Shabaka and the Ancestors :: Wisdom Of Elders

Hij staat intussen al even in de kijker, maar 2016 was ongetwijfeld Shabaka Hutchings’ boerenjaar, een jaar waarin ook voor een breder publiek duidelijk werd dat hij een man van de toekomst is. Hij had een hand in een resem opvallende releases, stuk voor stuk met cross-overmogelijkheden. Ook met zijn eigen project Shabaka and the Ancestors scheert hij ook hoge toppen.

Ga maar eens na. Een paar jaar geleden was hij al in de weer met The Heliocentrics en Mulatu Astatke, mocht hij even een kleine bijdrage leveren aan Jonny Greenwoods soundtrack voor The Master, maar de laatste drie jaar ging hij pas écht in overdrive. Een paar albums met Sons Of Kemet (vorige zomer nog goed voor een van de hoogtepunten van Gent Jazz), opvallend aan de zijde van meesterpianist Alexander Hawkins, en voorts Polar Bear, Courtney Pine, en platen van Yussuf Kamaal, Melt Yourself Down en The Comet Is Coming, waardoor hij sporen achterliet op enkele van de hipste, boeiendste Britse labels van het moment, zoals Leaf, Babel en Gilles Petersons Brownswood Recordings.

Daar verscheen ook Wisdom Of Elders, waar de 32-jarige Londenaar, die een groot deel van z’n jeugd in Barbados woonde, zijn eerste echte album als leider kwijt kan. En het werd meteen een statement van formaat: een kolos van vijf kwartier waarvoor Hutchings naar zijn geliefde Zuid-Afrika trok. Op een dag bokste hij daar met een lokaal ensemble een album in elkaar, een ode aan de voorgangers met een bontgekleurde combinatie van diverse invloeden. Er zit vanzelfsprekend een gulle greep uit de lokale traditie in, maar je hoort hier ook blues, de elegantie van Abdullah Ibrahim, de vrije experimenten van The Blue Notes, gospel, hymnes, de hem dierbare calypso en de opzwepende energie die teruggaat naar het Afro-futurisme van Sun Ra. Niet verwonderlijk, aangezien Hutchings ook deel uitmaakte van het befaamde Arkestra.

Een plaat met vele invloeden, maar tegelijkertijd met een zeer homogene, gebalde kracht, die vanaf opener “Mzwandile” genereus uit de speakers vloeit. Een dansende baslijn die snel vergezeld wordt van drums en percussie, dan een zoemende Fender Rhodes, en je weet dat je vertrokken bent voor een onweerstaanbare zwier. Wanneer Hutchings invalt, dan gebeurt dat met een opvallend ingetogen lyriek, alsof hij in de ochtenddauw de temperatuur opneemt. Samen met de zang van Siyabonga Mthembu wordt meteen getekend voor een opvallende emotionaliteit, die nog een paar keer zal terugkeren doorheen Wisdom Of Elders, dat gestuwd lijkt te worden door spontaniteit en respect voor de traditie, meer dan door vastliggende afspraken of immer strakke interactie.

Er zijn heel wat fraaie solomomenten, maar doorgaans zonder al te veel poeha. De muziek kan ademen, Hutchings draait behendig rond eenvoudige motieven en hier en daar doet hij even denken aan de latere Coltrane, de man met een spirituele missie. Dan wordt ook duidelijk dat deze band een heel ander geluid laat horen dan het meer op een massieve en opwindende trance mikkende Sons Of Kemet, al beland je ook hier ook een paar keer in een intergalactische koers. Misschien opvallend: er wordt ook vaak naar binnen gekeerd of rondgehangen in een subtiele beweging, zoals in het zachtjes op gang geblazen “Joyous”, waar Hutchings voor het eerst gezelschap krijgt van trompettist Mandla Mlangeni en altsaxofonist Mthunzi Mvubu.

Met z’n dramatische start doet “The Observer” even denken aan de loodzware uppercuts van het David S. Ware Quartet, maar hier gaat het er snel lichtvoetiger aan toe. Er wordt herinnerd aan de blues van “Sometimes I Feel Like A Motherless Child” en een andere traditional, “The House Of The Rising Sun”, met een omslag naar een meer opzwepende tweede helft. Zo wordt hier voortdurend gebalanceerd tussen hymneachtige grandeur en meer opzwepende ritmes, en blijft het een wisselwerking van dromerige, verheven passages en aardse wortels. Een tranceachtig stuk als “Natty” contrasteert mooi met het improwerk van “The Observed” en “Give Thanks”, stukken voor sax en ritme met een combinatie van urgente lijfelijkheid en elegantie. En als afsluiter dan nog “Nguni”, een laatste amalgaam van pompende ritmes, zang en gloeiende improvisaties over een repetitieve ritmestroom.

Muzikanten als Shabaka Hutchings zijn misschien wel de meest geschikte mensen om jazz de eenentwintigste eeuw in te leiden. Technisch competent, actief in verschillende werelden en met een neus voor nieuw potentieel om een nieuw publiek aan te spreken, maar er is ook het besef dat achter dat imago ook een echte persoonlijkheid met een brede bagage en een onverzettelijk engagement schuilt. Wisdom Of Elders is geen plaat die gemakkelijk scoort, geen hip vernis of fletse wereldjazz, maar heeft het vermogen om een eerbetoon aan de geschiedenis om te vormen tot iets dat integer bruist en leeft, morgen ook nog even goed klinkt en vermoedelijk pas helemaal ontploft op een podium.

Hutchings speelt op 20/1 op het Brussels Jazz Festival met Sons Of Kemet en op 9/4 op het BRDCST Festival van de AB met Shabaka and the Ancestors.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in