Jason Isbell :: 16 januari 2016, Botanique

In de Verenigde Staten is er een commerciële en artistieke opleving van authentieke countrymuziek bezig, die herinneringen oproept aan de periode van outlaw country-artiesten als Waylon Jennings en Willie Nelson in de eerste helft van de jaren 70. Die heropleving sijpelt stilaan ook door naar onze contreien. Dat het concert van Jason Isbell — de bekendste naam in deze revival — verplaatst werd van de gezellige kleine Rotonde naar de grotere Orangerie namen we er met plezier bij.

De openingsact werd verzorgd door John Moreland die met zijn sjofele kledij, tattoos en baseballpet niet veel weg heeft van de archetypische folkmuzikant, al zal daar zijn verleden in een aantal punkrockgroepjes ongetwijfeld wel voor iets tussen zitten. Tegenwoordig staat hij zowat aan het andere uiterste van het muzikale spectrum waar hij Ingetogen folksongs brengt, enkel begeleid op een akoestische gitaar. Tekstueel zijn het – excusez le mot – smartlappen waarin Moreland de liefde bezingt, al is die hem zelden goed gezind. Grof samengevat: of de vrouw is hem onbereikbaar of de liefde draaide – weeral – op niets uit. Met zijn diepe, wat roestig klinkende stem slaagt hij er probleemloos in – als voorprogramma niet altijd een sinecure – de Orangerie stil te krijgen. Hij diepte in het half uurtje dat hem toegemeten was vooral songs op uit zijn voorlaatste album, het uitstekende In The Throes. Songs die luisteren naar veelzeggende titels als “You Don’t Care Enough For Me To Die”, “Break My Heart Sweetly” of een knap “Nobody Gives A Damn About Songs Anymore”. Al was het toch vooral een indrukwekkend “Hang Me In The Tulsa County Stars” dat bleef nazinderen. We kunnen enkel maar hopen dat hij binnenkort ook eens als hoofdact door Europa trekt, want in dat halfuur maakte Moreland indruk.

Naast Chris Stapleton en Sturgill Simpson is Jason Isbell de derde exponent van de wederopstanding van de country muziek als reactie tegen de popvariant de het voorbije decennium in de countryscene van Nashville alomtegenwoordig was. Al moet er wel meteen gezegd worden dat Isbell van het drietal niet alleen al het langst actief is — hij debuteerde in 2003 bij de Drive-By Truckers — maar ook degene wiens muziek het minst “country” van de drie is. Zeker als je alleen rekening houdt met zijn recentste solowerk zie je een artiest die zich steeds verder van zijn countryroots verwijdert. Vergezeld door zijn vaste begeleidingsgroep The 400 Unit — genoemd naar een psychiatrische instelling in thuisstaat Alabama — grasduinde hij vooral in zijn meest recente albums. Het resultaat was een concert waarin de verschillende facetten van de muzikant Isbell op indrukwekkende wijze tot uiting kwamen.

Zo is er de songsmid in Jason Isbell. Ondertussen heeft hij een hele reeks songs gepend met het soort melodie dat nadat je ze eenmaal gehoord hebt onherroepelijk blijft hangen.Nummers waarvoor hij tijdens het optreden vooral de akoestische gitaar bespeelde, zoals “24 Frames”, een heerlijk “Traveling Alone” of het gevoelige “Different Days” waarvoor kippenvel per strekkende meter uitgedeeld werd. Het zijn niet alleen rustigere nummers waarin Isbell zijn oor voor melodie laat schitteren, ook stevige rockers als “Palmetto Rose” en “Motel 8” maakten in de Botanique indruk. Daarnaast is er Jason Isbell de tekstschrijver. Of het nu gaat over zijn alcoholverslaving (“Cover Me Up”), de goede raad van zijn vader (“Outfit”) of een verhalende liedje over een langzaam aftakelende politieagent (“Speed Trap Town”), Isbell weet als geen ander in een paar korte zinnen een heel verhaal te schetsen of een gevoel over te brengen op de luisteraar.

En dan was er nog de gitarist Jason Isbell. Hoewel hij op zijn meest recente albums vooral de akoestische gitaar ter hand neemt, haalde hij in de Botanique regelmatig de elektrische gitaar boven. Vooral in een paar oudere nummers die dateren van zijn periode bij de Drive-By Truckers maakte hij indruk als gitarist. Zo kregen we in een lang uitgesponnen “Decoration Day” een heerlijk bluesy gitaarsolo. De geest van Crazy Horse — een makkelijke, maar ook logische vergelijking — waarde dan weer doorheen een verhakseld “Never Gonna Change”, met een gitaarduel tussen Isbell en gitarist Sadler Vaden als climax.

Voor je er erg in had was het al tijd voor de bisnummers. Na “If It Takes A Lifetime” pakte toetsenist Derry Deborja z’n accordeon vast en kregen we met “Codeine” een lekker rootsy slokakkoord geserveerd, waarbij de hele band lekker dicht bij elkaar ging staan musiceren om daarna afscheid te nemen van het publiek. Dat Jason Isbell indruk maakte bij z’n passage in de Botanique, dat blijft ons bij. En dat het ons een raadsel is waarom iemand met zijn kwaliteiten ook hier geen grotere zalen doet vollopen. Klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in