Eurosonic 2017 :: The riot girl from Ipanema

Kijk, het is koud, ja. En van Werchter, Dour en Pukkelpop weten we al bijna niet meer hoe het voelde, maar wij hebben langzamerhand weer verdomd zin in festivals. Zijn wij dus dankbaar dat de hele Europese platenbusiness half januari traditiegetrouw op Jamboree komt in Groningen? Nog geen beetje. Uw naar zomer hunkerende team aarzelt dan ook niet: bottinnen aan, rugzak om en de trein op!

Woensdag 11 januari

Dag één, dat is altijd die van de grote honger, niet alleen naar muziek, maar ook – na zo’n stevige treinreis – naar stevig voedsel. Het is dan ook met een kleine indigestie dat we aan de werkzaamheden beginnen. Zullen we qua concerten wél maat weten te houden? Met dertien bands op ons to do lijstje? Fat chance.

20.00u. Grand Theatre.         Meisjes met gitaren om de dag te beginnen? Volgaarne! Bij de bedeesd ogende Holly Macve weliswaar géén rock-‘n-roll: opener “The Corner Of My Mind” (met de prachtzin “there is a beast that lives in the corner of my mind / and you are the only one to make his eyes appear kind”) is een mooie, verhalende song zoals Angel Olsen ze op haar eerste platen ook schreef, maar de minimale inkleuring met niets dan twee gitaren mist de piano en ijle backing vocals van de veel beklijvendere albumversie. Macve blijkt niet enkel te vertellen zoals Olsen, ze heeft ook diezelfde jodel in haar stem. De meer twangy draai die zij er aan geeft in klassieke country als “Heartbreak Blues”, hoeft dan weer niet zo nodig: het voelt wat onecht aan, meer een trucje dan oprechte emotie, waardoor de nummers je nergens écht te pakken hebben. Er zijn ongetwijfeld tientallen Amerikaanse bars die dit soort goedaardige countryfolk met open armen zullen verwelkomen, maar een iets rauwer randje zou Macve geen kwaad doen.

20u. De Spieghel Up         Garagerockbandjes; elk land heeft er vijftien, dus je moet al verdomd goed zijn om er uit te springen. Is The Courettes dat? Nou, neen, maar wat het Deense duo mist aan substantie, maakt het goed met zijn drive. De riff van “The Boy I Love” hebben we al minstens zevenduizend keer gehoord, maar het maakt niet veel uit als de Braziliaanse Flavia Couri het met veel flair uit haar zes snaren perst. Als een kleine Zuid-Amerikaanse furie kronkelt ze zich doorheen de songs, en kondigt ze met veel flair aan, in vol pathos uitgesproken Nederlands (Dank-u-WEL!) terwijl drummer Martin Couri alles van aan de zijlijn becommentarieert. Maar Flavia wint. Elke keer.”Now, you all know ‘The Girl From Ipanema’ – she’s my grandmother. Let me now introduce you to the riot girl from Ipanema”; en hop daar zijn we weer vertrokken voor anderhalve minuut heerlijk lawaai. En als er dan toch eens een plakker wordt gespeeld, dan doet ze Martin halverwege de break wel even gezellig binnen, om vervolgens de draad weer perfect op te pikken. Uiteindelijk is het Martin die het laatste woord krijgt: “Eurosonic, you can go home now; You’ve seen the best.” Dat nu ook weer niet, maar het festival is alvast lekker begonnen. Meerrrrrr!

21u. Vera         Al een geluk dat Mike Patton hier niet achteraan een interview staat te geven; het “What is this, 1992?” was anders niet van de lucht geweest. Het voltallige Communions was nog niet eens geboren toen Britpop de neus aan het venster stak, maar met een openende drumbeat waarop het aangenaam Bezzen is, is er geen ontkennen aan, waar de mosterd is gehaald: het Engeland van Oasis, The Verve en Suede. Daar kan weinig bezwaar tegen zijn, want dit viertal uit (alweer) Denemarken pakt uit met een set vol onweerstaanbare popsongs. Jammer dus dat die opener “Forget It’s A Dream” toch ietwat plat valt. Het lijkt alsof de band maar wat naast elkaar staat te spelen, en nog veel tourwerk nodig zal hebben om echt strak te worden. Dat er tussen elk nummer ook even wazig naar elkaar wordt gekeken met een blik van “wat nu?” helpt ook niet. Zijn dit de zenuwen die – drie weken voor de release van debuut Blue — door de keel razen? Het is niet nodig; Blue is een fijne popplaat.

