Turf :: Het Narrenschip: 3. Storingen & 4. Werk aan de winkel

Deze zomer biedt Daedalus twee nieuwe delen van Het Narrenschip aan. Prettig gestoorde fantasie van de bovenste plank. Krijgt de reeks nu ook in het Nederlands de status van klassieker?

Eerder dit jaar haalden we al onze loftrompet boven voor de start van de vertaling van La Nef des Fous, de fantasy-klassieker van de Franse auteur Turf. Deze zomer verschenen dan deel drie en vier in de vertaling door Daedalus. De prettig gestoorde mix van fantasie, humor en buitenissige pagina-indelingen blijft werken. Het plaatsje Gekwater blijft gebukt gaan onder vreemde verschijnselen, zoals sneeuw tijdens het zomerseizoen en zelfs een breuk die het land in twee delen splitst. Na zijn machtsgreep op de koning heeft Ambrosius de macht over Gekwater gegrepen. Al snel komt echter de vermeende prins op de voorgrond, een vreemd dandy-figuurtje dat Ambrosius vooral wil kwellen en overal blijft opduiken. Toch blijft Ambrosius de prins op wrede manieren om het leven brengen, hoewel deze blijft leven. Ook de andere figuren blijven we verder volgen op hun tocht. Zo is prinses Chlorenthe in het gezelschap van haar geliefde nar kunnen ontsnappen aan haar ontvoerders en lijkt koning Clemens aan het einde van album vier helemaal klaar voor een terugkeer als vorst.

In Het Narrenschip viert de fantasie de bovenhand in een soort georkestreerde chaos die alles mogelijk laat zijn. Tegelijk doet het deugd nog eens een fantasieverhaal met humor te lezen, waarin niet alles in duisternis en bloed gedrenkt hoeft te worden en de auteurs zichzelf en hun creatie niet oeverloos ernstig nemen. Zo heeft Turf een heel eigen universum gecreëerd dat steek houdt, ondanks de vele absurde vondsten.

De eerste drie delen maakte Turf in de periode 1993 tot 1997. Nadien legde hij zich ook toe op het maken van andere creaties die aansloten bij de wereld van Het Narrenschip. Het stripalbum Le Petit Roy (1998) was een van die creaties, een strip die aansluit bij Het Narrenschip maar die geen deel uitmaakte van de reeks. In 2001 keerde hij dan terug met het vierde deel. Nadien maakte hij het heel aparte Gribouillis, over een tot leven gekomen krabbel op een blad papier. Jammer genoeg was deze strip commercieel een flop en werd hij daardoor sneller dan voorzien gedwongen verder te gaan met Het Narrenschip. De reeks is Turf altijd blijven achtervolgen als zijn meest succesvolle creatie en het was moeilijk dat succes te evenaren met andere strips zoals Magasin Sexuel of het recente Le Voyage Improbable. Wat wel een constante is in zijn werk is de gedrevenheid en de ontembaarheid van zijn fantasie. In Het Narrenschip leidt dat tot een resultaat dat vele lezers heeft kunnen overtuigen. In zijn andere werk lukt dat vooralsnog minder.

De albums die Daedalus nu heruitgegeven heeft dateren dus van 1997 en 2001, maar ze blijven ongelooflijk fris en ongedwongen. Het Narrenschip blijft een frisse wind door het afgesleten genre van de fantasy. De reeks getuigt van de kracht van een auteursvisie. Ze levert het bewijs dat auteurs ook met creaties die niet aansluiten bij een mode of trend een publiek kunnen vinden. Met het vierde deel steekt Daedalus bovendien de vroegere uitgeverij Blitz voorbij, die maar tot deel drie raakten in hun vertaling van de reeks. In een volledige vertaling kan Het Narrenschip ook in het Nederlands de status krijgen die ze verdient, deze van een onbetwistbare klassieker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in