Marina & The Diamonds :: 26 februari 2016, Cirque Royale

“I feel like I’m the worst so I always act like I’m the best”, toetert Marina Diamandis in “Oh No”. En zo gedroeg ze zich woensdagavond ook. Alsof het Cirque Royale niet echt beschamend leeg was, maar de afmetingen van een middelgrote arena had gekregen. Het was een optreden voor de bekeerden, en die kregen van Marina & The Diamonds dan toch gaandeweg waar voor hun geld.

“KERSEN! DIE HEEFT KERSEN OP HAAR HOOFD!” Het is een hilarisch moment, maar het klopt, wanneer Diamandis opnieuw opkomt, een diadeem met kersen even paars als haar glitterpak in het haar. Het is het begin van het derde deel van dit optreden, en ze snijdt pittig Froot, de discogedreven titelsong van haar meest recente plaat aan. Zo zit het namelijk wel op deze Neon Nature-tour: plaat per plaat krijgt zijn eigen hoofdstukje, en meteen ook kostuum.

Het kan ook bijna niet anders. Drie platen maakte Diamandis tot nog toe als Marina & The Diamonds, en geen klinkt als de ander. En dat de springerige indiepop van debuut The Family Jewels ondertussen al even achter haar ligt valt te merken. De “coocoo” van opener “Mowgli’s Road” mag dan jolig klinken; de song zelf verzuipt in een geluidsbrei vol echo – krijg je dat met een bovenste ring die meer dan halfleeg is? En is ze wel goed bij stem? Twee songs lang twijfelen we, want ook “I Am Not A Robot” wordt niet alleen een beetje hortend en traag gebracht, Diamandis klinkt vermoeid en een tikje hees.

Even vrezen we dat we vertrokken zijn voor zo’n typisch “platgetoerde artiest speelt het concert teveel”-optreden. Maar dan kennen we de Brits-Griekse zangeres nog niet. Gingen de helft van de songs op die eerste plaat over haar tomeloze ambitie en obsessie met de Verenigde Staten (u ziet het in dit blokje aan de Minnie Mouse-oren), dan is ook vanavond te zien hoe ze zich oplaadt aan de aandacht, het applaus. Tegen dat enkele songs later het Electra Heart-blokje begint krijgen we een andere Marina te zien. Niet alleen vestimentair; ergens achter de schermen lijkt ze een schop onder de kont te hebben gekregen en plots krijgen we een vrouw te zien die zich smijt, en geniet. Dit draait dan ook om haar, en haar alleen; de vier nochtans uiterst veelzijdige muzikanten rond haar zijn grijze figuren en blijven in het halfduister.

Het maakt meteen niet uit dat die tweede plaat eigenlijk een flinke miskleun is; het resultaat van die ambitie de nieuwe Katy Perry te worden. De songs die Diamandis schreef met bekende hitfabrieken als Dr. Luke en Diplo zijn van het platste dat ze maakte, maar het werkt vanavond. De gierende synth van “Bubblegum Bitch”, de kletterende electro die “Teen Idle” – opgedragen aan alle tieners in de zaal want “het kan misschien van toepassing zijn” — uitgeleide doet; het heeft impact. Maar wanneer de beats van “How To Be A Heartbreaker” – EDM met een akoestische gitaar – Avicii naar de kroon steken, hangen onze wenkbrauwen toch in een fameuze fronsstand, en ook “Primadonna” heeft last van onnodig vette bassen. Neen, dan is de dubstepdrop in het trage “Lies” verteerbaarder. Is dat anders iets, dubstepballads?

Het tekent misschien wel de rusteloos zoekende Diamandis dat het uiteindelijk in het Froot-blokje met haar meest recente output is dat alles op zijn plek valt. Dit is wie ze nu is; speels, maar even goed schuldbewust, en opnieuw met alle touwtjes in eigen handen. Het doet die titelsong goed, waarin ze met een knipoog zingt “I’m bigger than shepherd’s delight”. Je weet dat zij weet dat het onnozel is; maar het heeft sass. Heerlijke discostomper, overigens.

Het hoeft overigens niet altijd idioot te zijn. “I’m not afraid of God / I am afraid of man” uit “Savages” is een uitstekende samenvatting van hoe beschaving niet meer dan een laagje vernis kan zijn, en wanneer ze in “Can’t Pin Me Down” uitdagend zingt “Do you really want me to write a feminist anthem / I’m happy cooking dinner in the kitchen for my husband” is dat misschien wel de ultieme verwoording van de vrouwelijke eis tot keuzevrijheid.

En zo blijft Marina & The Diamonds zweven in een ongemakkelijk niemandsland tussen “echte muziek” – zelfs in die mate dat haar gitarist zijn falset moet bovenhalen opdat er toch maar geen backing vocal van band zou moeten komen — en showbizz. Je kunt dat mossel noch vis noemen, maar net zo goed moedig. Iemand moet proberen de brug te blijven slaan, want er is geen enkele reden waarom ook slimme pop geen fun zou mogen zijn. En omgekeerd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in