David Gray :: 7 december 2016, De Roma

Rond de eeuwwisseling trad David Gray na drie anonieme platen voor het voetlicht met het melancholisch meesterwerkje White Ladder. De laatste jaren is hij weer wat meer in de schemering en schaduw van de Damien Rices van deze wereld beland. Maar mét een hondstrouwe fanbasis die hem voor de anonimiteit zal blijven behoeden, zo bleek in een betrekkelijk snel uitverkochte Roma.

Het betreft dan ook het eerste zaalconcert van Gray in zeven jaar in ons land. Dat heeft ook te maken met de lagere productiviteit van de man: de afgelopen tien jaar zijn er drie best of’s van hem verschenen, dat is evenveel als het aantal nieuwe platen. Ook deze tour is opgehangen aan een nieuwe best of. Daarbij gaat Gray heel nadrukkelijk back to basics, waar het voor hem allemaal begon: alleen op gitaar en piano. Het concert was een 2,5 uur durend antwoord op de vraag waarom Gray het koppeloton van de singer-songwriters vandaag (Rice, Hansard) heeft moeten lossen. En waarom dat vaak pijnlijk zonde is, maar soms ook begrijpelijk.

Na White Ladder had Gray het zich makkelijk kunnen maken en meesurfen op het weidsere “Clocks”-geluid waar Coldplay zichzelf mee naar het zenit katapulteerde. Met parels als “Babylon” en vooral “This Year’s Love” had hij daar een uitstekende aanzet toe. Maar Gray ziet songs schrijven nog als een ambacht (een uitstervende gedachte), en voelt zich alleen comfortabel in nummers waarin de zeggingskracht het haalt van grote melodieën en emoties. Helaas vergaloppeert hij zich al eens in die zeggingskracht: sommige nummers botsen te zeer tegen de oppervlakte, zeker op platen als Draw The Line of A New Day At Midnight. Altijd degelijk, altijd vakwerk, maar te weinig songs die zich met een vleeshaak in het hart planten.

Maar als hij raakt, doet het pijn en loopt het kippenvel een triatlon op de rug. En dat al tijdens openingsnummer vanavond, “Shine”, dat in het alltime songbook en elk leerboek van de singer-songwriter moet staan. Zij en hij lopen nog een laatste keer langs de kustlijn, wetende dat het over is en dat elke aanraking tussen hen de laatste kan zijn. Gray schreeuwt z’n stem schor als een bloedende debutant, de Roma ligt tegen het canvas na vijf minuten. Maar ook hier blijkt al meteen dat Gray geen gratuite crowdpleaser is: het b-kantje “L’s Song” van z’n allereerste single en albumtrack “Gathering Dust” van dat verschroeiende debuut A Century Ends volgen. Gray snijdt en verstilt.

Rechtkruipen lukt even niet: prijsbeest “Please Forgive Me” van op White Ladder en vooral “Kathleen”, hét pareltje van het voorts gewoon degelijke Draw The Line, sluipen op piano via de achterdeur het hart binnen. Alsof Gray de scalp van alle harten mee naar huis wilt nemen. Maar dan stokt het. Brave songs als “Fugitive” en “Other Side” missen ergens een afrit tussen hoofd en hart, en Gray verliest de weg in te lange jamsessies en goedkope loops en dubs die het concert degraderen tot een afstudeerproject van een ambitieuze muziekstudent. In het flauwe “Only The Wine” enerveert Gray zonder meer. Rice gebruikt zulke trucen verfijnder en efficiënter. Gray excuseert zich bijna dat hij zich tijdens een trip in z’n songs durft te verliezen. Inderdaad, dat creëert geen inleving voor de luisteraar, maar vooral afstand. Zonder meer nefast.

Want als Gray z’n bevlogenheid louter ten dienste van de songs houdt, rijdt hij vlotjes mee met het koppeloton: “Sail Away”, “You’re The World To Me”, “Babylon” en “This Year’s Love” zijn scheermesjes die dieper snijden dan je denkt. Maar de mooiste en geruststellendste gedachte is dat Gray’s laatste werk, Mutineers uit 2014, stuk voor stuk voor dé hoogtepunten zorgt in de kleine twee uur na de verschroeiende openingssongs. Zonder meer z’n beste sinds White Ladder. Gray vertelt dat hij op zoek is naar nieuwe structuren om z’n verhaal te vertellen, en dat werpt bloedmooie vruchten af. Zoals “Gulls”, waarin je tijdens de stiltes die vallen tientallen kroppen

hoort wegslikken. Gebaseerd op een gedicht van Herman de Coninck, vechten zanglijn en pianomelodie een vertederend gevecht tussen hoop en wanhoop uit, tussen bestorming en berusting. Pakkender wordt het niet. In “Back In The World” van op diezelfde plaat speelt hij met structuren en krijgt z’n weemoed iets speels, het nieuwe “Go Lightly” op de recentste best of zoekt het gezelschap van “Gulls op”.

Dat belooft veel goeds voor de toekomst. Gray handhaaft z’n positie, maar het mag eigenlijk meer zijn dan dat. Met de kwaliteit van z’n mooiste nummers uit het verleden vanavond moet dat gewoon, met een Gray die met z’n laatste songs weer zoekende is naar het hoogste niveau van toen kan dat ook zomaar. Terecht zonder meer. Als hij z’n mooiste songs meer zelf het werk laat doen, is die afstand met het koppeloton zo weer dichtgereden – als die afstand er dan al is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in