American Football :: American Football (LP2)

Wandelt u even mee naar simpelere tijden: u bent zeventien, botst in de platenwinkel tegen iemand op en voelt onmiddelijk die liefde inslaan zoals dat alleen op die leeftijd mogelijk is. Daarna komt het aankopen vergelijken, afspraakjes, de eerste onverwachte kus op een feestje, de polaroids. En uiteindelijk de breuk die op dat moment het einde van de wereld lijkt.

Want op die leeftijd is elke tegenslag het bewijs dat het nooit meer goed komt met dat hart van je. Maar omdat we toch allemaal volwassen moeten worden, verbleken ook die liefde en pijn uiteindelijk. Toch blijf je hem altijd ergens meedragen, gewoon omdat de intensiteit van puberliefde, hoe pathetisch het achteraf soms ook lijkt, met weinig te vergelijken valt. En bij dit korte scenario van de ideale highschool movie schreef American Football, bestaande uit vier studenten en een van de minst ambitieuze bands ooit, eind jaren negentig de soundtrack. Na één titelloos album en amper een kleine twee jaar van bestaan, was het al afgelopen voor de band die op geen enkel vlak toekomstplannen had. Het was leuk voor zolang het duurde, zoiets. De leden verspreidden zich over het continent, en daarmee leek het verhaal van American Football voorbij.

In de loop der jaren kreeg American Football echter een cultstatus. Ondertussen bleef frontman Mike Kinsella ook actief als Owen, waaronder hij een tiental platen uitbracht. In 2014, vijftien jaar na het debuut, bleek de blijvende belangstelling voor de groep groot genoeg voor een deluxe-uitgave van dat album. Daar vloeide vervolgens een schoorvoetende reünietournee voort. En nu, twee jaar later, is er dan eindelijk toch een tweede plaat. En hoe die heet? Eveneens American Football. En hoe die klinkt? Exact hetzelfde als de eerste. Is dat erg? Hoegenaamd niet!

De muziek van American Football is altijd een beetje een vreemde eend geweest. De band werd al snel in het vakje emo gepropt – probeer niet gillend weg te lopen, het gaat dan niet over de met zwarte eyeliner bewerkte variant, het valt best wel mee – en geraakte daarna moeilijk van dat etiket af. Toegegeven, met songtitels als “My Instincts Are The Enemy”, “Home Is Where The Haunt Is” of “I’ve Been Lost For So Long” doet het viertal zelfs op flink volwassen leeftijd geen moeite om tekstueel dat label van zich af te schudden. Maar geef toe: “First Day Of My Life” zal Conor Oberst van Bright Eyes ook niet snel een Nobelprijs Literatuur opleveren, maar toen hoorden we geen enkele uit het raam starende dromer klagen. Idem voor Death Cab For Cutie. Bovendien: in het huidige muzieklandschap, waar mensen als Julien Baker (zelf afkomstig uit de emoscene) of zelfs Tobias Jesso Jr. de deuren voor oprechte en recht uit het hart op papier gegooide teksten weer open hebben gezet, is de openhartige dramatiek van American Football misschien zelfs geloofwaardiger nu dan eind jaren negentig. Al deze artiesten bevinden zich vaak op het randje (en soms zelfs wat erover) van het sentimentele drama, maar je voelt wel dat ze het ménen, en dat is meer dan je van het grootste deel van hedendaagse bourgeoisgroepjes of popschoolcreaties kan zeggen.

En muzikaal was de band sowieso altijd meer dan gewoon een emogroepje. Wij hebben het altijd een beetje een raar label gevonden om op de groep te kleven, die altijd veel meer indie is gebleven dan veel mensen kunnen of willen toegeven. Ongedurig genoeg om met “Never Meant” ook een plekje in de playlist van Duyster te veroveren, maar toegankelijker en minder scheefgetrokken dan pakweg Three Mile Pilot. Beïnvloed door het geluid van Tortoise, maar veel te weinig postrock of experimenteel om écht met elkaar vergeleken te worden. Even emotioneel als Lou Barlow en Sebadoh, maar veel te weinig punk en lofi om in hetzelfde vakje te passen. Maar genoeg over genres, want uiteindelijk zijn het gewoon de songs die tellen en die het verdienen om op zichzelf te staan. En op American Football staan er negen mooie songs die evengoed de soundtrack bij tienergroeipijnen kan zijn, als dat ze mensen die hun puberteit lang afgeworpen hebben even weer wat kans tot melancholische mijmeringen schenken.

Openen doet de band met “Where Are We Now?”: het klinkt bijna als een intentieverklaring. Eerst schoorvoetend, een lichte gitaartokkel in combinatie met de smachtende stem van Kinsella, daarna opengegooid met een brede gitaaruithaal. Meer is er niet nodig om een zucht van herkenning te slaken en je te laten meevoeren door emoties. Idem voor “My Instincts Are The Enemy”, waar de mathrock-invloeden van de band doorschemeren in de hoekige gitaarpartij en tegendraadse ritmes, en nog maar eens blijkt dat deze band zoveel meer is dan een zoveelste emo- of indiegroep. “Home Is Where The Haunt Is” is dan weer zo’n tranerig nummer waarbij de lichtjes pathetische zang maar net genoeg gecompenseerd wordt door de mooie gitaarklank om niet te sentimenteel te worden. Dat geldt ook voor “I’ve Been Lost For So Long”, nog zo’n nummer waarop het fijn tranen laten is.

Die balans houdt de band de hele plaat lang vol. Muzikaal springt vooral “Give Me The Gun” eruit met zijn tegendraadse, maar nooit overdreven pretentieuze melodie. Enkel in “Desire Gets In The Way” forceert Kinsella zich te veel in de zang, waardoor het nummer nogal in elkaar stuikt. Het enige échte verwijt dat je de band kan maken, is dat hun sound amper geëvolueerd is sinds hun debuut. Maar dan toch weer chapeau dat ze ondanks hun gevorderde leeftijd en terugwijkende haarlijn dit soort muziek nog kunnen brengen zonder al té ongeloofwaardig over te komen (iets waar Death Cab For Cutie bijvoorbeeld al meer last van heeft). Bovendien mogen we al blij zijn dat er nu achttien fijne liedjes van American Football zijn in plaats van die negen (weliswaar pareltjes) waar we het zeventien jaar lang mee hebben moeten doen. U vindt ons mijmerend bij het raam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in