Neil Young :: 24 juni 2016, Sportpaleis Antwerpen

Verbaasde kennissen fronsten de wenkbrauwen toen we gewag maakten van Neil Youngs passage te lande. “Is die nog relevant?”, “Speelt die live niet vooral een onmogelijke wedstrijd tegen de kalender?” en dies meer. Vragen die we zelf ook stelden na Youngs makke doortocht op de Lokerse Feesten twee jaar geleden. De hoge ticketprijzen — 96 euro of toch makkelijk meer dan 3,5 euro per strekkende song — en het hoge aantal keren dat Young de laatste jaren in België concerteerde, zorgden ditmaal voor een slechts matig volgelopen Sportpaleis, en scepsis regeerde.

Na een bucolische aftrap waarbij bevallige dames plantjes begoten op het podium, kwam Young — voor deze tour begeleid door Promise of the Real, een band opgebouwd rond twee zonen van Willie Nelson die opgeteld zo’n 200 jaar jonger moeten zijn dan Crazy Horse — enigszins verrassend in z’n eentje op. Wat volgde was de jeremiade van de treurwilg, een vijf minuten durend, op een tot op de draad versleten buffetpiano gespeelde versie van “After The Goldrush” waarbij volwassen kerels het nauwelijks droog hielden. Weg scepsis.

Het volledige eerste uur zou Young spenderen aan akoestische uitvoeringen van zijn vroege hits. Dat leverde ontroering op tijdens “Comes A Time”, bewondering bij het op orgel uitgevoerde “Mother Earth” en instemmend geknik bij een machtig “From Hank to Hendrix”. Maar na een uur was de rek er wel wat uit, en werd niks te vroeg eerst zijn White Falcon en later gouwe ouwe Old Horse omgegord. Bewonderenswaardig hoe Young het hele Sportpaleis een uur lang uit zijn hand liet eten, maar de opeenvolging van snel weggehapte klassiekers zorgde ervoor dat nummers als “Heart Of Gold”, “Only Love Can Break Your Heart” en “Harvest Moon” soms wat vluchtig aandeden.

Ook elektrisch en met het als een roedel jonge wolven op jacht losgelaten Promise startte Young summier, met voor zijn doen verrassend korte versies van “Alabama” en “Walk On”. Pas in het laatste derde van de set zat met “Down By The River” een eerste moment van Youngs machtige gitaarvirtuositeit, waarbij hij er met nauwelijks drie akkoorden in slaagt elke zaal een half uur lang volledig het zenit in te jagen. Mooi ook om zien hoe de erven Nelson, opboksend tegen de oude meester, het geheel tot een symbiose brachten die je van grijzere haren verwacht. “Down By The River” was een aardschok: het soort uitvoering dat snel gaat vervelen in een matige set, maar een staalkaart geeft van waar Young ook op zijn 70ste nog steeds voor staat als het onweer binnengelaten wordt.

Het was de prelude van een machtig uur, met een bevlogen “Mansion On The Hill”, een losgeslagen “Powderfinger” en zalvende versies van “Western Hero” en “Vampire Blues”. “Country Home” klonk nederig en dankbaar alvorens drie obligate tracks uit het recente — live ook vooral vervelende — The Monsanto Years de revue passeerden.

Afsluiten deed de Canadees met een (iets te) lang uitgesponnen, tot viermaal toe heropgepikt en voorts stevig ranselend “Rockin’ In The Free World” en enige bis “Tonight’s The Night”. Ook op zijn zeventigste is Neil Young nog steeds het lelijkste wijf van ’t stad, en wat hij met “Down By The River” deed, had hij gerust met jammerlijk afwezige nummers als “Cortez The Killer”, “F*!#in’ Up” of “Words” mogen herhalen, maar we hebben ons allerminst een buil gevallen aan drie uur rock zoals ze zelden nog gemaakt wordt. Dat-ie nog lang kwaad mag blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in