Halverwege deze veel te korte set, raakt Communions gelukkig toch onder stoom. Frontman Martin Rehof – hij het met leren jasje dat aan de Suede van Coming Up doet denken – lijkt eindelijk te geloven in wat hij doet, en Jacob van Deurs Formann laat zich opmerken als echte uitblinker. Telkens opnieuw laat de gitarist zijn zes snaren Supersonic oploeien, of psychedelisch weids gaan, en elke keer is het goed voor een extra melodie die het nummer naar een hoger plan tilt. Het is dan ook te vroeg wanneer “Got To Be Free” met een uitgesponnen outro moet afsluiten; wij hadden nog gerekend op de ultieme popsong “Don’t Hold Anything Back”. Het zal voor mei zijn, wanneer Communions naar Les Nuits Botanique komt.

21.45u. Der AA Theater.         Een klein fietstochtje later vallen we binnen bij Teksti-TV 666, een hoopje losgeslagen Finnen die héél erg van jakkerende gitaren houden. Maar liefst vijf gitaristen heeft deze band bij, die samen met hun drummer en bassist een groovend gedonder voortbrengen waardoor het voelt alsof we net een feestje in het repetitiehok van Andrew WK hebben gepartycrasht. Party hard, inderdaad, en dat zal de nerveuze stage manager geweten hebben: waarom hij de groep plots van het podium wil krijgen (te lang? te luid?) is niet helemaal duidelijk, maar de heren zijn alvast niet van plan mee te gaan in zijn plannetje – volgens ons en hun schema hebben ze zeker nog tien minuten — en beginnen doodleuk aan een extra lang nieuw nummer. Zoals alles in het Fins gezongen, kwestie van internationaal appeal. Zo’n je-m’en-foutisme, vergezeld van ongecompliceerd podiumplezier én strakke songs, dat zien wij bijzonder graag.

23.00u. Grand Theatre.          Eurosonic, dat is ook ieder jaar weer eindeloos in de rij staan, met wisselend succes. Bij Anna Meredith zijn de pompende bassen van het waanzinnige “Nautilus” tot buiten te horen, maar wie uiteindelijk binnen geraakt, moet zijn beeld meteen bijstellen: het zijn dikke vette beats, ja, maar de leverancier van dit gedaver blijkt een ouderwetse tuba te zijn. Niet helemààl verwonderlijk, Anna Meredith heeft immers al een carrière uitgebouwd in de klassieke muziek, en gebruikt nu haar instrumentarium (tuba dus, maar ook klarinet en cello, en niet minder dan drie glockenspiels) voor een hedendaagser geluid dat af en toe ontspoort richting stevige dance. Dat bonkt en stampt maar, als een levende pletwals die zich erg grondig van zijn taak kwijt, maar altijd wringt er wel één instrument tegen, waardoor dit nooit gewoon maar platte clubmuziek is. Af en toe wordt een adempauze ingelast om bijvoorbeeld de cello alle ruimte te laten, maar lang duurt dat nooit: steeds weer barsten de nummers los in wilde euforie, met een Meredith die met onstuitbaar enthousiasme blijft hameren en blazen. Klein splinterbommetje, dit.

22.30u. De Spieghel.          Véél te druk bij Fil Bo Riva in Huize Maas, dus we wagen onze kans bij Exmagician, die net de geneugten van spelen in Nederland aan het bezingen zijn – “veel beter bier, zelfs al is het Heineken”. Kom dan maar eens naar België, zouden we zeggen, gesteld dat de band iets interessants te bieden had. Helaas. Stelt (lt) het ene moment nog vast dat de indierock van deze Ieren een beetje naar Grandaddy neigt, dan rammelt het later alle kanten op, waarvan vooral dat ene belegen bluesboogienummer zeker niet the way to go is. Dit miste sprankel, pit en vooral smaak. Nog fletser dan een Heineken, quoi.

