Kapitan Korsakov :: Physical Violence Is The Least Of My Priorities

Het laatste salvo van Raketkanon zindert nog na, maar Pieter-Paul Devos steekt alweer het vuur aan de lont van zijn andere kruitvat. Met Physical Violence Is The Least Of My Priorities is Kapitan Korsakov aan z’n derde plaat toe. Al valt er deze keer minder shrapnel uit de huid te peuteren. Daarvoor zijn de nummers iets te welgemanierd en voorspelbaar in vergelijking met de gifgroene noisefluimen van vroeger.

Want Well Hunger, het debuut van de Gentse driespan uit 2009, sloeg indertijd in als een bom. Een morsige mix van Sonic Youth, Mclusky en Shellac, verfrissende gekte in de teksten en de videoclips en optredens met het schuim op de lippen en de waanzin in de ogen: daarmee presenteerde Kapitan Korsakov zich als een soort Evil Superstars van de 21ste eeuw. Maar dan een ranzigere versie bij wie Satan iets te diep in de poep was gekropen. Stuff & Such schuurde het eelt even hard van de voeten en de ziel, maar dan even vaak met ontwapenende folkpop en verstilde momenten als met scheurende noise en bakken distortion. Met Steve Albini achter de knoppen moest Physical Violence Is The Least Of My Priorities de derde muilpeer op rij worden, maar dat valt eerlijk gezegd een beetje tegen.

Ironisch genoeg is de keuze voor Albini daar deels verantwoordelijk voor. The hardest working man in noisebusiness producet de ene Belgische oplawaai na de andere, maar in tegenstelling tot bij Gruppo di Pawlowski of Cocaine Piss is de impact bij Kapitan Korsakov minder groot. Die morsige, vette sound van vroeger was hun handelsmerk en het uitgebeende, gortdroge Albini-geluid zit het trio minder gegoten. Bovendien krijg je ook het gevoel dat de band een stuk van z’n identiteit verliest. Zo is “Caramelle” een aardige binnenkomer vol jachtige noiserock, maar lang niet zo verpletterend als op de laatste Cloud Nothings. Songs als “Suicide Limp” en afsluiter “Very Friendly Fire” proberen dan weer de gekte van vroeger te reanimeren, maar klinken vooral doordeweeks en zelfs een tikje saai.

Nochtans weten Devos, Pieter Van Mullem en Sigfried Burroughs nog hoe ze moeten knallen. Na de schuimbekkende finale van “Spitting Over The Edge Together” hang je al even in de touwen, maar dan volgt onmiddellijk hét hoogtepunt van de plaat. “Rabid Ghawazi Shuffle” is een zeven minuten durende afdaling naar de noisehel die je compleet leeggezogen achterlaat. Een stevig potje armworstelen tussen Drums Are For Parades en Godspeed You! Black Emperor. Zo vervaarlijk klonk het Gentse trio wellicht nooit en dat wil wat zeggen.

Des te jammer dus dat na die splinterbom “Hearts Too Hard” volgt, een pianoballade (jawel!) die op deze plaat even verloren staat te wezen als rabbijn Aaron Malinsky op een neo-naziconcert. Ook op Stuff & Such zwommen vreemde eendjes in de bijtende poel van feedback en noise, maar deze keer werkt die mix minder en voelt de plaat inconsistent en warrig aan.

Pure, rauwe en onversneden emotie, daar draait het nog altijd om bij Kapitan Korsakov. Als het songmateriaal echter te wisselvallig is en de plaat te incoherent, baat zelfs een verschroeiende intensiteit niet. En dat is jammer genoeg het geval op Physical Violence Is The Least Of My Priorities. Jammer!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in