Joe McPhee :: Flowers

De muziekindustrie mag volgens sommige berichten wel op z’n gat liggen; dat weerhoudt een welig tierende ondergrond er niet van om naarstig aan de weg te blijven timmeren, ver weg van een status quo en het gejoel van de georkestreerde massaconsumptie. Zo ook bij het jonge Portugese label Cipsela Records (met intussen zes fraaie releases op de teller), dat een tijd geleden een oudere concertopname van improvisatie-icoon Joe McPhee uitbracht, waarmee ze hem huldigen met z’n eigen woorden: “Give Them Flowers While They’re Here”.

Om maar te zeggen dat liefhebbers van McPhee’s solowerk de voorbije jaren eigenlijk al uitgebreid aan hun trekken gekomen zijn, en dat er deze keer ook wel wat overeenkomsten zijn met albums als Sonic Elements (Clean Feed, 2013) en vooral Alto (Roaratorio, 2009), dat hem ook op de altsax laat horen, maar bovendien muziek bevat die een maand voor Flowers werd opgenomen. We gaan dus een paar jaar terug, naar de editie van Jazz Ao Centro (een festival in het kleine universiteitsstadje Coimbra) van 2009, waar McPhee voor een enthousiast publiek zijn klasse uit de doeken deed.

Het eerbetoonverhaal krijgt een extra betekenislaag doordat de zeven stukken elk aan iemand zijn opgedragen. Vijf ervan aan collega-muzikanten, eentje aan de festivalorganisator en eentje aan een schilder. Dat laatste stuk, voor Alton Pickens, opent de plaat en zou weleens als een verrassing kunnen komen voor niet-ingewijden, want McPhee beperkt zich de eerste minuten tot het bepotelen van de kleppen van z’n altsax en een spel met adem en speeksel, waarbij er aanvankelijk geen conventionele klank aan te pas komt. Als dat dan toch gebeurt, eerst met voorzichtig gepiep, vervolgens met een weelderige ideeënstroom, dan gebeurt dat met een kleurrijk spel van afwisseling en herhaling, waarin de energie en stem van de gospel nooit veraf is.

Heel anders gaat het eraan toe in “Old Eyes” (voor Ornette Coleman) en “Knox” (voor Niklaus Troxler, de organisator van het Zwitserse Willisau Festival). Het zijn composities die op het moment van het concert al meer dan dertig jaar oud waren, en die tot op vandaag blijven terugkeren in McPhee’s concerten. Het eerste is met die snerpende hommage en elasticiteit een gepast eerbetoon aan Coleman, waar bovendien ook enkele referenties aan diens oeuvre in passeren. “Know” stond dan weer op het intussen klassiek geworden Tenor en zorgt voor het meest conventionele moment, maar het blijft niettemin een stuk met een prachtige, slepende schoonheid.

De resterende vier stukken (eigenlijk drie, plus een korte bis) zetten verder in op diversiteit. In het titelnummer, opgedragen aan de in 2012 overleden freejazzsaxofonist John Tchicai, vertrekt McPhee vanuit een felle, snelle, flexibele eruptie van klanken, die omslaat in een extreme dynamiek door heil te zoeken bij het andere uiterste: dat van amper waarneembaar gefluister. “The Whistler”, voor Mark Whitecage, wordt gestart én afgerond met gefluit, met ertussen een uitwerking van de melodie die de luisteraar opnieuw meeneemt op een trip langs bedwelmende sereniteit, een broeierige klaagzang en een woelige schreeuw.

Slotstuk “The Third Circle”, voor Anthony Braxton, trekt aanvankelijk vooral de kaart van de circulaire ademhaling, maar breekt vervolgens ook uit die ketens. Een aanpak die eigenlijk een logisch vervolg krijgt in “The Night Bird’s Call”, waarin McPhee start met handgeklap en de volledige duur van het compacte stukje in de weer is met percussie. Muziek is zoveel meer dan noten, melodieën en harmonieën. Wie McPhee volgt, wist dat natuurlijk al langer. Flowers is geen verloren gewaande revelatie of een gelaat van McPhee dat we nog niet kenden, maar dat moet ook niet. Wat het wel is: een mooie, gedreven en gevarieerde plaat van een artiest die de voorbije 10 tot 15 jaar pas echt naar waarde wordt geschat. En wie hem recent aan het werk zag, met Chris Corsano, Mats Gustafsson, Rodrigo Amado of John Dikeman, weet dat hij intussen nog niet uitverteld is. Er kunnen nooit genoeg bloemen aanrukken voor kerels van dit kaliber.

Het album werd uitgebracht in een beperkte oplage van 300 stuks, en kan besteld worden via de Bandcamp van Cipsela of via Instant Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in