23u. De Spieghel Up.         Propere hemdjes, propere broeken, bruine pull. Vorige week de kapper nog gezien en een netjes getrimde baard. Als dit geen indie wordt, dan weten we het niet. Beach Beach zet het effectief op een jengelen met gitaartjes die zo uit de schattige hoekjes van de jaren tachtigondergrond konden komen, en voegt daar een licht jachtige ninetiesvibe aan toe. Moeten wij al eens aan denken: Twerps, maar het had net zo goed een andere geestesgenoot kunnen zijn. Niets bijzonders dus. We gunnen Beach Beach veel succes in de Barcelonees-Mallorquinse scene waar hij vandaan komt, maar om die te ontstijgen zal de groep toch nog nét iets meer eigen smoel moeten ontwikkelen.

00.08u. Huize Maas.         Roept (mvs) al van in de hal aanschuivend spontaan: “Whoo!”. Tja, dan weet je dat het daarbinnen misschien wel een béétje naar The War On Drugs zal ruiken. Bij het Deens-Australische Palace Winter stinkt het ronduit naar Adam Granduciel en consoorten, maar ze hebben zijn lessen niet helemaal begrepen. De dikker aangezette elektronische onderlaag die Caspar Hesselager de songs meegeeft kan vaak iets verhullen, maar wanneer die al eens wegvalt, wordt pas duidelijk hoe de songs van Carl Coleman (hij met het vettige accent) de spanning en opbouw missen die van hun grote voorbeeld wel zo’n opwindende band maken. Zeggen wij: beter een eigen smoel vinden, dan slecht kopiëren.

01.15u. De Spieghel.          Vorig jaar nog in het kleine bovenzaaltje, dit jaar gepromoveerd naar de “grote” zaal van De Spieghel: Amber Arcades. “Neerlands trots”, zo vangen we op in het publiek, maar frontvrouw Annelotte de Graaf kijkt duidelijk vooral over de grenzen. Niet alleen spreekt ze De Spieghel consequent in het Engels aan, het is ook het geluid van Amber Arcades dat nogal onhollands is. De dromerige, weidse gitaarpop van het wat onder de radar gebleven Fading Lines ontvlucht de polders en kiest resoluut voor Amerikaanse vergezichten, terwijl de glasheldere stem van de Graaf van staalblauwe luchten doet dromen. Soms, zoals in “Right Now”, mag dat met wat extra power van de drums zijn, terwijl in “Perpetuum Mobile” een vleugje doo-wop sluipt met een baslijn die Ben E King ooit ook al schreef.

Er wordt ook aan nieuwe songs gewerkt, zo blijkt, waarvan eentje met als werktitel “Rock Song” – het nummer is gelukkig beter dan de titel. Aan de twee sterke nieuwelingen hoor je ook dat Amber Arcades pakken verder staat dan bij de vorige passage: de band is er niet louter meer om de Graaf te begeleiden, deze keer is er écht samenspel en samenhang. “Turning Light”, met de motorische drive van de drumcomputer en opflakkerende synths, is nog steeds een gedroomde afsluiter. Laag na laag wordt het nummer opgebouwd, minutenlang, met steeds weer die stem als baken. We gaan het niet blijven schrijven, maar: veelbelovender dan Amber Arcades komen ze in Nederland voorlopig niet.
En dat deze Belgen nu gaan slapen, want we zijn afgepeigerd. Tot morgen!


Dag Twee. Een dag met flauwe Zwitsers, verrassende kerkbezoeken en een sterke kandidaat voor de Lesbian Mouseclicks-wisselbeker voor debiele bandnames. En sneeuw, belachelijk veel sneeuw.

