El Yunque :: “Vreemd dat niemand Kanye West in onze muziek hoort”

Nu Raketkanon het rustiger aan doet (of toch in België) zou El Yunque wel eens de gevaarlijk-ste Belgische liveband kunnen worden. Debuutplaat Baskenland — “de titel klinkt gewoon goed” — klinkt alvast veelbelovend en ligt op 25 maart in de winkels. Wij hadden een gesprek met de vier Limburgse geluidsterroristen, net voor hun (overigens übervet) optreden op We Are Open in Trix.

Naast Onmens, The Guru Guru, Hypochristmutreefuzz en It It Anita is El Yunque dus nog zo’n beloftevolle — om ze toch maar in een hokje te duwen — noise-rockband uit ons land. En lawaai maken: daar staat het viertal volledig achter. “We beschouwen onszelf live als een op hol geslagen trein. Dat kan goed zijn of dat kan slecht zijn. Maar dat houdt onze optredens ook spannend”, aldus drummer Mattias Jonniaux. En of ze goesting hebben in nieuwe concerten. “We hebben veel gere-peteerd en staan echt strak. Wij moeten echt kapot zijn na een show”, lacht gitarist Giel Cromphout, die met zijn andere band Blægger zelfs al The Guardian (het veelbesproken artikel over Raketka-non en andere Belgische bands, nvdr) haalde.

Maar El Yunque lijkt ook al een kleine buzz gecreëerd te hebben. “Is dat zo? We beseffen dat dan niet. Misschien komt het doordat we vorig jaar enkele coole shows gedaan hebben. Ik denk maar aan Absolutely Free Festival (AFF) en de Kinky Star op de laatste dag van de Gentse Fees-ten. Het is dus niet dat we briljante promo gedaan hebben”, aldus Cromphout. “Vooral het optreden in de Kinky Star was echt legendarisch. We konden niet deftig spelen omdat er constant mensen op het podium vielen”, gaat hij verder. Kasper De Sutter, tweede gitarist: “Na de show op AFF had-den we zeker niet het gevoel dat we een superbe show gespeeld hadden. Er was technisch van alles misgelopen, maar toch kwamen we in allerlei lijstjes terecht.”

enola: Over recensies gesproken: ik zie regelmatig Swans, Lightning Bolt, Bauhaus en dE-US passeren. Gaan jullie akkoord met deze toch wel zeer uiteenlopende associaties?

Cromphout: “In onze eerste bio hadden we zelf Swans, Lightning Bolt en dEUS gezet om-dat we zelf nog geen idee hadden hoe we moesten klinken. Zeker Lightning Bolt is een band waar iedereen aan denkt als je noise maakt. Jesus Lizard zien we nu ook soms passeren, maar daar hebben we weinig of niets mee te maken.”
Jonniaux: “Onze muziek is niet echt gebonden aan een hokje: ik heb door Giel bijvoorbeeld hiphop én black metal leren kennen. Dan is het ook niet vreemd dat wat we maken niet onder één noemer samen te vatten is. Wij spelen geen radiopop, maar we zijn tegelijk ook niet zo extreem als Merzbow.”
Jules Jordens: (digitale drums en zang) “Het is vreemd dat niemand verwijst naar Kanye West als ze naar onze muziek luisteren, en ik vind ook The Birthday Party én Pixies een vermelding waard.”

enola: In 2014 verscheen E.Y., jullie eerste, beloftevolle EP. Hoe zien jullie zelf de muzikale evolutie van El Yunque?

Cromphout: “Zoals gezegd: toen waren we nog zoekend, nu is er veel meer over nage-dacht.”
De Sutter: “Die EP was dan ook slecht, zéér slecht!” (algemene hilariteit)
Jordens: “Ik vond Dor echt wel een heel goed nummer. Dat springt er echt bovenuit.”
Jonniaux: “Die platen zijn ook anders gemaakt. De EP is een werk van maanden herhaal-delijk schrijven en opnemen. De plaat werd in vier dagen in een echte studio opgenomen. Daarvoor moesten we ons goed voorbereiden: nummers schrijven en veel repeteren om met een koffer vol nieuw materiaal aan de slag te gaan. In die zin is het niet zo gek dat alles meer consistent klinkt.”

enola: Baskenland is een stevige brok georganiseerde chaos geworden. Over elk nummer lijkt zeer goed nagedacht te zijn, maar tegelijk komt alles organisch over. Hoe is dat alle-maal tot stand gekomen?

