Western Skies Motel :: Settlers

In deze geglobaliseerde wereld houdt het hoe langer hoe minder steek om vast te houden aan nationale grenzen als cultureel interpretatiekader. René Gonzàlez Schelbeck toont dat mooi aan met zijn soloproject Western Skies Motel: een Deen die muziek maakt alsof hij zijn hele leven op de Amerikaanse prairie heeft doorgebracht.

Na actief te zijn geweest in ettelijke kleinschalige Deense bands in de jaren negentig, nam Schelbeck afscheid van de muziekscène om voltijds zijn gezin te onderhouden. In de afgelopen jaren keerde de man terug naar muziek, maar dan met een volledig andere ingesteldheid: tussen de soep, de patatten en de pampers door schrijft de man in zijn tot home studio omgebouwde tuinhuisje intimistische, melancholische platen bij elkaar die grotendeels gefocust zijn op zijn gitaarspel.

Vorig jaar bracht Schelbeck twee platen als tegenpolen uit: Buried And Resurfaced en Prism, beide bij kleine nichelabels. De eerste een aangehouden verkenning van experimentale elektrische gitaartexturen, de tweede een klassieke gitaarplaat die stevig leentjebuur speelde bij de sferen die Gustavo Santaolalla oproept. Settlers, uitgebracht bij het in Arizona gebaseerde label Lost Tribe Sound, zet vooral de lijn van die laatste plaat verder, maar weet tegelijkertijd ook een veel meer geslaagd totaalconcept te presenteren. Voelen die eerdere platen nog een beetje aan als aftastende zoektochten naar de sound die hem het beste ligt, dan is Settlers het vinden van die sound en er meteen het meeste uithalen.

Schelbecks akoestisch gitaargetokkel is ook hier de centrale gast, maar wordt in haast geen enkel nummer alleen gelaten. Dreunende orgeltjes overspoelen repetitieve akkoordprogressies, spaarzame percussie verleent subtiele ritmische omkadering, elektrische gitaarlijnen breken drones open. Een enkele keer laat Schelbeck zich zelfs begeleiden door krekels en accidentele geluiden uit zijn tuin in “Garden”. Hier en daar komt er ook geen gitaar bij kijken: “Whelm” begint met voorzichtig aangeslagen piano, muteert tot een bijzonder atmosferische harmoniumdrone die in een waas van geluid uitmondt en eindigt met nog meer breekbaar pianowerk. Het klinkt een beetje als wat Sigur Ros met Valtari wou bereiken, maar dan veel beter geslaagd.

Op Prism leek Western Skies Motel continu te variëren op gelijkaardige ideeën, wat de plaat uiteindelijk een beetje de das omdeed. Niet zo op Settlers, waar Schelbeck je tien songs lang weet mee te sleuren in zijn verbeelding van de Amerikaanse prairie, maar het nooit doet aanvoelen alsof hij je exact dezelfde beelden voorlegt. Een arrangement hier, een wat meer uitgesproken melodie daar, het zijn vaak kleine elementen die songs hun eigenheid geven, maar die er tegelijkertijd voor zorgen dat de aandacht nergens verslapt.

Noem het ambient, neoklassiek, filmmuziek of folk, het muzikale kind dat Western Skies Motel met deze derde plaat ter wereld heeft gebracht kan moeilijk in genretermen omschreven worden, maar het mag duidelijk zijn dat de man hiermee topmateriaal heeft aangeleverd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in