20u. Der AA Theater.          Het focusland van Eurosonic mag dit jaar dan Portugal zijn, er kruisen ook verdacht veel Scandinaven ons pad. Mikko Joensuu is een Fin die nogal stevig van zijn geloof gevallen is, zo bewijst zijn Amen-trilogie, waarop hij worstelt met zijn religieuze opvoeding. Dat doet hij op erg traditionele singer-songwriterwijze, vaak — zoals in “Closer My God” — met een countrydrafje erbij. Townes Van Zandt is nooit veraf, al mag het soms ook minder klassiek, met een gloeiend pianootje en pijnlijk mooie samenzang in “What Have I Done”. Joensuu communiceert duidelijk het liefst via zijn nummers, de verplichte praatjes tussendoor lijken hem zoveel moeite te kosten dat hij het liefste ìn zijn gitaar zou kruipen. Laat hem maar, zeker als dat hartverscheurende songs als “Thief And A Liar” of vooral “I’d Give You All” oplevert, waarin Joensuu het meest ingetogen van Bright Eyes opzoekt. In al zijn eenvoud gaat het door merg en been.

20u. De Spieghel Up.         Kijk, wij bereiden ons grondig voor op Eurosonic, beluisteren elke band en leggen op voorhand een longlist aan van te checken dingen (U kan die nog steeds hier beluisteren), maar soms kan het toch nog flink mis lopen. Buvette valt zo op het kleine podium van De Spieghel Up gigantisch door de mand. Zanger Cédric Streuli staart naast zijn toetsen wat ongemakkelijk naar zijn schoenen, lijkt de toonladder maar wat van horen zeggen te kennen, en zo blijken ook die leuke popsongs van op Spotify live niet overeind te blijven, ook niet de aardige single “The Sun Disappeared”. Kijk, zo jaagt een mens ons weer de straat op, zelfs al is voor de rest van de avond regen beloofd.

20.30u. Groninger Forum         En soms is zo’n tegenvaller een meevaller, want zo belanden we op tijd in een voor twee avonden tot concertzaal omgebouwde bioscoop bij Albert Af Ekenstam. De Zweedse singer-songwriter laat het allemaal maar rustig beginnen met een lange instrumentale passage zodat zijn diepe stem nog wat extra indruk maakt wanneer hij eindelijk zijn strot opentrekt. En zo past het ook, want in Ekenstams wereld is veel plaats voor zijn muzikanten, die vaak met een postrockachtige dynamiek mogen spelen, zijn songs omkaderen met weidse gitaren. Natuurlijk bouwt het concert dus op naar een epische finale waarin alles nog eens extra uitgesponnen mag. Gek dus om achteraf te horen hoe flauwtjes zijn opnames klinken; live was dat veel beter.

21.55u. Huize De Beurs.         Cadeautje aan ons zelf: nog eens Communions zien omdat we even niets beters te doen hebben. En kijk eens aan: vanavond hebben Martin Rehof en vrienden geen last meer van den trac, en vliegen ze er meteen stevig in. De setlist is geen millimeter anders dan gisteren, maar pakt zoveel meer. “Eternity” maakt elk refrein elegantere pirouettes, “Come On, I’m Waiting” jakkert heerlijk rechtdoorzee, en “Got To Be Free” is deze keer perfect als afsluiter. Het toont de relativiteit van zo’n showcasefestival ook aan: wie gisteren ging kijken, zag misschien een weinig overtuigend groepje, vandaag stond hier een strak opererende popmachine. Alles is toeval, ook in het muziekleven.

21.30u. De Spieghel.          Daar is ‘ie dan, de topfavoriet voor de Lesbian Mouseclicks-wisselbeker voor debiele bandnames: Yes I’m Very Tired Now. Zwitsers, uiteraard, en wederom van de knullige soort. Frontman Marc Frischknecht staat zichtbaar nerveus te wezen achter zijn synth, terwijl de andere bandleden kampen met een stuitend gebrek aan uitstraling. Dat mag, maar dan moeten er songs zijn om te compenseren, en dat blijkt hier nog het grootste euvel te zijn. Wat bij een eerste beluistering poppy darkwave leek, verliest live elke subtiliteit door de gezwollen, ietwat valse zang van Frischknecht, de veel te luide synths en gitaarpartijen die nachtmerries van White Lies oproepen. Het op plaat zo ingehouden “Common World” wordt hier compleet de vernieling in gespeeld, tot het haast zeer doet aan de oren. Snel naar de Grand Theatre voor wat soelaas!

