Exit Verse :: Grant No Glory

Eindejaarslijstjes, ze zijn een plaag. Goed voor wat betweterige discussies en eventueel als koopwijzer, maar al te vaak achterhaald zodra ze gepubliceerd zijn. Als je ze al serieus zou nemen, dan zou je ze met minstens een jaar vertraging moeten publiceren. Soms worden pareltjes immers op de valreep gepubliceerd of duurt het gewoon even voor ze aan het oppervlak komen. Zeker als er geen knoert van een promobudget achter zit. Mooi voorbeeld: terwijl de grote publicaties al zwaaiden en pronkten met hun resultaten (ligt het aan ons, of verschijnt die rommel elk jaar wat vroeger?), bracht Exit Verse zijn sterke tweede uit. Aan ons om u daar even op te wijzen.

Gangmaker van dit trio uit Chicago is Geoff Farina, tussen 1993 en 2005 voorman van het in deze contreien op handen gedragen Karate, en ook daarna een figuur die opvallend actief bleef, weliswaar iets meer in de marge. De voorbije jaren hing hij regelmatig uit aan de zijde van maatje Chris Brokaw en werkte hij talloze soloconcerten af. Daarnaast verzamelt Farina instrumenten en doceert hij over Amerikaanse roots aan de DePaul Universiteit. In 2013 keerde hij terug naar de rock-‘n-roll met Exit Verse, met bassist Pete Croke en drummer John Dugan, intussen vervangen door Chris Dye. Kortom, een bezig baasje.

Die eerste Exit Verse kwam uit in 2014, maar leerden we vorig jaar pas kennen. En het was een van de meest verfrissende platen die we dat jaar te horen gekregen. Herkenbaar als een Farina-product, maar toch anders dan Karate. Ging het daar om een bedachtzame, soms wat cerebrale indievariant, dan vaart hij met Exit Verse een meer directe, rockende koers. Er zitten bakken classic rock in, maar de compacte, puntige stijl getuigt ook van wortels in de punk van de jaren zeventig en tachtig. Zoals we schreven in onze recensie was het muziek waarmee je moeilijk kon uitpakken: het klonk niet bepaald hip of vernieuwend. Niks voor een publiek dat voortdurend snakt naar een bontgekleurd snoepje van de dag.

En toch. Exit Verse was een van de meest charmante platen van zijn jaar, eentje waarin bijna elke song na twee luisterbeurten als een oude metgezel klonk. We weten nu al dat het album binnen vijf, tien of twintig jaar nog altijd prima zal klinken. En het goede nieuws is dat Grant No Glory daar eigenlijk gewoon op verder bouwt. Opnieuw negen songs in 32 minuten. Opnieuw beperkt tot het hoogst noodzakelijke. Negen gebalde, franjeloze songs op de wip tussen powerpop en indierock. Hier en daar met een korte jazzy break of gitaarsolo, maar voor de rest? Sober, uitgebeend, catchy.

Bij een eerste luisterbeurt lijken de twee albums haast inwisselbaar, maar deze Grant No Glory is misschien iets meer de gepolijste van de twee, al zijn de invloeden dezelfde. In opener “Sleeping In Graceland” hoor je vaag de akkoorden van “Sweet Jane” nazinderen. Farina zingt nog altijd gouden melodieën (en klinkt bovendien jonger dan ooit) en het trio lijkt perfect op elkaar ingespeeld, want het zit allemaal in elkaar met een benijdenswaardige combinatie van strakheid en soepelheid. Vervolgens wordt de lat hoog gehouden: “Skulls Don’t Sing” is hoe The Minutemen misschien geklonken zouden hebben als D. Boon niet om het leven gekomen was in 1985.

De midtempo zwier van “Born To Lose” is meteen goed om een brede grijns en domme danspasjes tevoorschijn te toveren, terwijl het aanvoelt alsof Farina zijn fascinatie voor roots wat prominenter verwerkt in het bluesy “Silver Cup”. En passant laat de man zich ook nog eens gelden als sterk en geëngageerd tekstschrijver. In “This Machine”, een verwijzing naar Woody Guthrie’s bekende leuze, ontleed hij de Amerikaanse geschiedenis, te beginnen vanaf zijn geboortejaar 1969. Het repetitief hamerende “Dead Letters”, waar het album ook z’n titel aan te denken heeft, laat zich lezen als een maatschappelijke aanklacht. Met afsluiter “Dirty Water” wordt tenslotte weer teruggekeerd naar de zo goed als volmaakte pop/rock waarmee het album ook van start ging.

En veel meer valt daar eigenlijk niet over te vertellen. Niet dat Grant No Glory geen boeiend verhaal zou hebben, maar alles draait hier om songs en niet om bijkomstigheden. In een periode waarin evenementen het al te vaak halen van substantie en roepen de norm wordt, is Grant No Glory een enorme verademing. En een plaat die, net als z’n voorganger, in een recordtijd deel is gaan uitmaken van dat waardevolle stukje van een muziekcollectie die net een streepje voor heeft op de rest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in