Andy Stott :: Too Many Voices

Als muziek maken schilderen met klanken is, dan gebruikt Andy Stott steevast 50 shades of grey. Ook op Too Many Voices borstelt de Britse technoproducer geen okselfrisse multicolor à la Jamie xx op z’n canvas. Hij neemt je mee op een ruwe pelgrimstocht door een grauw, industrieel landschap. Al gloort er deze keer toch iets meer licht aan de horizon.

Op voorgangers Luxury Problems en Faith In Strangers sloot de Mancunian je op in z’n ambachtelijke atelier zonder ook maar één streepje zon binnen te laten. Denk aan de gitzwarte klankschilderijen van The Haxan Cloak, maar dan met ijle spookstemmen, gestut door loodzware beats en ander sinister gekletter. Het resultaat was filmische, zinderende dubtechno als soundtrack bij je eigen imaginaire Hitchcock-prent. Too Many Voices wijkt niet bijster veel af van die sound, maar doorbreekt die beklemmende doemsfeer toch af en toe met naar Stott-normen bijna luchtige passages. De fans van het eerste uur hoeven zich echter geen zorgen te maken. Geen Tomorrowland-manie en handjes in de lucht op dit album, wel een asgrauwe trip die je best ondergaat met de ogen dicht en de blik te gronde gericht.

Maar hoe pompt Stott dan af en toe iets meer zuurstof in z’n verstikkende geluidskolf? Door z’n kenmerkende dubtechno te kruisen met r&b in single “Butterflies” bijvoorbeeld. Denk aan Frank Ocean die verdwaalt in een groezelig steegje in Manchester. Een afgekloven groove, ijle synths en gedempte klanken met een soulvolle croon die erboven zweeft. Of hoe ‘urban’ niet altijd synoniem hoeft te zijn voor gladde neo-soul.

De lichtere klankkleuren in “New Romantic” zijn een ander voorbeeld. Geen post-apocalyptisch niemandsland van ijzige synths, maar zowaar een aanstekelijke beat en speelse geluiden. Al countert zangeres Alison Skidmore die luchtigheid met haar stem als een spookachtige misthoorn. Zeker als Stott haar vocals ook nog een keer vakkundig verknipt tot echoënde lettergrepen. Op die manier kneep Skidmore op de vorige plaat onder andere met “Violence” ook je strot dicht. Ook in “Forgotten” lijkt de sirene je een industriële zeehaven binnen te loodsen.

Maar het is pas met “Selfish” dat Stott echt z’n duivels ontbindt. Uit hamergeklop en aambeeldgekletter knijpt hij een hortende en stotende ritmetrack die uit een smidse lijkt te komen. ”What’s he building in there?”, zou Tom Waits zich afvragen. Tot alles op het eind in een stroomversnelling terechtkomt en de mechanische beats en synths je bijna aan het dansen krijgen. Kling Klang op z’n Kraftwerks. Traag en repetitief, maar toch onvoorspelbaar.

Andy Stott blijft een van de meest begenadigde klankschilders uit de elektronica, zo ergens tussen Hopper en Munch in. Too Many Voices klinkt niet zo verpletterend als Faith In Strangers, maar is toch sterk genoeg om de status van de Mancunian te bevestigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in