22.15u. Grand Theatre Up.          Daar staat immers Lisa O’Neill, zonder twijfel straight from Ireland. Zonder iets te zeggen posteert ze zich achter de microfoon, voor een rauwe a capella versie van traditional “The Galway Shawl”. Dat ze daarmee meteen wat mensen de zaal uitjaagt – in de rij gestaan voor niks – zal O’Neill worst wezen. “Bye, thanks for coming in, enjoy the rest of your lives”, zwaait ze hen uit, om verder volstrekt haar zin te doen. Want eigenzinnig is het minste dat je van O’Neill kunt zeggen: haar doorleefde stem lijkt opgediept uit een ver folkverleden, een beetje zoals bij Josephine Foster, en met haar cartooneske gezichtsuitdrukkingen en gestampvoet tijdens het traditioneel aandoende “Come Sit Sing” lijkt ze wel een boos klein meisje. Eentje dat verdomd goeie nummers schrijft, bovendien. “Pothole In The Sky”, de titeltrack van haar laatste plaat, is een getokkelde slow burner, met de zachtjes aanzwellende bouzouki van O’Neills kompaan Moss als warme basis. In walsje “England Has My Man” (“I thought I loved him but I was wrong”, verklaart ze) en “Planets” klinkt ze als een klassieke troubadour die je met minimale elementen binnentrekt in haar immer spitsvondige verhaal. Wie iets nieuws of hips zoekt, is bij Lisa O’Neill aan het verkeerde adres, maar in diepgewortelde, goudeerlijke songs kent ze hier op Eurosonic alvast geen gelijke.

22.30u. Simplon Up         Ja paspoort vergeten; kan iedereen overkomen. Je paspoort verliezen omdat je het in Center Parks in een kussensloop hebt achtergelaten? Daarvoor moet je Anne-Marie heten, en dan raak je dus het Kanaal niet meer over. Gelukkig is er Be Charlotte, dat normaal pas morgen moet aantreden, om in te springen. Al is dat in onvolledige bezetting. Aangezien de helft van de band nog onderweg is, doen zangeres Charlotte Brimner en toetsenist Ham-Ez het als tweetal. Het is meer dan voldoende om op het podium van grote popzaal Simplon een feestje te bouwen dat ergens zweemt tussen het eveneens Schotse Chvrches en meer klassieke hitparadepop. “Discover” is het soort song dat je dag meteen een stuk beter maakt, “Machines That Breath” heeft de lichtheid van de jonge Lily Allen, maar meer elektronica vandoen. Je voelt ook dat het niet lang meer zag duren vooraleer de piepjonge Brimner haar puberale schutterigheid zal afwerpen en zich tot een echte popprinses zal ontpoppen. Nu al heeft ze het lef om een nummer volledig a capella te brengen, en zelfs al zwelgt ze daarbij nét iets te veel in R&B-affectaties, haar zang is wel degelijk indrukwekkend. Be Charlotte: nog voor het jaar om is zal het alomtegenwoordig zijn op je radio.

23u. Huize Maas Front         Tijd voor een spelletje Wat Als? Als in: wat als Bloc Party na Intimacy niet uit elkaar was gevallen, maar de draad verder had opgepikt bij de ideeën van Kele, zouden ze dan zijn uitgekomen waar het al even multicultureel Londense Haus zijn verhaal begint? We horen af en toe die typische jachtige, in elkaar geweven gitaartjes, maar vaak is het meer droge en hoekige funk. Dansbaarder, met een zweempje math rock in de complexe ritmes en de catchy melodiën van Two Door Cinema Club. Zelfs al blijft de song soms wat achter op de hook, het vijftal presenteert alles met een overdosis energie, die vooral door frontman Jack met ongebreideld enthousiasme – tot crowdsufen toe — wordt gekanaliseerd. In afsluiter “Two Minds” mag het hek helemaal van de dam, het feestje is compleet. Haus heeft niet veel afrijping meer nodig om verdomd interessant te worden.

23.15u. Minerva Art Academie.          De kille traphal van de kunstacademie is standaard de hipsterhangout van Eurosonic. Het verzamelde snorren-en-brillenlegioen schijnt het aangenaam hobbelen te vinden op de frisse knutselelektronica van Flavien Berger, en geef hen eens ongelijk: “La Fête Noire” is een stuiterend hitje, dankzij de kwieke synths en de zorgeloze parlando van Berger. De man is bovendien een onmiskenbare crowdpleaser: met zijn (gespeeld) stuntelige tussenkomsten – “Let’s talk about hair!” – krijgt hij de lachers op zijn hand, en zijn onnozele danspasjes op vrije momenten werken alleen maar aanstekelijk. Perfect intermezzo voor wie zijn dansmuziek liefst niet àl te ernstig heeft.

