BOOMTOWN: An Pierlé :: ”Klassieke en popmuzikanten moeten elkaar gebruiken. Da’s leuk.”

Als Gentse stadscomponist kreeg An Pierlé de spreekwoordelijke sleutels van de stad, en wat deed ze daarmee? Een kerk insluipen en dat orgel eens uitproberen. Klonk wel goed, vond ze, en wat begon als een eenmalig project eindigde als haar nieuwste plaat. Arches is meteen het begin van een dubbelluik, want: “ik ben er nog niet klaar mee”.

enola: Geen evident instrument, dat kerkorgel.
An Pierlé: “Zo blijkt nu. Nochtans groeide dat voor mij zo organisch (glimlacht eens) dat het helemaal niet vreemd voelde. Uiteindelijk is een orgel ook niet meer dan de eerste synthesizer, en als je het zo bekijkt wordt het iets helemaal anders dan dat grote religieuze instrument uit een kerk. Je kunt er ook zoveel meer mee doen dan (imiteert “Toccata en Fuga” van Bach) die grootse kerkelijke muziek. Je kunt het net zo goed klein maken, als een caféorgel zeg maar. En ik denk dat ik dat er wel uit heb gekregen.”
“Het begon nogal stom, om eerlijk te zijn. Als Gentse stadscomponist kreeg ik toestemming om alles in de stad te gebruiken en kwam op kerken uit. Het is fijn zingen daar, en rond die orgels heeft altijd iets verbodens gehangen, zoals ze verborgen zijn bovenop het oksaal. Je kunt je niet voorstellen dat jij daar iets mee zult mogen doen, maar het mocht. Organist Karel De Wilde heeft me de mogelijkheden van het instrument getoond, en zo ben ik er nummertjes gaan schrijven voor een project tijdens Odegand. Al snel voelde ik dat ik er Loesje Mahieu van Blackie & The Oohoos wilde bij halen. Zij kan ook erg hoog zingen, en dat moest het eens zijn. Ik had goesting om iets te maken dat nergens voor moest dienen, zeker niets commercieels en dus lekker hoog, beetje klassiek-achtig mocht zijn.”
“De reacties vielen goed mee, en dus schreef ik wat nummers. Zo zijn we try-outs gaan spelen en moest het wel een plaat moest worden. En door zo in blokken te werken, werd ook elke keer een ander element van het instrument belicht. Zo is er een nummer dat de plaat niet haalde dat bijna mystiek klinkt, maar is het soms ook echte herautenmuziek. En ook praktische beslommeringen hadden hun invloed op de muziek. Om te zorgen dat de organist boven ons kon volgen, en omgekeerd, werkten we met een drumcomputer. Uiteindelijk besloot ik dat ik ook festivals wilde doen met deze muziek — wat Portishead kan, kan ik met dit project ook — en schreef ik nog een paar nummers die in zo’n setting beter passen. Al die dingen samen hebben ervoor gezorgd dat het een heel brede plaat is geworden. Om eerlijk te zijn, ben ik nog niet klaar met dat orgel, maar dat komt goed: kan ik er nog een beetje mee spelen.”

enola: Maar dat orgel, dat bespeel je voor alle duidelijkheid niet zelf?
Pierlé: “Neen, dat doet Karel De Wilde dus. Zo’n orgel is echt wel iets anders dan een piano, zeker als je er subtiliteit in wil leggen. De dynamiek van zo’n instrument is immers erg apart: je drukt een toets aan en die wordt luider, nog een, het wordt nog luider, en zo stapel je blokjes. Als je dan subtiel wil spelen, moet je je registers goed beheersen. Ik begin daar nu pas een beetje grip op te krijgen, maar dan nog. Daarbij zingen gaat niet. En laat ons eerlijk zijn: het is ook plezant om iemand anders te laten spelen, en me zelf te kunnen toeleggen op het zingen.”

