Jazz Middelheim 2016 :: 12-15 augustus 2016, Park Den Brandt

Zondag 14 augustus

Dag drie: met uitstekend weer en een affiche vol vaderlandse publiekstrekkers konden de organisatoren van Jazz Middelheim alweer voortijdig de kassa’s sluiten. In Park Den Brandt was het dan ook over de koppen lopen van half Antwerpen en omstreken (ja, jullie waren weer massaal present, Noorderburen). Een uitverkocht festival is al niet erg gezellig, het heeft ook zo zijn implicaties op het kunnen bekijken van concerten. Vooral de aloude, rotirritante traditie van ‘het jasje op het stoeltje’, waardoor de helft van de zitplaatsen de hele dag ‘gereserveerd’ bleven, maakte het voor heel wat concertgangers een lichtjes frustrerende aangelegenheid. De clubtent bleek de hele dag tsjokvol te zitten, en tijdens de concerten van Jef Neve en Melanie De Biasio was er in de grote tent ook geen doorkomen aan.

Qua muziek kregen we vooral een ‘mixed bag’ wat betreft stijlen en genres. De link met het moedergenre op dit festival was bij alle vier de acts op de mainstage wel duidelijk: puristen haalden er met liefde hun neus voor op (zoals we er een paar tussen hun zevende en achtste Duvel hebben horen declameren). Zij kwamen nog het meest aan hun trekken bij het openingsconcert van deze zondag. Als afsluiter van zijn driedaagse tenure als Artist in residence mocht Avishai Cohen zichzelf laten begeleiden door vier laatstejaarsstudenten van de jazzopleiding aan het Antwerps Conservatorium. Het viertal (gitaar, bas, piano, drum) repeteerde begin dit jaar enkele dagen samen met Cohen voor het samenstellen van de set en besloot om zich hoofdzakelijk te baseren op de composities die geïnspireerd waren op Afrikaanse ritmes en muzikaliteit. Dat is uiteraard gefundenes fressen voor een jazzdrummer, en het was dan ook meteen duidelijk dat Casper Van De Velde — check ook zeker zijn project SCHNTZL — zich als een vis in het water voelde. Hij roffelde, rammelde en groovede zich als een gezwinde hinde door het repertoire. Het was meteen duidelijk dat het geweldig klikte met Cohen, waardoor hij de meeste vrijheid kreeg om zijn ding te doen. En daar maakte Van De Velde (en ook bassist Kobe Boon)zeer dankbaar gebruik van, wat onder meer resulteerde in een hyperaanstekelijk “Nature’s Dance”, dat als een vinnige funkbeer van wal stak, maar halverwege een versnelling hoger schakelde, en uitmondde in een opgefokte climax. Het eerste hoogtepunt van de dag was een feit.

Maar het was niet alleen ophitsende funky jazz wat de klok slaat. Er werd ook tijd genomen voor meer ingetogen, expressieve momenten zoals het mooie “Cycles: The Sun, The Moon And The Awakening Earth” (ook vanop het uitstekende album Flood, waaruit ook de titeltrack werd gespeeld), waarin de piano van Harrison Steingueldoir en de gitaar van Roeland Celis wat meer naar de voorgrond traden. Hun spel sloot mooi aan bij de melodielijnen van Cohen, maar tijdens de improvisaties ontwaarden we vooral bij Celis nog wat onwennigheid, wat hem verhinderde om zijn stempel op de muziek te drukken. En Cohen zelf, die stond zichtbaar genietend, op zijn dooie gemak en in full hipster modus (echt waar, met die baard en die tatoeages zou je zo denken dat hij je tussen twee solo’s door een double shot latte en een kom handgepelde quinoa zal serveren) te musiceren. Hij haalde een paar razend knappe solo’s boven, waaronder een mooi moment waarbij hij speelde met de resonantie van de pianokast, maar toonde — hoewel hij zich duidelijk manifesteert als bandleider — genoeg respect voor zijn band door niet met de hele set aan de haal te gaan. Dit alles culmineerde in een uitstekende finale met het tweeluik Miryama/African Daisy, waarna de zo goed als volle tent het kwintet een meer dan verdiend open doekje gaf. Knap openingsconcert van deze zondag.

