Colin Stetson :: 20 april 2017, De Roma

25 maart 2010, de dag staat in ons geheugen gegrift. Het was toen we Colin Stetson voor het eerst een soloconcert zagen spelen, met een nieuw, verbluffend geluid. Intussen is er veel veranderd — een handvol releases zijn erbij gekomen, de technieken werden geperfectioneerd en het speelveld uitgebreid — maar ondanks de kleine nadelen die komen kijken bij een gestage opmars blijft het nog altijd een belevenis om de man aan het werk te zien.

Maar eerst: de filehel, die ons duidelijk maakt dat we concerten in het Antwerpse binnen een paar jaar definitief uit onze agenda kunnen schrappen. Net op tijd om nog een klein stukje mee te pikken van het optreden van Mario Batkovic. De Bosnische Zwitser maakt volgens collega (bw) “accordeonmuziek voor wie niet graag naar accordeonmuziek luistert”. Dat betekent: het sfeertje van Vlaamse volkscafés en Oberbayern-leute is vakkundig weggesneden en wat overblijft is een exploratie van grommende schaduwtinten, waarbij de mechaniek van de trekzak al net zo bepalend is als die van Stetsons instrumenten.

Diepe bassen en loodzware weemoed. Het voorbije decennium waren er wat bands die het instrument even salonfähig maakten — denk DeVotchKa, Beirut of A Hawk and A Hacksaw — maar bij Batkovic is het geen Slavisch vernislaagje op pronte indiepop, wel regelrechte Balkanblues in afgelijnd minimalisme en dreigend-repetitieve structuren, versmachtend alsof hij een uitvoering brengt van Mansells score voor Requiem For A Dream. De weelde van stijl en techniek zorgt voor resultaten die net iets monochromer zijn dan die van de hoofdact, maar Batkovic kreeg de (verrassend goedgevulde) zaal moeiteloos op z’n hand en rondde af met een slome begrafenisrede.

En dan, plaats ruimen voor de man die eigenhandig zorgde voor een revival van de blowjobmop. Sinds 2010 is er dan ook wat gebeurd. Colin Stetson rondde zijn (terecht) bejubelde New History Warfare-trilogie af, maakte een fraaie plaat met levenspartner Sarah Neufeld, zorgde voor een overtuigende interpretatie van Górecki’s Derde en maakte grote sier in rockmiddens met enkele opgemerkte gastbijdragen. In De Roma stond hij om zijn nieuwe soloalbum All This I Do For Glory (nog niet officieel uit, maar wel al te koop) te promoten.

Je zou kunnen zeggen dat die zo’n beetje verder borduurt op het eerder verschenen materiaal, want de combinatie van circulaire ademhaling, multiphonics, keelzang en ingenieus gebruik van microfoons (zelden zo’n hoop kabels aan blaasinstrumenten zien hangen) leidt nog altijd tot onwezenlijke resultaten. Dat Stetson intussen in grotere zalen staat, heeft voor- én nadelen. Zo is het volume, zeker als hij de bassax omgespt, voldoende om je half van je stoel te pegelen. Hij had nog maar z’n kleppen aangeraakt tijdens een uitgesponnen uitvoering van “Judges” en het leek al alsof er een oorlog woedde onder het gebouw, of een bombardement gaande was op de Turnhoutsebaan.

Het stuk klonk overtuigend als vanouds, met een knappe verwerking van “Fear Of The Unknown And The Blazing Sun” in het middenluik, maar door die uit de speakers gulpende sound was het wel balanceren op het randje van het welvoeglijke en het corpulente. De frontale impact is natuurlijk een belangrijk deel van het verhaal, maar die ging hier en daar ten koste van nuance en klankkleur (zou het kunnen dat de man wordt klaargemaakt voor de festivalzomer? Gent Jazz, misschien?). Die waren dan weer sterker aanwezig in de stukken waarvoor hij de altsax gebruikt. Zowel “Spindrift” uit het nieuwe album als een stuk dat hij later in de set speelde, zorgden er niet voor dat je bruut werd neergekwakt, maar opgetild en de ruimte rondgedragen door die lyrische verhevenheid. Het is in die delicater geschetste cyclische patronen dat de magie van Stetsons kunnen het meest tastbaar is.

Uit de samenwerking met Neufeld heeft de man intussen ook de contrabasklarinet bewaard, een instrument dat zo mogelijk nog diepere frequenties aankan dan de bassax, en waarmee in “Between Water And Wind” iets uitgestoken werd dat nog het best omschreven kan worden als een minimale, tribale, ultralijfelijke techno. Door het maximaal uitspelen van percussieve handbewegingen leek het wel alsof de tektonische platen begonnen te schuiven. Het was duidelijk: Stetson kon gaan voor de overrompeling en dat deed hij dan ook. De set werd afgerond met twee stukken voor bassax, waarvan het compacte eerste beelden van hoefgetrappel en in bloed bedekte slagvelden opriep, en het tweede een soms gewelddadige tour de force was tussen moddervette drones, donderslagen en een eindeloos doordaverende onheilsprocessie.

Stetson heeft zijn technische meesterschap intussen al lang bewezen met een imposante reeks albums en concerten, en in De Roma kreeg hij de kans om dat maximaal in de verf te zetten. Dat was verbluffend, zeker als je het voor de eerste keer zag, maar het deed ons beseffen dat die muziek ook werkte, en misschien nog iets rijker en genuanceerder, op mensenmaat, nog altijd onze lievelingsmaat. Maar kom, je zou wel zot zijn om zo’n IMAX-ervaring af te slaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in