The Portuguese Connection (2016), Pt. 3 :: Gonçalo Almeida

In oktober van 2015 berichtten we uitgebreid over onze fascinatie voor (enkele gedaantes van) de hedendaagse Portugese improvisatie. Wat blijkt nu: een forse greep uit de artiesten die we toen aan bod laten komen, verzamelt van 2 tot 4 juni in de buurt van Lissabon voor DESVIO, een driedaags festival dat die scene uitgebreid in de kijker zet met dertien concerten. We zijn van de partij, maar niet voor we nog een aanvulling konden doen op de reeks, met vijf nieuwe delen. Met vandaag de focus op bassist Gonçalo Almeida.

Almeida / Van der Weide – Earcinema

Wie de vorige artikelsreeks las, zal zich misschien herinneren dat de naar Rotterdam uitgeweken bassist toen ook al z’n eigen dag had, met vier even diverse als boeiende releases. En nu dus weer. De reden is simpel: Almeida weet geen blijf met zichzelf, zo vermoeden we althans, als hij een dag niets te doen heeft. Dit is een figuur voor wie muziek spelen (en opnemen, en uitbrengen) zo’n vanzelfsprekendheid geworden is, dat het intussen een hele klus geworden is om z’n parcours te volgen. Sinds de Kerstperiode was hij in de weer met een resem alleenstaande concerten (waaronder eentje met Amado en Marco Franco in Lissabon, een duo met Pedro Sousa, een hereniging met John Dikeman en George Hadow), speelde hij een aantal concerten met Luís Lopes, toen die onlangs tijdens zijn maandlange tour door Nederland passeerde, en trok hij de hort op met o.m. Lama & Jocachim Badenhorst, Bulliphant, Albatre en Spinifex.

Sinds Doze Ruinas, de felgesmaakte samenwerking met Rutger Zuydervelt, vermoedelijk de meest productieve muzikant van de Noordelijke hemisfeer, werden alweer drie releases toegevoegd aan Almeida’s DIY Bandcamp-label, Cylinder Recordings. Daarop brengt hij albums digitaal uit, en meestal ook in kleine oplages, die je voor een prikje op de kop kan tikken en altijd de moeite zijn. Een eerste daarvan is een fijne samenwerking met veteraan Raoul van der Weide. Die maakt al decennia deel uit van de Amsterdamse improvisatiescene en is een bassist die zowel sterk geworteld is in de jazz als in de vrije improvisatie, waarbij hij vooral bekend staat omwille van het dubbelen op cello en (vooral) het gebruik van objecten tijdens opnames en concerten.

Ook hier is dat het geval. Kiest Almeida doorgaans ervoor om de bas te bespelen zonder strijkstok of andere attributen, waardoor hij de stabiele factor is, dan zorgt Van der Weide voor het contrast, door te werken met strijkstok, over te schakelen op cello en in de weer te zijn met allerhande ongebruikelijke spullen. Dat maakt het wat kleurrijker en vermoedelijk ook meer verteerbaar dan voortdurend twee bassen ‘traditioneel’ te horen spelen. Daardoor is het hier echter ook de oudere muzikant die het vaakst de aandacht naar zich toetrekt, maar de afwisselend amusante, wringende en markante contrasten worden natuurlijk door de twee gecreëerd. De stukken, allemaal ’pictures’, variëren tussen 1 en 9 minuten in lengte en laten een behoorlijk brede variatie horen. Zo is het soms verleidelijk om de rollen te zien als wijs vs. naïef, donker vs. licht, ernstig vs. speels.

Terwijl Almeida vaak zorgt voor het fundament met een warme klankkleur, contrasteert van der Weide vaak met opwippende strijkstokken en stukjes kamermuziek (“Picture 3”), zijn de twee in de weer met de klankkast om het vervolgens te laten ontsporen in een van de pot gerukte werkplaatsbricolage (“Picture 4”) of komt het kraakdoosje eraan te pas (“Picture 5”). Het zijn duidelijk twee muzikanten die de functionele rol van hun instrument maar al te graag eens op zijn kop zetten en de mogelijkheden zo optimaal mogelijk benutten. En als er dan eens een klassiek basduet van komt (“Picture 7”), dag kan je er gif op innemen dat het op zijn beurt weer gevolgd wordt door een nieuw Zottenfeest. Een plaat van twee bassisten, dat is op papier misschien wat droog en saai, maar in handen van deze twee verwordt het tot een erg amusante, onderhoudende veertig minuten. Earcinema, inderdaad.