Geen clubstage-concerten vandaag. Het weer is te mooi, de tent te vol en de rijen voor het eten te lang. We blijven dus rond de mainstage hangen, die meer dan aardig volloopt voor het concert van Jef Neve & Typhoon. Een beetje vreemd, gezien het feit dat dit nog maar het tweede concert is van beide heren samen, maar blijkbaar is Neve publiekslieveling genoeg om een ganse massa op de been te krijgen. Typhoon (blijkbaar heet-ie gewoon Glenn hoor) is dan weer een begrip boven de Moerdijk, maar heeft hier nog niet veel zieltjes gewonnen. Zijn vocale stijl laveert tussen hiphop, slam poetry en het troubadourschap, wat hem terechte vergelijkingen met Tourist LeMC oplevert. Beide heren voeden elkaar met hun eigen muziek en woorden, en spelen op elkaar in met al dan niet op voorhand afgesproken frasen. Dat begint veelbelovend wanneer Typhoon in half parlando, half gezongen ”Als de hemel valt, zullen we hem samen moeten dragen” declameert, en Neve daar erg mooi, intiem pianospel aan koppelt. Het kreeg de tent muisstil, op enkele luxepaarden die ijsemmers vol cava rondzeulden na (‘dragen jullie de hemel maar, wij dragen de drank’ hoorde je hen achteloos denken). De dialoog tussen woord en piano werkt wonderwel, maar kan echter geen volledig concert blijven boeien.

Want hoewel zowel Neve als Typhoon hun stinkende best doen om elkaar aan te vullen en te blijven voeden, bleef het concert wat steken in zeemzoeterige melancholie. Er werden anekdotes verteld, herinneringen opgehaald, gemijmerd en gemeanderd, maar het bleef allemaal wat gezapig, en echt knetteren doet het optreden nooit. De interactie met het publiek is leuk, en houdt de menigte bij de les, maar de grote tent van Jazz Middelheim is te weinig intiem om van een echte dialoog te spreken. Twee keer kregen we een korte opstoot van energie: één keer wanneer Typhoon het raptempo de hoogte injoeg en Neve met de bastoetsen van zijn piano een beat toverde, en naar het einde toe wanneer Typhoon onversterkt de tent toesprak. Het zijn enkele zeldzame momenten die een beetje peper in de reet van een anders wat mak optreden blazen.

Van peper in de reet hebben de jonge geweldenaars van STUFF. anders wel kaas gegeten. Met een uitstekende debuutplaat en een ijzersterke livereputatie heeft dit Gents-Antwerps fusioncollectief rond drummer Lander Ghyselinck stormenderhand de vaderlandse alternatieve muziekscene veroverd. Begin dit jaar stelde STUFF. Hybrid Love voor: een conceptueel concert waar de grenzen tussen muziek en technologie worden afgetast. Een kolfje naar de hand van een band als STUFF., waar het flirten met elektronica al lang is uitgemond in een onstuimige relatie. De première van Hybrid Love in de Singel begin dit jaar was dan ook een van de vroege hoogtepunten van het concertjaar, en het vooruitzicht dit allemaal nog eens opnieuw te horen op Jazz Middelheim was al reden genoeg voor velen (vooral jongeren) om naar Park Den Brandt af te zakken.

