65DaysOfStatic :: 13 november 2016, Botanique

Electronicaband. Post-rockband. Danceband. 65DaysOfStatic is het allemaal geweest in de loop van zijn twaalfjarige carrière. Nu is het tijd voor de volgende stap. Voor het game No Man’s Sky ontpopte het viertal uit Sheffield zich recent tot soundtrackschrijvers. In de Botanique hield de groep mooi het midden tussen al die incarnaties.

“We staan er zelf van te kijken hoe weinig we eigenlijk van onze nieuwe plaat spelen”, zegt toetsenman/gitarist Paul Wolinski ons wanneer we hem voor het optreden spreken. Maar zo gaat het natuurlijk na zeven platen: je wil iedereen in het publiek een béétje te vriend houden. En dus schieten we meteen van nu naar vroeger met een tussenstopje halverwege.

Maar we beginnen dus bij het heden, waarin “Monolith” een ster is die met veel gedruis langzaam geboren wordt. Dit is het geluid van dat No Man’s Sky, een spel waarvoor 65DaysOfStatic een soundtrack schreef die zich automatisch ontvouwt naarmate het spel zijn willekeurig verloop kent. Gitaren stapelen zich op elkaar, toetsen schuiven zich er netjes tussen, en trekken elektronische bewerkingen met zich mee, en daarbovenop crashen de drums van Rob Jones in met het geweld van een fikse zonnevlam. Traag en statig, opwindend luid.

De beukende drums van “Crash Tactics” zijn directer. Betonblokken die zich opstapelen, omvallen en weer opgebouwd worden; alsof Chemical Brothers het ook zonder computers konden. Het is de perfectie van een zoektocht die begon met “Retreat! Retreat!”, het doorbraaknummer waarmee het in 2004 allemaal begon. 65DaysOfStatic gooit dat nummer ook meteen voor de leeuwen; dit is al lang niet meer het orgelpunt dat het ooit was.

Dit is niet langer de band die ooit in 2005 met debuut The Fall Of Math een steen door de ruit gooide; één en al branie, woede en verwarring, uitgedrukt in de eloquente woordenloosheid van gitaren en elektronica. Ondertussen zijn de vier groepsleden bezadigdere dertigers geworden, betere muzikanten ook, die zoeken naar subtiliteit in hun geweld. Dat hoor je aan “Install A Beak In The Heart That Clucks Arabic”, waarin Joe Shrewsbury zijn gitaar een mooi volzinnetje in de outro laat smokkelen, of aan de complexe polyritmes van “Supermoon”.

Al kruipt het bloed nog altijd waar het niet kan gaan. Shrewsbury mag “Asimov” dan wel zo goed als tot stilstand brengen, van op de zijkant smijt Wolinski zich plots toch met vuur en een gitaar vol distortion terug in de mix. Jones kan niet anders dan zoveel energie meten en gooit zich op zijn drumstel alsof het aan flarden moet. En dan nog wat harder. In “Unmake The Wild Light” worden zoveel instrumenten aangevallen, zoveel lagen elektronica op elkaar gestapeld, dat de roadie even het podium op mag om wat extra gitaren te leveren. Het resultaat is lawaai van het betere soort, met meer onderhuidse melodieën dan een Beatlesplaat. We overdrijven, maar slechts een beetje.

“Godverdomme jullie zijn beleefd. Zeg eens iets grofs!”, moppert Shrewsbury speels. Het resultaat is een kakofonie waaruit het woord “Brexit” naar boven drijft. De frontman grijnst, en bevestigt zijn schaamte voor de keuze van zijn landgenoten zoals het sinds die 23ste juni verplicht lijkt te zijn voor een Britse band. “Eigenlijk wil ik er niets van zeggen, maar tegelijk ook wel. Want als wij het niet doen, roepen zij wel iets”, zucht hij. Niets drukt de ontgoocheling echter zo uit als de tristesse die uit elke pianonoot van “Radio Protector” wordt gewrongen. Tergend langzaam rekt Wolinski het stuk, vooraleer alles dan toch weer mag opbouwen en blijven opbouwen tot een cathartische finale. Setsluiter “Safe Passage” is daarna niet meer dan een outro, de soundtrack terwijl de credits lopen. Dit was 65DaysOfStatic, thank you very much: en één voor één laten ze hun toetsenbakje voor wat het is, en gaan ze het podium af.

Dit was 65DaysOfStatic: dansband, rockband, soundtrackmarchandeurs. En je merkt dat je geen van alle incarnaties zou willen missen. Hoe mooi dat No Man’s Sky ook is, dat oude “I Swallowed Hard Like I Understood” – dansen, headbangen, en huppelen, allemaal tegelijk — zou je voor geen geld ter wereld uit de bissen geschrapt willen zien. Voor elke ster die geboren wordt, mag er ook een op imposante wijze weer in elkaar klappen. En als we daar ook nog eens op kunnen dansen, dan zeker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in