AUTUMN FALLS: 75 Dollar Bill, Nathan Bowles & Steve Gunn :: 9 november 2016, Het Bos

In het kader van het Autumn Falls-festival bracht Het Bos drie artiesten samen die elk op hun eigen wijze hun ding doen met rootsmuziek. Het resultaat: drie duidelijk van elkaar verschillende sets, die echter allemaal een beetje overheerst werden door de gebeurtenissen in de Verenigde Staten.

De verrassende verkiezingsuitslag kwam duidelijk hard aan bij de artiesten, die gedurende de dag met stijgende verbazing en wanhoop de resultaten hadden opgevolgd. Hij-die-niet-genoemd-mag-worden werd geen enkele keer expliciet vermeld, maar geen van allen kon verbergen welke impact diens verkiezing op hen had. Bleven Rick Brown van 75 Dollar Bill (“I’m very pissed off”) en Nathan Bowles (“A strange day. It might be the first in a series of many.”) nog enigszins gematigd, dan kon Steve Gunn zijn afkeer nauwelijks verbergen (“How fucked up everything is” en “Music is everything we’ve got left”). En zo werd het een avond met muziek als verwerkingstherapie voor de artiesten.

Openen mocht 75 Dollar Bill, een uit New York afkomstig duo bestaande uit Che Chen op gitaar en Rick Brown op zelfgebouwde blaasinstrumenten en percussie. Die percussie bestond hier overigens enkel uit een houten kubus waarop Brown zat en die hij bespeelde met houten latten. Was er in het begin nog een verrassend experimentele zoektocht van texturen middels blaasinstrumenten en allerhande belletjes met ruis als stoorzender, dan werd het van zodra Chen de gitaar ter hand nam een stuk conventioneler. Chen slingerde heen en weer tussen weidse rootsmuziek, blues en stukken surfmuziek, terwijl de bij momenten repetitieve percussie van Brown voor een bezwerend effect zorgde. Een optreden dat aantoonde dat 75 Dollar Bill een naam is om in het oog te houden.

Van de drie artiesten leunde banjospeler Nathan Bowles — die later opnieuw opdook als drummer in de begeleidingsband van Steve Gunn — ongetwijfeld het dichtst aan bij de traditionele rootsmuziek. De set was grotendeels opgebouwd uit nummers van zijn eerder dit jaar verschenen album Whole & Cloven, waarop hij op zijn eentje liet zien wat er allemaal op banjo kan. Ook gisteren varieerde het van traag en sfeervol (“Gadarene Fugue”) tot frivool en luchtig (“Burnt Ends Rag”). Hoogtepunten waren echter vooral de sombere Ernie Carpenter-cover “Elk River Blues” — de perfecte soundtrack bij die vreemde dag — en het trage, minimalistische en bij momenten zelfs wat Oosters aandoende “I Miss My Dog”. Bowles toonde zich een onderkoelde meester op de banjo, die het credo less is more hoog in het vaandel voerde.

Uiteraard was het publiek vooral komen opdagen voor de New Yorker Steve Gunn. Was die tot voor een paar jaar vooral bekend als gitarist in avant-garde middens, dan ontpopte hij zich na een passage in de begeleidingsband van Kurt Vile tot een muzikant die steeds dichter bij traditionele rootsmuziek aanleunt. Een evolutie die een voorlopig hoogtepunt bereikte op het eerder dit jaar verschenen Eyes On The Lines. De uitslag van de verkiezingen de dag ervoor had er duidelijk diep ingehakt bij Gunn. Zowat het hele concert lang stond hij met een lijkbiddersgezicht te spelen, al liet hij het gelukkig wel niet overslaan op de muziek. Bij sommige passages waarop de band even loos ging, leek het zelfs eerder als een vorm van exorcisme.

Het grote verschil met de plaatversies is dat de nummers live meer — nóg meer, moeten we eerder zeggen — ademruimte krijgen. De aanwezigheid van tweede gitarist Jim Elkington gaf Steve Gunn af en toe de mogelijkheid om extreme geluiden op te zoeken. Momenten waarop zijn afkomst uit avant-garde middens tot uiting kwam. Hoogtepunten gingen van “Way Out Weather”, waar de lap steel een weidse sfeer zette, over een compact “Conditions Wild” tot een sterk “Full Moon Tide”. Ook publiekslieveling “Ancient Jules” met zijn zinderende, door distortion gedreven finale was meer dan geslaagd. Tijdens de bisnummers kregen we een ingetogen Gunn te horen, waarbij vooral het solo gebrachte slotnummer “Old Strange” een sombere, dreigende sfeer wist neer te zetten. Aan Gunn is er geen groot zanger verloren gegaan, maar in Het Bos bewees hij nogmaals zijn talent als gitarist en als songschrijver.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in