Zij die er in januari in DeSingel bij waren, konden echter vaststellen dat Hybrid Love in die zeven maanden een heuse evolutie heeft ondergaan. Veel vaste elementen uit de originele compositie zijn behouden gebleven: de stem van Josse De Pauw die door Mixmonster Menno door de mangel wordt gedraaid, het lappendeken aan intense, opzwepende energieshots en de vele spanningsbogen die de compositie uitmaken. Zo is de topzware climax halverwege nog steeds aanwezig en nog steeds even subtiel als een voorhamer op het middenrif (we zien zelfs enkele, euh, ‘oudgedienden’ in het publiek met open mond en vingers in de oren dit alles gadeslaan). Maar het is ook duidelijk dat er in de loop der maanden flink gesleuteld is. Zo is de overheersende ‘feel’ van het stuk minder donker en gesloten, en hebben de vele abstracte, duistere stukken plaats gemaakt voor meer open, coherentere en meer dansbare passages. De abstracte acid en triphop die zo uit de koker van Richard James of DJ Shadow zou kunnen komen, maakt meer plaats voor de funk- en hiphopinvloeden die het debuut zo talrijk bevolken. Dat levert een paar moddervette, stomende passages op, maar ook enkele momenten waar de aandacht wat afglijdt. Vooral naar het einde toe blijkt de coherentie tussen de afzonderlijke passages wat de mist in te gaan, en wordt het geheel net iets te veel bric-à-brac om te blijven begeesteren. De set eindigde ook erg plots, wat toch voor een anticlimax zorgde. Gelukkig was er nog bisnummer “Skywalker” vanop de plaat die het optreden met een knaller liet afsluiten.

De avond is gevallen als hoofdact Melanie De Biasio haar optreden aftrapt. Helaas staan wij dan al een half uur aan te schuiven voor een halfwarme wrap, waardoor de eerste tien minuten van het concert werden overstemd door het geluid van de foodtruck. Voor een plaatsje in de tent is het dan al veel te laat, want het publiek staat tot ver daarbuiten op de tenen te staan om een glimps van de Belgisch-Italiaanse sirene te aanschouwen. Gelukkig staan er een paar schermen buiten de tent opgesteld, waardoor het concert nog vanuit het gras kan worden gadegeslagen. Het is evident dat De Biasio uit haar recentste werk Blackened Cities (geïnspireerd op ervaringen uit de Waalse mijnsteden in de Borinage) zal putten, maar als dat werk slechts bestaat uit één nummer van een klein half uur, zijn we heel erg benieuwd. En waarempel: De Biasio en band (waaronder ‘éminence grise’ Dré Pallemaerts op drums, die maandag nog met zijn eigen kwartet zal aantreden) puren “Blackened Cities” nòg verder uit, waarin er nog verder wordt gespeeld met subtiele sfeersetting, genuanceerde dynamiekwissels en geraffineerd, minimalistisch spel van pianist Pascal Mohy. De donkere, zwoele spanning die doorheen de ganse compositie verweven zit, komt mooi tot uiting in het spel van de band, en wordt ondersteund door de repetitieve vocalen van De Biasio. Haar minimale vocale inbreng vult de muziek aan en stuurt hier en daar aan, maar laat vooral veel ruimte en vrijheid aan de band. En net daarin schuilde de zwakte van dit optreden.

Want hoewel De Biasio instaat voor het idee, het concept en de initiële insteek van “Blackened Cities”, blijft haar rol live eerder beperkt. Nu, oké, de muziek van De Biasio leent zich nu eenmaal niet tot exuberante vocale capriolen, maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat het vooral de muzikanten zijn die de sfeer en de spanning in de set brengen, en dat de vocale inbreng van de frontvrouw hier weinig toe bijdraagt. We zouden zonder veel problemen naar een instrumentale uitvoering van deze compositie kunnen luisteren zonder de stem van De Biasio echt te moeten missen. Er is wel interactie, maar van een echte dialoog tussen stem en muziek kunnen we niet spreken. De volgende paar, wat kortere nummers in de set herstellen dat evenwicht wat, maar afsluiter “I’m Gonna Leave You” (van op haar debuut No Deal) is in hetzelfde bedje ziek. We dropen tevreden, maar toch ietwat teleurgesteld af met het besef dat deze dag die een ‘mixed bag’ was, ook wat ‘mixed feelings’ heeft teweeggebracht. Breed programmeren op een jazzfestival met beperkte capaciteit (in tegenstelling tot North Sea Jazz) blijkt een zakelijke voltreffer, maar is muzikaal gezien niet zonder risico. Vooral wanneer de wat wrange ironie blijkt, dat het enige jazzconcert van die dag op de mainstage eigenlijk nog het beste was. Benieuwd wat de organisatie daar mee gaat aanvangen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in