The Veils :: 25 november 2016, Botanique

Het is lang vloeken geweest voor Veilsfans die de straffe platen van Finn Andrews ook in sterke concerten vertaald wilden zien. Niet langer: in de Botanique toonde het vijftal zich vrijdagavond eindelijk in bloedvorm.

“Sorry,het is de laatste avond van de tour en ik heb er zin in. Is het OK als we nog een beetje doorgaan?” Finn Andrews vraagt het overbodig, diep in de bissen, en de band gooit er een heerlijk “Calliope” tegenaan. Het is, samen met “Advice For Young Mothers To Be” een prettig popmomentje – heerlijk aanstekelijk gitaarriedeltje, meezingbaar refrein — aan het eind van dit concert, en het voelt als een feestelijke beloning die wel tot de toegift moest bewaard worden. Deze radiovriendelijke nummertjes hebben niets meer te maken met The Veils vandaag, zoals die in de gewone set te keer gingen.

Zoveel was ook duidelijk toen vijfde album Total Depravity afgelopen zomer verscheen. Met de invloed van EL-P (Run The Jewels) op de achtergrond, ontpopte de Nieuw-Zeelandse groep zich daarop tot een groovend rockmonster, en liet Finn Andrews de ambitie horen opnieuw de bevlogen frontman van op halve klassieker Nux Vomica (2006) te worden. Het was, tot onze onvrede, wat met de handrem op. Vanavond staat die eindelijk af.

Als een bezeten Amishpriester stort de benige zanger-gitarist — zoals steeds met breedgerande hoed — zich vierklauwens op opener “Here Come The Death”, en voor het eerst hoor je The Veils ook live een band worden. Met allerhande meedraaiende loops moeten de muzikanten wel strak spelen. Met Uberto Rapisardi’s arsenaal toetsen nog wat aangevuld met allerhande pedalen, klinkt de doemerige, metalige bluesrock van die laatste plaat nog een stuk voller en overtuigder.

Waar je in augustus op Total Depravity hoorde wat er werd bedoeld, maar het er niet helemaal uitkwam, is de band vandaag gearriveerd waar hij moest zijn. En al is Andrews nog altijd geen Nick Cave, in “King Of Chrome” dondert hij, imponeert hij met zijn verhaal over die psychopathische truck driver, en in “Low Lays The devil” hoor je hoe belangrijk teruggekeerde drummer Henning Dietz is om alles in het gareel te houden. Ballad “Swimming With The Crocodiles” vindt in deze context ook meer aansluiting bij de rest van het materiaal dan op plaat, waar het als klassieke americana wat apart staat.

Akelig wordt het met de waanzin van “Nux Vomica”, de titelsong van die tweede plaat die naast de nieuwe ook een hoofdrol mag spelen. Drums roffelen, Rapisardi geselt zijn toetsen, en Andrews gaat tekeer; hij kreunt, hij krijst, hij roept de heer aan om hem de waarheid vol in het gezicht te smijten. Het is een nummer dat scheurt aan de naden, bijna uit elkaar spat, maar altijd nét op tijd opnieuw ingetoomd wordt. Het is van het beste dat The Veils ooit schreef, en vandaag horen we voor het eerst in lang nog eens een versie die het alle eer aan doet.

Want zo is het de laatste jaren te vaak geweest met deze groep: concerten die te mak waren, een frontman die zich niet wist te smijten. Wat er is gebeurd? Geen idee, maar het heeft gewerkt: Andrews is eindelijk de frontman die hij moet zijn, en nu ook de band achter hem niet langer hapert zoals twee jaar geleden, krijgen we ook een “Not Yet” dat wél pakt.

Gaandeweg mag die andere kant van The Veils ook wat meer het voorplan nemen. Dan wordt gas teruggenomen, en krijgen we het elegische walsje “House Of The Spirits”, met zijn lyrische melodie en pedal steel, of de klassieke americana van “Iodine & Iron”. In die bissen zal Andrews zich even helemaal uitleven met een akoestisch blokje Heel Oude Nummers: een ingetogen “Sun Gangs” – dat hij even verkeerdelijk als van debuut The Runaway Found situeert – of een “The Wild Son” en “The Tide That Left And Never Came Back” – wel degelijk van op die eerste plaat – die tot een voorzichtig en ongemakkelijk sing-alongmoment leiden.

Maar dat was toen, en dit is nu. En dus eindigt het allemaal waar het begon: bij uitzinnige blues, de waanzin van een opgezweept “Jesus For The Jugular”, dat zich in psychose telkens weer hard op de planken smijt. Andrews zal uit eindelijk de song volgen, zijn microfoon tegen de grond knallen, en afsluiten in zo gecreëerde distortion. The Veils is een rockband, Andrew heeft voor zijn demonen een uitweg gevonden, en het kan vanaf nu alleen maar beter worden. Dat de geest van El-P hen snel een nieuwe, en nog betere plaat mag doen maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in