Eurosonic 2016 :: Stoofpotten en soufflés, afgekruid met postrock

Indrukwekkend. Dat is het minste wat je kan zeggen van Eurosonic. Met optredens van ongeveer 300 bands uit heel Europa is het grootste Europese showcasefestival aan zijn dertigste (!) editie toe. Gewapend met een aangekruist tijdsschema, een fiets (met pedaalremmen weliswaar), een extra dikke sjaal en warme handschoenen doorkruist ook enola drie dagen lang de stad op zoek naar beloftevolle bands.

Woensdag 13 januari

19.30u. Vera.          Aperitiefje? Aperitiefje. We scherpen de honger aan met een flard Aosoon, maar de smaak ervan is aan de fletse kant. Ja, de piepjonge Marisa Hylton heeft een aardige, zij het soms wat onzuivere stem, en soms horen we zelfs een flard van een goeie song, maar wanneer dit Londense trio na enkele eenvoudige gitaarsongs plots R&B op een bedje van beats begint te serveren, rijst bij ons de vraag “wat wil dit bandje nu” als een succulente soufflé. Wel een goed nummer: “Under”, dat helaas wel al eens eerder werd geschreven door Daughter. Nog wat onrijp, dit bandje.

20.05u. Huize Maas.          Schapenvellen vestje. Bevriend met Mumford & Sons. Hell, zelfs zijn songtitels – “The Brightest Light”, om er maar eentje te noemen — zijn generisch. Neen, deze King Charles,met zijn naar duffe jaren zeventig meurende stadionfolk, is het duidelijk niet.

20.15u. De Spieghel Up.           (lh) wordt wakker geschud door de drie enthousiaste Slovenen van Ludovik Material. De band brengt een explosieve cocktail van noisepunk, voorgeprogrammeerde industrial en electro. De hoofdrol wordt gespeeld door de pompeuze zangeres Tina Peric, die zich voortdurend een nekfractuur lijkt te headbangen. Zelfs een rit van veertien uur houdt de volledig band niet tegen om zich te geven alsof zijn leven ervan af hangt met stuwende drums, knarsende gitaren en ophitsende vocalen. Niet bepaald origineel, maar op zijn best zweeft Ludovic Material tussen HEALTH en Gossip: hoe langer we op haar staan te kijken, hoe meer Peric op Beth Ditto begint te lijken. Tijdens het laatste nummer van de verschroeiende set waagt ze zich zelfs aan een pogo met het publiek. Er wordt ietwat lauw op gereageerd, maar Ludovik Material herinneren we ons vooral als een sonisch beest dat met geen enkele toeschouwer medelijden heeft.

20.20u. Huize De Beurs.          Eurosonic focust dit jaar op Centraal- en Oost-Europa, en dat zullen we geweten hebben. Het programma barst van de Esten, Letten, Polen en met Koala Voice ook een viertal Slovenen. Aangevoerd door het schattig boze frontvrouwtje Manca Trampuš doet de band aan vrolijk genrehoppen: wat in “Bird Shit” begint als ongevaarlijke punkrock vervelt al snel tot aanstekelijke discopop, waarna Trampuš de Nina Hagen in zichzelf loslaat en zich met hoge gilletjes en overslaande stem doorheen een onverstaanbaar Sloveens postpunknummer werkt. Het is een breed gamma, wat hier geprobeerd wordt, maar eigenlijk is er geen enkel genre waarin de band écht uitblinkt. Midden in het eindeloos gerekte, eentonige “Wild Dancer” hebben wij het dan ook wel gehad: tijd om in de rij te gaan staan bij De Spiegel!

20.51u. De Spieghel Main.           Eurosonic is uitverkocht en dat is er meteen aan te merken. Have You Ever Seen The Jane Fonda Aerobic VHS?, genoemd naar de iconische workout-video uit 1982, is van jetje aan het geven wanneer het nog volop aanschuiven is om de pokkehete zaal binnen te geraken. De prijs voor beste bandnaam heeft dit Finse trio alvast verdiend, maar voor origineelste muziek? Dat zeker niet. De bubblegumpunk is dan ook maar leuk voor een paar nummers die het vooral moeten hebben van de plezierige deuntjes uit het Casio-keyboard van Jomma Di Joga. Amusant optreden, niet meer, maar ook niet minder.

21.05u. Newscafé.          Hebben die Jane Fonda video niet te zien gekregen: (lt) en (mvs), die na een kwartier vruchteloos aanschuiven dan toch met de staart tussen de benen afdruipen. In het passeren het hoofd binnengestoken bij Craig Gallagher, een sympathiek blozende Ier die net een akoestische zangstonde in het publiek is gestart met Elvis’ “Can’t Help Falling In Love With You”. Tikje belegen misschien? Ja, toch wel. Weg dus, en onderweg naar Elders aan Huize Maas ook maar even de neus aan het raam gestoken bij Town Of Saints, Hollandse ambitie die op dat moment Vampire Weekend met toegevoegde Levellersviool op het vuur heeft staan. Charmant, maar nogal vrijblijvend.