Gonçalo Almeida & Rutger Zuydervelt – Jangadas

Het duurde niet lang voor er een vervolg kwam op Doze Ruínas, al kon het verschil in aanpak niet groter zijn. Was die eerste samenwerking gebaseerd op file-sharing, waarbij Almeida wat opgenomen materiaal doorspeelde aan Zuydervelt, en die er vervolgens z’n ding mee deed, dan is Jangadas een weerslag van een concert dat de twee op 25 januari van dit jaar geven in Koffie & Ambacht in Rotterdam. Nu dus geen verschillende stappen, maar een echte samenwerking van het moment, waarbij Almeida zijn eigen basspel bewerkt met loops en Zuydervelt elektronica toevoegt en het spel van Almeida ook nog eens live behandelt. De achttien korte vignetten van de vorige keer worden nu vervangen door één stuk van exact twintig minuten (en geen seconde meer of minder), dat zo geselecteerd werd uit een performance die dertig minuten duurde.

Jangadas is daarbij natuurlijk de meer coherente plaat van de twee. Deze keer geen opeenvolging van korte bewegingen, schimmen en verknipte fragmenten, maar de klankkleuren van toen in een samenhangend, langer verhaal. En dat werkt uitstekend. Het is niet altijd even duidelijk wie instaat voor welk geluid, wat door Almeida wordt gespeeld (of herhaald) en wat door Zuydervelt, maar dit samengaan van improvisatie, minimalisme, elektronica en klanken uit de ambient- en drones-traditie doorloopt een mooi parcours, startend met het basspel dat al snel op sleeptouw genomen wordt door een drone. Het lijkt haast een mechanisch verloop waar een gestreken cello doorheen waait.

Na een minuut of zes lijkt de muziek even weer aangewezen op puur akoestische klanken en klinkt het alsof alles onder de microscoop gehouden wordt, en de details, het gekraak en geruis maximaal worden uitvergroot. Wat aanvankelijk iets heeft van een intimistisch schouwspel krijgt gaandeweg echter een aanzwellende dreiging, alsof je van een ASMR-sessie in een claustrofobische nachtmerrie dreigt te belanden. En dat is het moment waarop een nieuwe beweging wordt ingezet en waarbij een slome bas steeds krachtiger klinkt, samen met Zuydervelts ingrepen uitmondt in een ritualistische stuwing en een hypnose die ook aanhoudt in de laatste, ingetogen minuten. Wie na het horen van Doze Ruínas overtuigd was, kan zich deze release zonder aarzelen aanschaffen. En zo’n 3” cd ziet er nog eens cool uit, ook.

Tetterapadequ – Descanso Del Dopo Popo

De terugkeer van “the first (and only) freejazz boyband”. Zeven jaar moeten wachten op Chlopingle was duidelijk te veel van het goede, waardoor Almeida al snel op de proppen komt met deze nieuwe release van het internationale kwartet, met drie muzikanten die in België gebaseerd zijn: saxofonist Daniele Martini, pianist Giovanni Di Domenico en drummer João Lobo. En opnieuw valt op wat een eigenzinnig kwartet dit eigenlijk is. Bestond Chlopingle uit drie stukken die hen naar donker, droney terrein voerden, weinig ademruimte lieten en vooral uithingen in de ritualistische hoek van de vrije improvisatie, dat vertoont deze korte release (met zes stukken in goed twintig minuten) daar wel wat raakvlakken mee, maar doet het toch ook eigenzinnig z’n eigen ding. Ondanks momenten waarop het kwartet erg coherent klinkt, zijn er weinig stukken die in dezelfde koers blijven hangen, zijn er steeds weer andere elementen waarmee ze gaan dwarsliggen.

Zo gaat het titelnummer van start met een kloppend bashart dat de boel weer naar repetitief terrein stuurt, en een piano die daar met de nodige grandeur op inpikt. De groepssound dreigt na een tijd te ontsporen, de spanning neemt toe, en net als je beseft dat dit zo’n stuk is als een bergbeklimming, steeds moeizamer, met steeds meer tegenstand, knalt het boeltje open en scheurt Martini de gestage ontwikkeling aan stukken. Hij is ook degene die van “Fin De Brocante” weer een hysterisch stukje dreigt te willen maken, tot zijn kreet wegsterft en de band introvertere oorden opzoekt met inside piano. En daar houdt het niet op. Is “Nesga D’Ossos” opgebouwd uit ritsel-, ruis-, sis- en fluitklanken, dan beginnen ze een stuk met als titel “Back To Torture” op de meest delicate manier en krijgt “Laid With Love” net een woelig verloop met een op hol geslagen rechterhand van Di Domenico in een botsende, wringende finale. Daarmee is Descanso Del Dopo Popo vooral een eigenaardige release geworden; onrustig, onvoorspelbaar en eigenzinnig, maar daardoor natuurlijk ook zonder de samenhang die zo bepalend was voor de impact van Chlopingle.

Alle releases zijn verschenen via Cylinder Recordings, en zijn digitaal verkrijgbaar en op CD-r.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in