enola: Hoe schrijf je voor een instrument dat je zelf niet beheerst?
Pierlé: “In Garageband: daarmee kon ik een piano orgelklanken laten produceren. Bleek natuurlijk dat organisten dat helemaal anders benaderen, dus er nog serieus wat werk gekropen in de transcriptie van pianopartituren naar orgel. Gaandeweg werd het zo pas echt orgelmuziek, en daarbij was het fijn om te zien hoe Karel ook openbrak. Uiteindelijk kwam die man uit een heel klassieke achtergrond, en heeft hij al jaren zijn eigen barokensemble. Dan hoorde ik wel eens: ‘Dat is wel heel bijzonder, An, wat je hier doet.'” (lacht)
enola: In de klassieke wereld wordt vaak neergekeken op populaire muziek. Geen last van gehad?
Pierlé: “Dat is sowieso aan het veranderen. Ze moeten wel, die klassieke muzikanten, want dat popmuziek meer en meer gebruik maakt van orkestrale arrangementen biedt hen veel werkgelegenheid. En zij kunnen ook iets niet wat wij wel kunnen: improviseren en dingen uitvinden. Ik vind dus niet dat ze neerbuigend moeten doen, maar ik vind ook niet dat je als popartiest moet neerkijken op iemand die zich zeven jaar van zijn leven heeft toegelegd op de beheersing van zijn instrument. Gebruik mekaar gewoon, da’s leuk!”

enola: Alle verhalen over platen die in kerken zijn opgenomen — ik denk nu even aan Talk Talks Spirit Of Eden of Bark Psychosis’ Hex — zijn er van bloed zweet en tranen om het geluid goed gevat te krijgen.
Pierlé: “Oh maar ik heb een héél goeie producer. (lacht) Neen, Koen (Gisen, haar partner en producer, mvs) heeft er inderdaad op gezweet, en had er aanvankelijk ook schrik voor. Maar kijk, hij heeft zich op alle mogelijke manieren ingelezen, en uiteindelijk hebben we ’s nachts opgenomen. Overdag was er immers te veel omgevingslawaai van de stad. Nu voel je die aanwezigheid nog; in de stille stukken kan je al eens een auto horen, en ook het gebouw had zijn eigen geluid, net als de motoren van het orgel.”
enola: Het voelt ook als een nachtplaat.
Pierlé: “Ik denk dat je er op twee manieren naar kunt luisteren. Misschien had jij pas ’s nachts de tijd om écht te luisteren? Ik ken mensen die hem veel in de auto hebben opgelegd, en dat werkt voor hen ook. Maar ik volg je wel dat als je Arches op koptelefoon hebt, je die lage brom van het orgel beter hoort. Toen ik op mijn laptop de tracklist aan het uitzoeken was, miste ik die volledig. Dan hou je gewoon een rustige popplaat over.”

enola: Rustige pop?
Pierlé: “Ja dat is toch? Het is toch geen klassiek, noch singersongwriter? Nu ja, in dat opzicht heb ik altijd popplaten gemaakt. Nu, ik schuif Arches niet per se zo naar voor hoor, maar ik denk: ‘er staat een drumcomputer op, jaren tachtig synths… dus ’t is een popplaat.” (lacht) Zo simpel is het bij mij. Nu: ik vind dat Mozart bij momenten ook popnummers heeft geschreven.”

enola: “Arches” is het eerste deel van een tweeluik. Waarom moest dat?
Pierlé: “Omdat het verhaal nog niet af is. En ik wilde ook geen plaat maken van twintig nummers. Te lang werkt ook niet. Dat tweede deel wordt dan een vervolg, geen tegenhanger, al zullen er iets meer extremen op staan, denk ik. Nu, ik mag nog nummers bijschrijven van mezelf, dus ik zie nog wat het wordt. ’t Wordt zeker geen verzameling overschotjes van deze sessies.”

enola: Hoe ga je dit live brengen? Een doorsneepopzaal als De Roma heeft geen orgel dat op je staat te wachten
Pierlé: “Oh maar dat gaat mee hé. (lacht) Neen, ik heb zo’n dubbel klavier van Nord dat een orgel kan emuleren. Komt wel goed dus. We hebben try-outs gespeeld in alle mogelijke omstandigheden gespeeld: van een kerk uit de jaren zeventig, tot één met een orgel uit 1700 waar de toetsen uit kwamen terwijl Karel er op speelde — moest ie ze er weer in meppen.( schatert) En uiteindelijk bleken de twee beste zalen die we uit die tests haalden Sint-Jacobs in Gent, waar we opgenomen hebben, maar ook het piepkleine Atelier 210 in Etterbeek. Dus ofwel heb je zo’n grote barokkerk nodig, ofwel een echte popzaal om Arches tot zijn recht te laten komen. Dat is geruststellend vind ik; het past overal.”