00u. Lutherse Kerk         Tiens kijk, deze locatie kenden we nog niet. Wat een prachtige zaal, deze Lutherse kerk, waarvan het preekgestoelte een klein podium overschaduwt en koorbanken rondom afzomen. De ideale plek is het voor Albin Lee Meldau, een wat aparte Zweedse neef van Louis Theroux met vreemde maniertjes en een stem. Wat zeggen we? Een hemelse strot. Meldau zweeft ergens tussen de soul van Al Green en de kunstzinnige falset van Antony Hegarty. En zegt ie na een ingetogen openingsnummer”let’s put some rock ’n roll in it”, dan hoor je plots ook een scheurtje in de keel.

Het écht straffe? De songs van Meldau houden stuk voor stuk gelijke tred met dat imposante stemgeluid. “Let Me Go” is een parel van het zuiverste soulwater, “Darling” smacht en jammert in de best balladeerstraditie. De bleke Zweed acteert er op los, maar een beetje drama mag wel in de soul, zeker als het gaat van “If you love me let me go”. En dan is er nog dat “Lou Lou” dat hem op Eurosonic bracht, want 14 miljoen speelbeurten op Spotify can’t be wrong: twee minuten zoetgevooisde pijn en miserie die geen hart onberoerd laat. Wanneer we de kerk verlaten heeft een wit dekentje alles in stilte gesmoord; het is eindelijk winter, en het is niet erg, want vanaf nu hebben we Albin Lee Meldau om ons warm te houden.

Goeie biertjes bij Der Witz en De Pintelier, lekker Aziatisch bij 5 Smaken, heerlijke bioburgers bij Wereldburgers … En die Martinitoren is een verdomd schoon zicht. Ja, Groningen is best uw bezoek waard. Of zullen we het toch maar weer gewoon over de muzìek hebben?

20u. Stadsschouwburg         Knutselpop; is dat nog een ding in 2017? Afgaand op wat Let’s Eat Grandmalevert, in 2016 alvast nog wel. Klonk ook niet slecht, overigens, dat debuut I, Gemini dat tienervriendinnen Rosa Walton en Jenny Hollingworth vorige lente afleverden, maar wij keken even de andere kant op – kan gebeuren. Live overtuigt het helaas allemaal wat minder. Opener “Deep Six Textbook” bouwt mooi op, met de twee zeventienjarige meiden die laagje op laagje leggen; eerst een beatje, dan sax, dan een xylofoontje … om pas wanneer alles op punt staat te beginnen zingen. Dat is charmant, zeker als het ook speels wordt gebracht, en de ene de andere met een lichte kontduw van achter het keyboard richting ukelele bumpt, waarna die nog maar eens wordt vervangen door een blokfluit. Toe maar. Jammer dus dat de song achterloopt op de verbeelding, die al te wijdlopig nergens heen kabbelt. Misschien komt het wel, bij een tweede plaat, maar nu nog niet.

20u. Huis De Beurs.          De laatste Eurosonicdag komt maar moeizaam op gang, het is zoeken naar de krenten uit de pap. Eerste poging: Francobollo. Duidelijk fans van Grandaddy (zij weer) en Pavement, deze jongens, en als ze voluit durven gaan – zoals in “Wonderful” – stampvoeten wij maar wat graag mee. Al te vaak valt het echter weer stil, wordt er maar wat gefröbeld op gitaar en orgeltje, en om de vaart helemààl uit de set te halen: nog wat extra flauwe grappen er bovenop. Daar moet je bij (lt) dus niet mee afkomen.

