De Beren Gieren :: Dug Out Skyscrapers

“Benieuwd wat de toekomst gaat geven,” schreven we na ons eerste concert van De Beren Gieren in 2010. Het antwoord liet niet snel op zich wachten, want het trio ontwikkelde zich aan een rotvaart tot een vaste waarde én een topper binnen de Belgische jazz. Dug Out Skyscrapers, album #5, geldt als het voorlopige hoogtepunt van die bijzondere komeetvlucht.

Het mooie van dat alles is hoe je die ontwikkeling stapsgewijs kon volgen, vanop de eerste rij kon meemaken hoe de drie een steeds overtuigender evenwicht vonden diverse invloeden en temperamenten, en hun individuele en collectieve sterktes straffer en straffer gingen uitspelen. Was A Raveling al de overtreffende trap van het uitstekende debuut Wirklich Welt So, dan liet concertopname The Detour Fish een verdieping van dat geluid horen, met gaste Susana Santos Silva. One Mirrors Many, verscheen vervolgens bij Clean Feed en bood misschien iets meer introspectie, maar liet tegelijkertijd de elektronica binnensijpelen. Die treedt nu nog prominenter naar voren op een album dat verankerd is in de vertrouwde DBG-wereld, maar soms ook klinkt alsof we allemaal een paar jaar overgeslagen hebben.

De strakke albumcover (alweer een illustratie van Kevin Vanwonterghem en lay-out van Luchtrat) heeft een vage sci-fi-vibe. Misschien zit er ver weg zelfs een hint van post-apocalyptisch onheil in. Het is alleszins een beeld dat ook gespiegeld wordt door de muziek op het album. Naar aloude DBG-traditie zitten er een paar fraaie, compacte stukjes bij uit de “Broensgebuzze”-reeks, waarvan het negende het album aftrapt, maar vanaf “Voorlopige Dagen” beland je in een wereld waarin alles op losse schroeven gezet wordt. Een lichtjes desoriënterende wereld die meer dan ooit naar binnen kijkt, zichzelf in vraag stelt, in dialoog gaat met zichzelf ook. Dat heeft gevolgen voor de composities, die nu minder aanvoelen als eclectische horizontale verkenningen, en meer als verticale onderzoeken in de diepte, om van daar klank, harmonie en dynamiek onder de loep houden.

Het album barst dan ook van composities die een merkwaardig verbond vinden van een brede dynamiek en tegelijkertijd een trance die je terplekke bevriest met repetitieve patronen, eindeloos herhaalde motieven of soms erg minimalistisch aandoende ideeën. “Voorlopige Dagen” is daar met z’n uitgebeende processieritme, galmende effecten en iele pianoverhalen een fraai voorbeeld van. Het baadt in een vaag ritualistische sfeer, waarin reguliere en inside klanken gefragmenteerd en opgelost worden. Een vergelijkbare oefening in herhaling vind je ook in het nog zwaarder stompende titelnummer aan het einde van de plaat. Het beklopte pianohout klinkt als een industriële echo, de elektronische effecten zijn buien in de verte. Het suggereert een kale woestenij, die in “Distrusters” nog desolater klinkt. Het is een onwennig geluid dat gaandeweg onder de huid kruipt om van daaruit het gemoed te overmeesteren.

Door de langere stukken over je hen te laten golven, ga je ook beseffen hoe goed Fulco Ottervanger, Lieven Van Pée en Simon Segers geworden zijn in het spelen met kleur. Of, misschien toepasselijker, met grijstinten. De excentrieke dynamiek en vele effecten suggereren dan wel donkerte, maar vooral Ottervanger blijft hier en daar zorgen voor een speelse, frivole toets, die regelmatig binnendringt als een lichtspeer door een smalle kier. De goedlachse, buitelende stukken waarmee ze vroeger al zo’n indruk wisten te maken, zijn trouwens niet verdwenen, want tussen het zwaarmoediger werk zorgen ze voor korte energiestootjes die voorkomen dat het al té homogeen wordt. “Weight Of An Image” is één en al voorwaartse stuwing met een manische finale, terwijl “Music For A Seachange” met dat kinderlijke motiefje en die opduikende zang het onschuldige element behoudt. “Oude Beren” is de aandringende, in je gezicht gekeilde variant.

Het mooist van al aan Dug Out Skyscrapers, is misschien wel dat het ondanks die combinatie van variatie en overkoepelende samenhang, een flow bewaart waarin elk stuk van tel is en alle onderdelen gaandeweg (een deel van) hun geheimen prijsgeven. Zelfs het repetitief schuifelende “Zeeland” en het exotisch getinte “De Belofte Treurwals” blijken goed voor een onverwachte verleidingsdans. Het is De Beren Gieren ten voeten uit. Terwijl ze een sound bereikt hebben die misschien verder dan ooit afstaat van de klassieke jazz (en hun eigen debuut), lijken ze tegelijkertijd hun meest persoonlijke, essentiële statement gemaakt te hebben. Eentje waarin licht en duisternis, ernst en lichtvoetigheid, complexiteit en eenvoud een prikkelend parcours verkennen en experimenteerdrift leidt tot hun meest eigentijdse, en misschien zelfs toegankelijke plaat. Een album om potten mee te breken, inderdaad.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in