Jordens: “Meestal komt Giel met een riff en speelt Kasper daar goed op in. Daarna probe-ren we duidelijk te maken aan Mattias wat hij moet doen, maar dan doet hij zijn eigen ding. Zo heeft iedereen bij El Yunque zijn aandeel in de nummers en groeien die zeer organisch. Voor de opna-mes van de plaat hadden we voor de meeste nummers al een kapstok. De drums, gitaren en gro-ove zaten dus al goed, in Motormusic hebben we die dan verder aangevuld.”

enola: “Noztechtransch” (waarvoor net een video uitgebracht is) en “Dredge” heb ik genoteerd als mijn favoriete nummers. Bij het eerste staat om de een of andere reden ‘post-punk’ geschreven, bij het tweede ‘trage, dreigende beuker’.

Jonniaux: “Het eerste nummer is nog het meest ingevuld in de studio. Daarvoor hadden we nog bijna niets voorbereid. Er zit een constante groove in, vandaar misschien de postpunkver-wijzing?”
De Sutter: “Dat nummer heeft toch ook iets Pixies-achtig? Ik hoor er ook wat Fugazi in. En in “Dredge” zitten dan weer wat invloeden van Swans verscholen.”
Jordens: “Ik vind dat “Dregde” van alle nieuwe nummers het best in elkaar zit! Of nog be-ter: er is nagedacht over wat er niet moest inzitten. Less is more dus.”

enola: Werd een kanjer van een nummer als “Kabeldraad” ook zo goed voorbereid? Het is waanzinnig hoe jullie afklokken op bijna achttien minuten.

Jonniaux: “Kabeldraad staat al op de eerste EP, dus we wisten wel op voorhand dat het langer dan tien minuten zou duren. Er zit geen vaste structuur in, live is het nummer dan ook een soort gestructureerde improvisatie.”
Jordens: “Bijna al mijn teksten zijn ook geïmproviseerd, behalve enkele flarden Engels. De Nederlandstalige passages zijn live altijd anders. Als ik merk dat we muzikaal kunnen blijven door-gaan, kan ik mij ook aanpassen. Trouwens, in de studio hebben we dat nummer elke avond ge-speeld als ritueel voor het slapengaan. De laatste versie is op de plaat terechtgekomen.”
De Sutter: “We moesten elke avond stoppen om 10 uur omdat er anders geluidsoverlast was. Dus elke avond, na het eten, begonnen we rond kwart over 9, half 10 aan de Kabeldraad-sessie.”
Cromphout: “Misschien beseffen wij daardoor niet dat het een raar stukje muziek is. Wij zijn het al zo gewoon.”

enola: Jules, waarom zing je in dat nummer plots in het Nederlands?

Jordens: “Omdat het live makkelijker is om te improviseren en omdat het de taal is waar-mee ik ben opgegroeid. Hooks zijn dan weer fijner om in het Engels mee te zingen, bijvoorbeeld in het repetitieve stuk in “Kassandra, Esq.” De kracht van het Nederlands ligt eerder in het gewauwel — je verstaat iets, maar tegelijk weet je niet precies wat er aan de hand is. Als ik die stukken in het Engels zing, zouden de mensen geen moeite doen om de woorden te verstaan.”

enola: Laatste vraag: waar komt de bandnaam eigenlijk vandaan?

Cromphout: “Die hebben we random gevonden op Wikipedia. Het is een regenwoud in Puerto Rico. Daardoor zijn er nu regelmatig Puerto Ricanen die onze Facebookpagina liken. En drie Chinezen hebben de band zelfs al eens getagd in een foto. Die hebben we dan ook oprecht bedankt.”

El Yunque releaset op 11 maart zijn debuut op een geheime locatie in Hasselt, speelt 19 maart op Scratch+Snuff in de Charlatan samen met Supergenius en op 23 maart met 30,000 Mon-kies in Kavka in Antwerpen. Op 6 april is de band support voor Big Ups in de VK. Op 15 april staan de vier heren op het podium van het Waves Music and Art Festival in Maaseik, op 21 april in de Cosa Nostra in Aalst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in