20u25. News Cafe.          Haa, die vertrouwde kotsgeur van het News Cafe! Het is dat hier geregeld fijne elektronica geprogrammeerd staat, of we zouden deze horrorkelder mijden als de pest. Kid Flicks lijkt aanvankelijk de afdaling niet waard: de hoge falset van Nickos Dervisis – een zwetende, gezette Griek met volle baard en dot – werkt flink op de zenuwen, zeker in de eindeloos herhaalde kreetjes die hij uitstoot. Stukken beter gaat het wanneer Dervisis zijn stem naar de achtergrond verschuift, zoals in “La Voix Surréaliste”, om zich te focussen op het uitbouwen van hypnotiserende loopjes met hier en daar een tikje exotica. In zijn meest rockende momenten zweemt het naar Yeasayer, met de drums van Danae Palaka als opzwepende constante, maar ook de psychedelische gelaagdheid van Panda Bear is nooit veraf. Eentje om terug te zien bij aangenamer temperaturen, dit.

20.45u. Der Aa Kerk         Vocaal alarm; hier komt een stém. De Ierse Áine Cahill beschikt over het soort strot waar een mens mee wil uitpakken, en dus opent ze met een a capella gebracht “Bang Bang (My Baby Shot Me Down)”. Waarna haar pianiste er bij mag, en met een “Common, it’s showtime” de ballad “Puppets” wordt ingezet. De Ariana Grandecover “Dangerous Woman” volgt, en verbleekt meteen. Wat deze jongedame zelf schrijft is beter. Neem nu de groots openbloeiende plakker (we mogen maar één keer “ballad” schrijven van onze eindredactie) “The Pictures”, dat met een “Lights, camera, action” dramatisch mag beginnen. Er is ondertussen ook nog een violiste bijgekomen, want zo hoort dat. We zijn vier nummers ver, we weten genoeg: als Adele nog eens vier jaar wacht met een nieuwe plaat is ze haar kroon kwijt. U maakt daarvan wat u wil.

20u45. Vera.          Wie staat daar het podium van de Vera te likken? Dat moeten de lichtjes foute new wavers van Drangsal wel zijn, uit ontzag voor hun helden die hier eerder passeerden. “Tastes just as it looks”, grijnst frontman Max Gruber. Duitsers met humor, dat we dat nog mogen meemaken — al zal dat onnozele Metallica-marcelleke later nog allesbehalve een grap blijken. Gruber klinkt als een soort Robert Smith met meer spierballengerol, de loeiharde, opgepompte eightiesklanken van zijn muzikanten er los over maar tegelijk rotaanstekelijk.

Zwartzakkerij, ja, maar zeker niet met de blik naar de schoenen gericht: “Love Me Or Leave Me Alone” gaat galmend voor de stadions, “Do The Dominance” heeft niet alleen de titel van de dag maar ook het lekkerste synthje. Single “Allan Align” is het nummer dat ons hiernaartoe lokte, dankzij een moddervette baslijn, een gitaarriff die van The Smiths had kunnen zijn en dat “align to the sound of the drum / align to the beat of my heart”-refrein, dat duidelijk al in veel hoofden was blijven hangen. Oh, en dat marcelleke? Speciaal aangetrokken voor “For Whom The Bell Tolls”, natuurlijk, dat als onverwachte afsluiter mag dienen. Voor òns moest dat niet meer, maar een wildenthousiaste, vuisten in de lucht pompende Vera durven wij niet tegenspreken.

22.15u. Mutua Fides         “Townes Van Zandt est un grand”; als een jonge Fransman zijn Amerikaanse helden wil eren, wordt er al eens schabouwelijk gerijmd. Gek ook dat Baptiste W. Hamon die jeugdzonde per se nog eens wil bovenhalen, want dat hij ondertussen betere songs in zijn mouw heeft zitten hoorden we daarvoor al, bij een kabbelend “Les Bords de l’Yonne” of het ingetogen geplukt “Aimée”. Het wordt allemaal ongelofelijk smaakvol ingekleurd door een tweede gitarist die telkens de juiste versieringen toevoegt; comme il faut.

