klaarwakker geschud en gekalmeerd na een uur filerijden. En toch moet het beste nog komen.

Meteen na Ryley Walker & Band worden we bijna letterlijk achterover geblazen door Suuns. Het viertal uit Montréal gooit neo-psychedelische muziek, punk, behoorlijk wat krautrock, experiment en hier en daar een snuifje jazz in de mixmolen, en dat levert bijzondere resultaten op. Wat een band staat hier! Vinnige gitaarriffs, ingehouden agressie, het is slaan en zalven tegelijk. Suuns is duidelijk een band die je op het podium moet meemaken, en zal in zaal ongetwijfeld nog innemender zijn.

Strand Of Oaks is het project van Timothy Showalter. De met tattoos gesierde en goedlachse Showalter betreedt vrolijk het podium en zet meteen de groove erin. Folkrock à la Neil Young? Nope! Gespierde powerrock met roots in folkrock maar tevens in harde bluesrock. Showalter schrijft over blue-collar dead-end kids, zijn eigen demonen, zijn verleden en emotionele botsingen met familie, vrienden en zichzelf. Strand Of Oaks is gedreven rock, geschreven door een (ogenschijnlijk) geschonden mens die soelaas vindt in zijn teksten en een stevige gitaarsound. Een comedown na Suuns. Ander genre. Andere emoties. Maar zonder twijfel een derde hoogtepunt op drie acts. Hattrick.

Goldfrapp als pauzemoment? Ja, waarom niet. Charlotte Gainsbourgh daags voordien indachtig, slaat ook deze electropop niet aan na Heer Walker (die backstage het Belgische bier rijkelijk laat vloeien), Suuns en Strand Of Oaks. Het publiek is er nochtans duidelijk klaar voor en zwaait dol met armen en benen. Alison Goldfrapp dient haar synthpop energiek op en slaat gensters die ons ontsnappen. Jammer.

Slowdive. Shoegaze. Drie fantastische platen gemaakt tussen 1991 en 1995. Anno 2015 stond de band er plots opnieuw, met vorig jaar zelfs een nieuwe plaat, en nu een passage in Brugge. De geluidsmix lijdt in het begin nog aan kinderziektes en ja, Neil Halstead is met stoppelbaard en pet nog steeds mijlenver verwijderd van zijn verschijning in de jaren negentig maar als dat de enige, minuscule bezwaren zijn hoort u ons niet klagen. Om maar te zeggen dat Slowdive als vanouds een nagenoeg vlekkeloos concert speelt op Cactus.

Dat begint al met opener “Slomo”. Zoals steeds blaast de heerlijke samenzang tussen Rachel Goswell en Halstead ons de sokken van het lijf. Yep, la Goswell, gekleed in een feeërieke jurk, haalt nog steeds de hoge la. In het heerlijk etherische “Slowdive” is het zwaar genieten geblazen van de als een machtige orkaan opzwellende wall of sound in de refreinen. “Catch The Breeze”, Slowdives grootste hit, kopt vervolgens met windkracht tien in open doel. Sommigen zouden wellicht een moord begaan om te weten te komen met welk effectpedaaltje Halstead en co die heerlijke geluidsmuren precies tevoorschijn toveren, maar met zulke weldadig de oren en ziel masserende prachtmuziek vergeet je alles en iedereen, inclusief die pedaaltjes.

De band staat zichtbaar ontspannen op het podium. Goswell heeft het hele concert een glimlach op het gezicht geboetseerd die niet zou misstaan bij de betere zeemeermin. Om maar te zeggen dat elk groepslid het beste van zichzelf geeft, zeker ook de drummer in het zwaar pompende “Crazy For You”. Het naar The Cure referende “Star Roving”, uit die prima comebackplaat, brengt het publiek vooraan tot herkenningsapplaus en spontaan gedans. “Souvlaki Space Station” metselt, als de betere bouwvakker, verschillende geluidslagen op elkaar tot een huis waarin het prettig vertoeven is — zie in dat verband ook het machtige “No Longer Making Time”.

“Alison” en het in een machtige finale eindigend “When The Sun Hits”, allemaal klinken ze als oude boezemvrienden die op een heerlijke geluidsgolf opnieuw je leven binnensurfen. “Sugar For The Pill” lijdt live misschien wat aan metaalmoeheid, maar de prachtige Syd Barrett-cover “Golden Hair” stuurt de criticasters wandelen. Wat een geluid! Wat een présence! Slowdive op Cactus bewijst eens te meer dat melodieus lawaai heus geen wandelende contradictie betreft en stuurt vriend en vijand met een glimlach naar huis. Een concert om in te kaderen.

En dan Mogwai, met de fles single malt paraat onder de keyboards. Live staat de groep opnieuw als een marmeren muur. De mix van subtiele, meeslepende melodieën met harde en overrompelende noise alsof er eensklaps een jumbojet laag komt overvliegen, gaat door merg en been, is allesverwoestend. Een geur van as en verschroeid engelenhaar blijft achter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in