Bitchin Bajas & Bonnie ‘Prince’ Billy :: Epic Jammers and Fortunate Little Ditties

Zijn in hiphop en electro samenwerkingen en collaboraties schering en inslag, dan hanteert het rockwereldje een veel isolationistischere aanpak. Heel occasioneel zal een gitarist of zanger enkele lijnen meezingen/spelen maar zelfs dan is het resultaat vaak genoeg weggemoffeld op het album of voor een speciale gelegenheid. En als leden van verschillende bands vooralsnog de handen in elkaar slaan, dan wordt meteen een nieuwe groep boven de doopvont gehouden. En toch zijn er uitzonderingen.

Will Oldham bijvoorbeeld, beter bekend onder zijn meest productieve pseudoniem Bonnie ‘Prince’ Billy, behoort tot het kleine groepje artiesten dat nooit vies geweest is van een samenwerking meer of minder. Harem Scarem (Is This the Sea?), The Cairo Gang (The Wonder Show Of The World) en Dawn McCarthy (What The Brothers Sang) zijn maar enkele van de velen met wie de baardige bard scheep ging. Toch was het Oldham die maar al te vaak zijn schaduw over de plaat wierp en zich het album eigen maakte. Pas wanneer hij met bands in zee gaat die een unieke eigen stem hebben, ontstaat er een heel nieuw geluid. Getuige zijn samenwerkingen met Tortoise (The Brave And The Bold) en Trembling Bells (The Marble Downs) , en nu ook Bitchin Bajas.

Bitchin Bajas mag dan wel niet op eenzelfde bekendheid rekenen als Oldham, met niet minder dan ergens tussen de zeven en vijftien reguliere albums en nog een ontelbare hoop ep’s, cassettes en ander fraais, heeft de band sinds zijn oprichting in 2010 al een aardig palmares bij elkaar geschreven. Gestart als een soloproject van Cooper Crain (Cave) vervoegden al snel Dan Quinlivan (Mahjongg) en Rob Frye (eveneens Cave) Crain waarna het geluid van de band nog meer richting (psychedelische) trance evolueerde. In 2015 sloeg het trio de handen in elkaar met stadsgenoten Natural Information Society (een avant garde/jazz-gezelschap rond Joshua Adams) voor het indrukwekkende Autoimaginary, dat een perfecte symbiose vormde van beide collectieven.

Op Epic Jammers and Fortunate Little Ditties wordt al snel duidelijk dat dit huzarenstukje met Oldham ditmaal herhaald wordt. Zonder opnieuw toegevingen ten koste van zijn eigen geluid of aanpak te doen, geeft Bitchin Bajas Oldham alle ruimte om zijn ding te doen en een huwelijk tussen beide stijlen te smeden. Opener “May Life Throw You A Pleasant Curve” maakt meteen al zoveel duidelijk door een ritmisch herhalende melodie te doorspekken met een krakkemikkige folkgitaar (courtesy of Oldham) en een verloren gelopen dwarsfluit. Oldham zingt nog krakeriger (en niet vals) dan hij op zijn eigen platen wel eens durft te doen. “Bucolisch” is het woord dat in een review opdook, en verdomd als het niet waar is.

Op zich volstaat het nu om te melden dat de rest van de plaat uit eenzelfde psychedelisch-pastoraal vaatje tapt. Maar dat zou voorbijgaan aan de subtiele identiteit van elk nummer zoals het nachtelijke “Your Heart Is Pure, Your Mind Is” met een fluisterende Oldham boven echoënd geklingelklangel en voorbij kruipende gitaaraanslagen of het in contrast hiermee breed uitwaaierende en semispirituele “Despair Is Criminal”. Die haast onzichtbare kleurnuanceringen verlenen aan “Show Your Love And Your Love Will” een animistische invulling die uiteraard wonderwel aansluit bij het uitgesprokenere “You Are Not Superman” dat dreigt te verzuipen in zijn eigen klanken en Oldham amechtig op de achtergrond laat oreren.

”Nature Makes Us For Ourselves” benadert nog het dichtste een “normale” song dankzij de helder klinkende gitaar en een bijna zuiver klinkende Oldham, terwijl “Your Hard Work Is About To Pay Of” zich laat inspireren door Indische mantra’s en rock en zo abrupt eindigt dat de roes die eerder ingezet was en onder meer ondersteund wordt door het dromerige, ijle “You Will Soon Discover How Truly” een ruw ontwaken krijgt. Het onverwachte einde benadrukt hoezeer het album zich bij voorkeur als een geheel laat beluisteren waarbij de haast onmerkbare verschuivingen een lange trip verzekeren die zich in de details onderscheidt en daarmee ook de individuele songs een eigen gezicht geeft.

Epic Jammers and Fortunate Little Ditties is spek naar Oldhams bek maar kan, noch mag, als een Bonnie ‘Prince’ Billy-album beschouwd worden, want daarvoor is de muzikale inbreng van Bitchin Bajas veel te groot. Maar Oldham is niet zomaar een gewillige volgeling van het trio. Zijn markante stem en manier van spelen drukt net zo goed zijn stempel op de song waardoor het palet van Bitchin Bajas uitgebreid wordt en er een nieuwe dynamiek ontstaat. De mix van psychedelica en folk leent zicht uitstekend voor lange wandelingen, bijvoorbeeld in het Hallerbos dat zich in deze tijd van het jaar zelf in zijn meest psychedelische pracht openbaart. In het volle besef dat hoezeer men zich ook in de trip verliest, het ontwaken ruw maar welgekomen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in