Baby Driver

Enkele jaren geleden werd Edgar Wright aan de kant gezet/stapte hij uit
eigen beweging op (schrap wat niet past) bij de productie van Ant-Man omdat hij er te veel zijn eigen ding mee wilde doen – iets
dat je als regisseur bij Marvel en Disney zelden in dank wordt afgenomen.
Terwijl Peyton Reed Ant-Man dan maar vakkundig de grijze middelmaat
inmikte waar alle andere Marvelfilms zich ook nestelen, besloot Wright
terug te keren naar een oud idee dat hij al jaren lang in zijn lade had
liggen: een chase movie, die vrijwel volledig gestructureerd en
gemonteerd zou worden rond pop songs.

Omdat hij nu eenmaal moeilijk anders kon, heeft hij er zelfs een plot aan
toegevoegd, hoewel die duidelijk van minder belang is. Ansel Elgort (de man candy uit The Fault in Our Stars) speelt Baby, een
vluchtwagenbestuurder die continu naar muziek luistert op zijn iPod om het
gesuis van zijn tinnitus te overstemmen. Hij is in dienst van Doc (Kevin
Spacey), een raadselachtige topcrimineel die spectaculaire overvallen plant
en ze dan laat plegen door geassorteerd tuig zoals Buddy (Jon Hamm),
Darling (Eiza Gonzalez) en vooral de geschifte Bats (Jamie Foxx), met Baby
als getaway man. Na een laatste klus heeft Baby eindelijk zijn
schulden aan Doc terugbetaald – hij waant zichzelf een vrij man en maakt
zich klaar om de zonsondergang tegemoet te rijden met zijn liefje Debora
(Lily James, bekend van Downton Abbey en de live action Cinderella van enkele jaren geleden). Maar uiteraard was het niet de
laatste klus. D’uh.

Baby Driver
heeft regelmatig kritiek gekregen omwille van het gebrek aan originaliteit
in de plot en de stereotypering van de personages, wat vooral aantoont dat
je echt wel met het juiste referentiekader naar de film moet gaan kijken.
Wright haalde zijn mosterd voor een groot deel bij jaren zeventig-films als The Driver van Walter Hill en in mindere mate Thief van
Michael Mann: spartaanse thrillers, die zelf dan weer hevig beïnvloed waren
door de verhaalstructuren van westerns en film noirs. Het spelletje “spot
de invloeden” is er een dat meestal voor zeer weinig goed is behalve om de
spelers ervan de kans te geven hun filmkennis te etaleren, maar in dit
geval helpt het wel: je kan een rechte lijn trekken van de plotstructuren
van de westerns van Howard Hawks naar de urban westerns van Walter
Hill en nu naar Baby Driver. Hill ruilde de paarden in voor auto’s
en nu voegt Wright daar zijn muzikale, veel luchtiger stijl aan toe. (Een
alternatieve route om tot aan Baby Driver te raken, is van Badlands over True Romance, maar die links lijken ons minder
nadrukkelijk aanwezig.) Dus uiteraard gebruikt de plot archetypen die al
decennia lang meegaan. Who cares? En dat is dan nog buiten het feit
gerekend dat Wright wel degelijk wat kleine verrassingen in petto heeft
tijdens de derde akte, met personages die zich op onverwachte manieren
ontwikkelen.

Veel interessanter is de funky stijl die Wright aan de film geeft. Baby Driver is in feite een musical met auto’s: de actie is
zorgvuldig gemonteerd om de beats van de muziek te volgen, en zelfs wanneer
er geen achtervolging aan de gang is, bewegen de acteurs zich alsof ze half
aan het dansen zijn.

Iedereen die ooit de “Don’t stop me now”-sequens inShaun of the Dead heeft gezien, of gewoon héél Scott Pilgrim vs the World, zal begrijpen dat dit zowat het ultieme
Edgar Wright-concept is: een ongegeneerd excuus om twee uur lang te spelen
met de combinatie van muziek, mise-en-scène en montage, om zijn film toch
maar zo zintuiglijk mogelijk te maken. Dat is wat Wright graag doet en waar
hij goed in is. Hij is geen regisseur van de diepzinnige thema’s of
doorwrochte karakterschetsen; hij wil vooral zijn techniek zodanig finetunen dat hij een soort wall of sound and vision kan
creëren, naar analogie met de beruchte wall of sound van Phil
Spector. Het resultaat blijkt dan ook exact te zijn wat je ervan verwacht
had: een hyperkinetische, opgefokte joy ride, die zorgvuldig
gecalibreerd is om net genoeg, maar niet te veel te geven. Wright is
te intelligent om te vervallen in hersenloze orgieën van actie en lawaai à
la Michael Bay – niet alleen omdat Wright zijn actiescènes wél
overzichtelijk regisseert, maar vooral ook omdat hij er genoeg
zelfrelativerende humor in steekt om echt bombast te vermijden.

Meer dan wat ook is Baby Driver heel duidelijk een zeldzame
mainstreamfilm die gemaakt is door een individu, in plaats van een anoniem
comité aan producenten die allemaal hun zeg moesten doen. Rogue One
was niet slecht, maar het was wel zeer duidelijk een Disney-productie, in
plaats van een Gareth Edwards-film. En hetzelfde gaat op voor quasi élke
Marvelfilm. Hier zie je dat Wright de touwtjes heel strak in handen heeft:
hij heeft exact de film gemaakt die hij wilde maken, en het plezier dat hij
er aan beleeft, spat er van af.

Ansel Elgort toont zowaar wat charisma als Baby – hij heeft niet zo gek
veel tekst, zodat zijn lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen erg belangrijk
worden. Dat gaat hem opvallend goed af, voornamelijk omdat hij echt wel
ritme in zijn lijf heeft en zijn bewegingen, in combinatie met de montage,
erg veel energie aan de film geven. Kevin Spacey staat Burt Lancaster in The Sweet Smell of Success te kanaliseren als Doc en amuseert zich
daar duidelijk mee, hoewel het ook wel hoog tijd is dat hij nog eens een
rol aanvaardt waarin hij wat subtieler aan de slag mag. En ook voor de rest
heeft Wright een degelijke cast samengesteld, met Lilly James als charmantelove interest, en Jon Hamm en Jamie Foxx als rivaliserende heavies.

Mensen die Wright een derivatieve filmmaker vinden, hebben ergens wel een
punt: Shaun of the Dead was zijn Romerofilm, Hot Fuzz zijnPoint Break, The World’s End zijnInvasion of the Body Snatchers en zo kan je door gaan. Baby Driver is zijn seventies chase movie, maar dan met de
volumeknop open tot 11. Dat klopt natuurlijk allemaal wel, maar zijn
technische talent, zijn zwierige stijl en zijn pure filmvreugde zorgen
ervoor dat zijn hommages toch telkens een zeer specifieke toon krijgen. En
overigens, waarom zou Tarantino dat wél mogen en Wright niet? Wright doet
het alvast met veel minder pretentie. Baby Driver is niet het een of
ander tijdloos meesterwerk, nee – maar veel meer fun zal je deze zomer niet
in een cinema beleven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in