The Slow Show :: 15 november 2016, Botanique

Kwaliteit drijft altijd boven, wordt gezegd, maar soms gaat het wel heel langzaam. Opnieuw stond The Slow Show dus “slechts” in de Rotonde van de Botanique, maar dat liet frontman Rob Goodwin niet aan zijn hart komen. “We wilden hier absoluut nog eens terug komen, minstens nog één keer.” Begrijpelijk: de kleine ronde zaal blijft een van de mooiste concertlocaties van het land.

Wel veranderd: de snelheid waarmee dit concert deze keer uitverkocht. Maanden hing het bordje “vol” al aan de kassa, de ontvangst die de Britse band krijgt is dan ook uiterst warm en enthousiast. Op de rug van debuut White Water bouwde The Slow Show een trouw publiek, dat met opvolger Dream Darling de bevestiging kreeg: hier valt veel goeds te rapen.

Ze mogen dan uit Manchester afkomstig zijn, The Slow Show is de ontkenning van die hele muzikale erfenis. Geen Joy Division. Geen Smiths. Geen spoortje Gallagherbranie. Wel: aan de teugel gelegde americana. Weids gearrangeerde songs die meer met folk dan met Stone Roses te maken hebben. En daarbovenop: de aangenaam diepe bariton van Goodwin.

Zo begint het ook. Met een erg ingehouden “Strangers Now”, waar drums mogen invallen, waarna alle instrumenten alsnog komen meespelen. Noem het openbloeien voor beginners. “Breaks Today”, voorlopig de beste song die The Slow Show in de aanbieding heeft, wordt meteen als tweede in de strijd geworpen. Gedurfd? Roekeloos. Dit gebroken hart van dramatische toetsen en droeve blazers is een eindpunt. “Our love is over now”, kreunt de frontman, terwijl alles nog moet beginnen.

De groep komt er nipt mee weg. Wat volgt, zal nooit echt teleurstellen. “Augustine” en “Paint You Like A Rose” vertegenwoordigen een debuut dat de band nu al ontgroeid wil zijn. Ze zijn nog steeds goed, maar de nieuwe nummers bewijzen hun gelijk. “Hopeless Town” is opnieuw zo’n slow burner, een gloed die je langzaam omhult. Pas wanneer de laatste lift in de melodie je naar de finale neemt en het alweer gedaan is, voel je het kippenvel. En dan is er nog “Brawling Tonight”, een getokkeld prachtnummer dat Goodwin wel van wat context moet voorzien: hoe hij vanuit zijn studio elke ochtend een man zag die in een versleten trainingspak overtuigende karatemoves op de oprit stond te doen. “Tja, dan fantaseer je vanzelf verder over die gevallen Olympische kampioen”, grijnst hij onwennig.

Want Goodwin mag er dan de looks voor hebben, echt op zijn gemak voelt hij zich nog steeds niet op het podium. Dat zie je aan de verlegen lachjes. Het hurken opzij — “laat de muziek het maar even doen”. De afgewende ogen vooral. Het is niet erg, want deze muziek heeft geen groot gebaar nodig. Soms mag het zelfs gewoon gitarist Joel Byrne-McCullough zijn die ver buiten de spots met weer maar eens een mooi lijntje de show steelt.

Knorrig worden we evenwel van alle instrumenten uit doosjes. Er mag dan één cornetspeler mee op het podium staan, al te vaak komen blazers of strijkers uit de apparatuur van toetsenist Fred ’t Kindt. Dat is jammer. Als The Slow Show in één ding moet investeren, dan wel in een volwaardige blazerssectie die op de juiste momenten die triomfantelijke toets kan leggen. In iets als “Ordinary Lives”, bijvoorbeeld. Een setsluiter die ook vanavond naar de sterren reikt. “Everything is changing”, croont Goodwin, McCullough legt er een staccato gitaartje onder, en de band laat het nummer opzwellen om alle lucht meteen los te laten vooraleer een glorieuze reprise dan toch de denkbeeldige confettikanonnen loslaat. Het trucje wordt een bisronde later nog eens overgedaan in “Bloodline”, zoals we deze groep bijna exact een jaar geleden op dezelfde plaats al eens zagen doen. Toen al schreven we dat The Slow Show een groter publiek verdient.

Toen, dat was de eerste avond dat de Brussels Lockdown na de Bataclan was opgeheven, en het publiek ondanks alle terreurdreiging toch op post was. Goodwin prijst het gevoel van trotse weerbaarheid dat die avond in de lucht hing, en draagt een song op aan die avond. “I’ve seen Paris from the back of my mind”, zucht hij. De titel? “Lucky You, Lucky Me”. Het zou bijna té zijn, ware het niet dat het al lang van tevoren was geschreven.

Het werkt, voor een laatste keer, net als dat ultieme “God Only Knows” — géén cover moeten we voorlopig blijven benadrukken — dat zoals gewoonlijk eindigt in samenzang. Het is een nummer over groot worden met mensen die je graag ziet, vertelt Goodwin. Het gegil laat horen dat dit ook voor deze band, in deze zaal, opgaat. Nu nog de rest van de wereld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in