enola: Heb je de afwisseling in je werk nodig? Dat het meer is dan elke plaat opnieuw An met haar piano? Je had al eens een full-band, dan weer solo, nu dit…
Pierlé: “Ik kan pianonummers tot in den treure maken — en dat zijn ze in de grond allemaal — maar waarom zou ik de kans laten liggen om iets als Arches te doen? En dan hoor ik van mensen die eerst door het orgel werden afgeschrikt, dat het mijn meest toegankelijke plaat in tijden is. Ik heb er ook plezier aan beleefd om ze te maken. En nog steeds, eigenlijk. Het is opnieuw iets anders. De verveling zal inderdaad niet snel toeslaan bij mij.” (lacht)
“Ik hoef ook niet krampachtig hip te doen. Ik ben toch geen Nieuwe Lichting meer, dus laat me daar maar van profiteren. Het is twintig jaar geleden dit jaar dat ik in de Rock Rally stond, en ik kan nog steeds erg blij zijn dat ik dit nog steeds mag doen. Daar creëer ik natuurlijk zelf ook genoeg kansen voor, maar het blijft niet eenvoudig. Je moet almaar harder en harder werken om je muziek tot bij mensen te krijgen. De platenindustrie is niet meer wat ze toen was.”

enola: Geeft het ook geen rust, dat je geen Nieuwe Lichting bent? Je hebt je publiek, en mag gewoon An Pierlé zijn: ze volgen wel.
Pierlé: “Het is onvatbaar wat ik doe, denk ik. Het zweeft aan de rand van de mainstream, komt soms eens boven, om dan weer onder te duiken. En dat is ok. Want inderdaad. Ik moet het allemaal nog zien, die jonge bandjes binnen tien jaar. Ik gun het ze van harte, maar je moet het maar overleven. Je moet goed begeleid worden. De boel zuiver houden, je knappe zangeres niet isoleren van de band… Je moet er maar mee omgaan.”
enola: We zien meer en meer debuten dezer dagen, maar het wordt moeilijker en moeilijker voor die jonge bands om een tweede plaat te mogen maken. Was dat twintig jaar geleden nog anders?
Pierlé: “Er werd zeker meer op langere carrières ingezet. Al was het van in het begin vechten. Koen en ik hebben heel hard gestreden om mijn debuut Mud Stories te mogen maken zoals we wilden. Bij Warner geloofden ze er ook niet in. Als we 3500 exemplaren zouden verkopen, zou het al ok zijn. Het werden er in de 40.000. (lachje) En daarna was het weer vechten. Zij wilden dat ik solo bleef, kwam ik af met Koen en een groep muzikanten af, en schreven we samen songs. En toch moest die tweede plaat nog steeds onder de naam An Pierlé komen. Pas later mocht het dan & White Velvet worden, maar mijn naam moest er altijd bij. Achteraf beschouwd waren die platen beter enkel onder de groepsnaam verschenen om het gescheiden te houden, maar het was toen al verwarrend genoeg.”
“We zijn tien jaar samen op tour geweest, dus we waren echt wel een band. Als ik nu filmpjes van toen terugzie, schrik ik hoe goed wij waren. En dan realiseerde ik me plots dat we tijdens ons laatste optreden op Sint-Jacobs, tijdens de Gentse Feesten, nooit beseft hebben dat het dat zou zijn. Nadien hebben we nog samengespeeld als begeleidingsband van Lieven Tavernier, dus dat maakt het helemaal bizar, maar onze bassist had plots een echte job gevonden, ik zou altijd die soloplaat maken die Strange Days werd, er kwam nog een kindervoorstelling bij, nu die orgelplaat, en plots is het jaren geleden. Op dit moment denk ik niet dat het ooit terug wordt als het is geweest, maar ik zal nog wel dingen met een rockband doen. Denk ik. Het is in elk geval raar om te merken dat het al zo lang geleden is, maar ach. Je moet ook durven nieuwe kansen en mogelijkheden benutten, en als dat dan zonder je lieve trouwe familie is, moet dat ook kunnen.”

An Pierlé staat op zaterdag 23 juli op Boomtown.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in