Gaandeweg wordt echter duidelijk hoe Hamon verscheurd zit tussen twee grote tradities. Want kan een jonge Fransman natuurlijk niet om het chanson heen, zoals je hoort aan die twee eerste songs, dan blijkt de lokroep van de Midwest daarna toch te sterk. De taal blijft die van Molière, de sfeer wordt die van de broeierige hete vlakten aan de voet van de Rocky Mountains. “Comme La Vie Est Belle”, op plaat een duet met Will Oldham, doet nog aan Commander Cohen denken, gaandeweg is het The Man In Black die met jakkerende ritmes zijn zware schaduw werpt, tot een half naar het Frans vertaald “Folsom Prison Blues” een opzwepend eindpunt zet achter deze set. Un gars sympa, maar we vonden hem als chansonnier toch het sterkst. Niet alles moet immers naar Amerika stinken.

23u10. Stadsschouwburg.          Petit Biscuit, dat moeten wel schattige folkmeisjes zijn. Niet dus: Mehdi Benjelloun is een Frans jonkie van zeventien dat met “Sunset Lover” een dikke Spotify-hit in het straatje van Flume en ook wel Lost Frequencies te pakken heeft. Dat doet ie helemaal alleen: zijn downtempo, lieflijke elektronica komt grotendeels uit een sampler met verhakkelde stemmen van zijn vrienden er in, met hier en daar wat elektronische drums en een melancholieke gitaar erbij. Het is ook precies die gitaar die het mooi maakt, met zijn XX-achtig minimalisme, terwijl de knip-en-plakzang al snel te veel een gimmick wordt. Zo is de intro van “Jungle” subtiel en verstillend, maar als er vervolgens wéér van die “eh-eh-aah”s overheen gegooid worden, mag het trucje wat ons betreft wel de vuilnisbak in.

00u20. Minerva Art Academie.          Een wat wisselvallige slotdag dus, maar gelukkig is daar Teleman en zijn slimmerikenpop om de balans alsnog in de goeie richting te doen overhellen. Deze Britten zijn een pak meer gerodeerd dan de gemiddelde Eurosonicband, dit is immers een groot stuk van Pete & The Pirates, dat hier en daar al wat potten brak, en ook Teleman is ondertussen aan zijn tweede plaat toe. “Strange Combinations” is nog een ietwat moeilijke opener, maar vanaf het huppelende “Skeleton Dance” wordt duidelijk waar we vanavond aan toe zijn: catchy refreinen, hamerende synths waar Spencer Krug eens jaloers naar zou kijken en heerlijke samenzang. Misschien net iets te clean, maar wie melodieën als die van het aan XTC schatplichtige “Glory Hallelujah” verzint, hoeft die ook niet achter te veel opsmuk te verbergen.

“We played our songs too quickly”, stelt frontman Thomas Sanders vast, dus is er ruimte voor een publieksverzoekje (ook een first op deze Eurosonic). Dat wordt “Christina”, de meest ingehouden song van vanavond die daardoor wat bleekjes afsteekt bij het plezier van wat voorafging. Het allerallerbeste wordt, zoals dat hoort, bewaard voor het laatst: “Düsseldorf” is zonder twijfel het sterkste popnummer van deze hele driedaagse, een glorieus indie-anthem met een ronduit onweerstaanbare gitaarriff. “Put on, put on your favourite song”, klinkt het, en Teleman mag gerust zijn: de komende dagen zal dat er eentje van hen zijn, al weten we nog steeds niet wat Düsseldorfse meisje misdaan heeft.

We duiken de nacht in, en belanden zo in een club die De Warhol heet, waar het Nederlandse fenomeen Willie Darktrousers & De Splinters tekeer gaat. De boomlange, magere frontman raast door een overstuurde autotune, een bassist en drummer leggen iets neer dat meurt naar nu-metal-met-een-knipoog. We raken er niet uit of dit nu helemaal serieus is of niet, maar als we die tekstflard “hier komt de Biebelebons” goed begrepen hebben, dan hebben we misschien echt een humoristisch einde aan één van de betere Eurosonics meegemaakt. Op weg naar huis bereikt ons nog het nieuws dat Martin Garrix op Eurosonic de Nederlandse Popprijs heeft gewonnen. Niet dat ie daarvoor opdaagde, overigens , en daar zijn we natuurlijk meer dan dankbaar voor. Wij gaan nog even verder uitslapen vooraleer we echt aan het muzikale jaar beginnen, en dan vliegen we er opnieuw in. Tot de volgende!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in