Bob Dylan :: 24 april 2017, Lotto Arena

Er zijn nog zekerheden in het leven. Zo doet de Europese tour van Bob Dylan om de twee jaar geheid ons landje aan. Deze keer stond hij niet in het vertrouwde Vorst Nationaal maar wel in de Antwerpse Lotto Arena. Met een Nobelprijs onder de arm.

De toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Bob Dylan zorgde voor een ware soap. Eerst was er de totale stilte tot hij plots de prijs toch aanvaardde en doodleuk Patti Smith als plaatsvervanger naar de ceremonie stuurde. De verplichte lezing voor het Nobelcomité leek niet door te gaan tot die uiteindelijk toch nog plaatsvond in de catacomben van het hotel in Stockholm waar hij eerder deze maand verbleef bij het begin van deze tour. Tel daarbij nog dat hij een paar weken geleden een nieuwe reeks Sinatra-covers op de mensheid losliet met zijn driedubbelaar Triplicate en er waren genoeg redenen om vol verwachting uit te kijken naar deze passage.

Na het verschijnen van Tempest in 2012 — nog altijd zijn meest recente album met eigen nummers — gooide Dylan de setlist redelijk drastisch om. Stonden voordien de jaren 60 centraal in de set, dan keerde het toen. De klemtoon lag daarna vooral op recenter werk, zijn oude klassiekers maakten plots een veel kleiner deel uit van het concert. Een gouden zet bleek dat, want dat die nummers pasten zijn huidige vocale mogelijkheden beter. Het grote nadeel is dan weer dat de setlists sindsdien tijdens een tour bijna in steen gebeiteld staan en dat variatie meestal tot een absoluut minimum wordt herleid.

Dat werd nogmaals geïllustreerd door net zoals bij de vorige twee Belgische optredens met “Things Have Changed” te openen. Al viel daar niet over te klagen, want met zijn urgente, roffelende drums was de wat korrelige versie die we te horen kregen meer dan geslaagd. Hetzelfde kon niet gezegd worden van de daaropvolgende sixties-klassiekers. “Don’t Think Twice, It’s Alright” klonk eerder als een ongevaarlijke kruising tussen belegen folk-rock en swing en bij “Highway 61 Revisited” ontbrak het schuim op de lippen van het origineel. Vanaf een swampy “Beyond Here Lies Nothing” — niet toevallig een recent nummer — ging het niveau gelukkig weer meteen de hoogte in.

Waar zijn covers uit het Great American Songbook op plaat wel mooi klinken maar waarvan de overdaad zelfs de meest geharde Dylanfan stilaan een indigestie bezorgt, leveren ze live wel vuurwerk op. Dylan zong ze — microfoonstandaard diagonaal in de hand — niet vooraan op het podium maar achteraan, tussen zijn muzikanten in. Waar hij op andere nummers wel eens vergeet te articuleren, hoor je hier elke nuance, versta je elk woord, je voelt het gevoel dat hij er in legt. Tijdens nummers als “Melancholy Mood”, “All Or Nothing At All” of “Why Try to Change Me Now” leek de Lotto Arena even — héél even want het blijft natuurlijk een zielloze bunker — een rokerige nachtclub uit vervlogen tijden.

Af en toe kwam Dylan achter zijn vleugelpiano vandaan om een nummer te brengen of een danspasje te placeren. Voor zover je van het ene been op het andere huppelen als dansen kan beschouwen uiteraard. Moderne klassieker “Pay In Blood” klonk ook gisteren weer dreigend en “Duquesne Whistle” was heerlijke dixieland die je meenam naar een New Orleans van lang vervlogen tijden. Dat Dylan een meester van de blues is, bewees hij met de repetitief voortdenderende bluesshuffle van “Early Roman Kings”. Af en toe diepte hij nog eens een klassieker uit zijn oeuvre op. Het onverwoestbare “Tangled Up In Blue” kreeg een licht gewijzigde tekst mee en “Desolation Row” wat tierlantijntjes, maar dat nummer kan dat verdragen.

De croonende Dylan kreeg je niet enkel te horen in de Sinatra-covers, maar evenzeer in eigen werk als “Spirit On The Water” en “Long And Wasted Years”. Sloom en wiegend, maar tegelijk verleidelijk met Dylan die de ene keer speels klonk, de andere keer melancholisch. Een van de absolute hoogtepunten zat al een eind richting het einde van de set. “Love Sick” was slepend en hypnotiserend, mysterieus en ongrijpbaar. Afgesloten werd er met de standard “Autumn Leaves” waarin Donnie Herron met zijn pedal steel voor een heerlijke weemoedige laatavondsfeer zorgde.

In de bisnummers schotelde Dylan nog twee klassiekers voor. “Blowin’ In The Wind” kreeg net zoals de voorbije keren weer een folkrock-arrangement aangemeten, maar het is een jasje dat het nummer niet makkelijk zit. Een probleem waarmee het slotnummer gelukkig niet geconfronteerd werd. In een bluesy “Ballad Of A Thin Man” zong Dylan met de verbetenheid van zijn 25-jarige zelf, het venijn droop ervan af. Een indrukwekkend slotakkoord van het concert.

Deze passage was niet het beste concert dat we Dylan al zagen geven, maar zeker ook niet het slechtste. Hij mocht dan wel weer zijn zwijgzame zelf zijn — deze keer was er zelfs geen plaats voor een simpel “thank you” — ook deze keer toonde hij dat hij een volstrekt uniek muzikant is. Eentje die het zich kan permitteren uit zijn gezinsverpakking klassiekers maar een handvol nummers te selecteren en de rest van het concert enkel te vullen met recenter werk zonder dat het publiek zich daartoe tekortgedaan voelt. Legendarische concerten zoals in de jaren 60 en 70 speelt Dylan al lang niet meer, maar prestaties als gisteren tonen dat hij als performer nog lang niet is uitgeteld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in