Peter Silberman :: Impermanence

Het zijn moeilijke tijden voor Amerikanen, en zeker voor de meer gevoelige types zoals Peter Silberman er eentje is. Toch is zijn plaat een druppel schoonheid in de botte wereld van vandaag.

Die Peter Silberman, dat is natuurlijk de tere ziel achter The Antlers, een van de boeiendste indiegroepen van het moment. Met die band maakte hij de moderne klassieker Hospice, een indringend meesterwerk over terminale ziekte en mentale chantage. Daarna waren er het meer toegankelijke Burst Apart (2011) en de emotionele natte dweil Familiars (2014). Voordat The Antlers als groep naar voren trad, was de band echter een solo-zolderkamerproject van Silberman, zwaar beïnvloed door The Microphones. Hij bracht in die hoedanigheid Uprooted (2006) en In The Attic Of The Universe (2007) uit, en naar die fase keert hij nu een beetje terug met zijn eerste soloplaat.

Muzikaal gezien ligt de muziek op Impermanence in het verlengde van de kalere, weidsere nummers op de laatste platen van The Antlers. Denk aan “Hounds” of “Corsicana” (niet toevallig een nummer dat hij ook solo brengt), of de nummers van de Undersea-ep, maar dan ijler. De reden daarvoor ligt in de gehoorproblemen die Silberman een tijd terug opliep, wat hem extreem gevoelig maakte voor elke vorm van geluid. Hij omschrijft het zelf als “de Niagara Falls in mijn hoofd”. Eerst vreesde hij een totaal einde van zijn muzikale leven, maar langzaam maar zeker ebde de tinnitus weg en kwam er weer wat hoop bij de zanger.

In de tussentijd ontdekte Silberman echter wel weer de waarde van stilte, iets wat hij nu ook vertaalt naar de zes nummers die op Impermanence (een titel die verwijst naar een van de centrale leren uit het boeddhisme) te vinden zijn. Daarop laat de zanger de muziek expliciet een dialoog aangaan met de stille ruimtes tussen de noten. Zowel geluid als de afwezigheid daarvan dragen elk op hun manier de plaat. Dat maakt van Impermanence een plaat waarin je moet groeien. Bij de eerste luisterbeurten voelt het vooral aan alsof Silberman zijn hand overspeelt heeft. De plaat lijkt te bestaan uit ijle, nauwelijks aan elkaar hangende songs die je aandacht op het irritante af op de proef stellen. De al niet van enige zweverigheid verstoken Silberman lijkt nu helemaal verzopen in mindfulness en verdwaald in een iets te arty-farty ambientplaat, waar hij dan toevallig ook een paar noten op zingt.

Hoe langer je echter doorzet, hoe meer je de schoonheid begint te zien in wat je eerst nog pretentieus of saai vond. Openingssong “Karuna” is bijvoorbeeld zo’n nummer dat eerst minutenlang nergens heen lijkt te gaan. De twijfelende gitaarnoten en uitgespreide zang van Silberman werken in het begin vooral danig op de zenuwen. Pas wanneer het nummer op het einde openbarst, je je gedachten wat los begint te laten en de opbouw van de song over je heen laat komen, snap je waar Silberman heen wil. Het nummer bloeit prachtig open in zijn tweede helft, met die typische mooie falset van Silberman die je meesleept en de troostrijke klank van zijn gitaar die daar de perfecte begeleiden bij vormt.

Pas dan wordt de rol van die eerste minuten duidelijk en begin je ook die te appreciëren. Zoals bij een boek dat je de hele tijd met opgeheven wenkbrauwen zit te lezen, tot op de laatste vijf bladzijden alles in elkaar valt en de tranen je in de ogen springen omdat je opeens de tragiek van wat ervoor kwam snapt. Hetzelfde bij “Ahimsa”, waarin Silberman heel subtiel laagje per laagje opstapelt, terwijl hij als een gebed ” No violence” blijft prevelen. Alleen “Gone Beyond” blijft te veel op de achtergrond om te overtuigen. Je blijft als luisteraar wat op je honger zitten, ondanks de mooie minuten in het middendeel waar Silberman wel de juiste balans vindt tussen lijzigheid en een pakkende melodie.

Daarnaast staan er ook wel meer concrete nummers op Impermanence. “New York” is daarbij waarschijnlijk nog het meest klassieke, gestructureerde nummer en leunt zo nog het dichtst aan bij de muziek van The Antlers. “Maya” is een mooi wiegeliedje waarop een simpele gitaar muziek terugbrengt tot zijn essentie. Silberman lijkt wel vlak naast je oor te liggen wanneer hij zachtjes “Goodbye” fluistert. Het titelnummer sluit de plaat af door terug te keren naar de stilte waarmee alles begonnen is. Wanneer je hem de kans geeft, ontpopt Impermanence zich zo als een prachtplaat. Het is zoveel meer dan een arty ambientplaat van een New Yorker die te veel in koffiebars of tussen de wierookgeur van pseudospiritualiteit gezeten heeft. Het is meer dan een ambientplaat met toevallig wat zang op. Naast de muziek moet je ook de stilte en de ruimte tussen de noten over je heen laten komen. Je moet even meegaan in de uitgestrekte wereld van Silberman, ver weg van de hectiek van de wereld. Oprechte emotie en een herwaardering van de stilte, dat is al heel wat in onze weinig hoopvolle tijden.

Silberman speelt op 23/4 in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in