21.30u. Huize De Beurs.          “We doen géén Belgen”, hadden we gezworen, maar bon, nauwelijks bezig valt er al een gat in de programmering, en is dat principe alweer voor de ratten. Vergeef ons, Heer, want verdomd; wat was Go March straf. In hun dagelijks leven hielden de heren Philipp Weies (gitaar), Hans De Prins (synths), Antoni Foscez (drums) mee bands als Meuris, Intergalactic Lovers, Broken Glass Heroes en Manngold recht, na de uren doen ze het zonder diva’s en dus gewoon instrumentaal. De stoofpot aan krautrockritmes en dansante gitaartjes levert een hypnotiserend aroma op, in “Lighthouse” ontaardt een duel tussen gitaar/toetsen en drum in een waanzinnig dansende coda,die het geheel afkruidt met wat postrock. Verbluffend.

22.15u. De Spieghel.          En we zijn opnieuw bij De Spieghel, en dat betekent: weer eindeloos aanschuiven. En dat voor Parrots, een Madrileens drietal dat de hype aan zijn broek heeft hangen, en daar vooral de vriendinnetjes van Hinds, die hier vorig jaar doorbraken, voor mag bedanken. Blijkt: deze groep heeft het rammelen beter in de vingers dan die vier dolle wichten, en slaagt er in zijn garagerock strak te brengen, met in “Terror” zelfs een olijke rock-‘n-rollswing in de heupen. “No Me Gustas Te Quiero”, gaat het razend, en wanneer de ene vervolgens aankondigt “This is the end”, antwoordt de andere droog “Olé!”. Wat volgt is de Almighty Defenderscover “All My Loving”, die ontaardt in een pogo wanneer frontman Dee Dee Dangerous het publiek induikt en bijna zijn in Groningen studerende (ja, wij weten zo’n dingen) broer binnendoet. En dan barst bassist Alejandro de Lucas nog even in lachen uit tijdens een laatste “I need somebody to love”-heen-en-weer. Waarlijk, het leven is leuk, daar in de Spaanse hoofdstad.

23u. Der AA-Theater.           King Crimson. Captain Beefheart. The Doors. De referenties in de bio’s van het Finse Hexvessel doen watertanden. Maar Hexvessel is veel meer en anders dan dat. De band werd gevormd rond de bloedserieuze Britse songschrijver Mathew Joseph McNerney; niet zomaar een nieuwkomer in de muziekscene, maar wel een muzikant met een vette cv. Zijn bekendste projecten zijn postpunk Beastmilk en avant-garde/black-metalband Dødheimsgard. Met Hexvessel zoekt hij vooral de paganistische folk op. Drie van zijn vier muzikanten lijken uit een bos ontsnapte Vikings; ietwat karikaturale figuren die hun instrumenten desondanks beheersen. De meeste nummers van Hexvessel lijken meer te passen bij een sjamanistische ceremonie dan bij het Eurosonic-publiek. Vooral wanneer de band knipoogt naar jazz (dankzij het gebruik van een trompet) en psychedelica, raken we helemaal nieuwsgierig naar When We Are Death, de nieuwe plaat van het project die op 19 januari verschijnt. Missie geslaagd dus voor Hexvessel.

23.45u. De Spieghel.           De jaren negentig zijn helemaal terug, wist u dat? De onnozel genaamde jonkies van Hooton Tennis Club zijn alvast helemaal mee: er wordt hier zo lustig aan Pavement gerefereerd dat het bijna niet meer proper is, maar óh, wat is het fijn om dat geluid hier in dit morsige zaaltje met zoveel enthousiasme voorgeschoteld te krijgen. De jengelende gitaartjes van “Jasper”, die zomerse rammelende melodieën van vreselijke titels als “Katherine Sat On The Arm Of Her Favourite Chair” en “Something Much Quicker Than Anyone But Jennifer Could Ever Imagine”, dit viertal weet perfect hoe het gebracht moet worden. Meer dan eens moeten we aan het vroege Blur denken, en — wat verder terug in de tijd — af en toe ook aan de jangle van The Byrds. Volstrekt niet vernieuwend, maar wel erg goed voor het humeur.

00.30u. Der AA-Theater.        Toch nog maar eens Belgen? Allez dan. Opvallend hoe een band als The Black Heart Rebellion zich een plaats wist te veroveren in het alternatieve circuit. Afkomstig uit de punkscene maakt de band allerminst toegankelijke muziek — noem het eerder ultraduistere doemrock die refereert aan duizend stijlen tegelijk, van 16 Horsepower over Swans tot… ja, wat eigenlijk? en ontwikkelde hij een hoogst uniek geluid. Neem nu het subtielere en betoverende “Flower Bone Ornaments”, dat gekenmerkt wordt door een meeslepende oosterse gitaarlijn, of “Avraham”, een beest van een nummer. Hoewel de band in Groningen een iets mindere dag lijkt te hebben, — zo lijkt de concentratie her en der volledig weg — klinkt de samenzang tussen Pieter Uyttenhove en Alex Maekelberg in een nummer als “Body Breakers” uiterst sterk.

Op het einde van de set herpakt de band zich volledig met het ritualistische “Om Benza Satto Hung” en “Violent Love”. In dat voorlaatste nummer worden we aan de grond genageld door de gierende gitaren, een hypnotiserende fluit en sissende vocalen. “Violent Love”, tevens het laatste nummer van het vorig jaar verschenen People, When You See The Smoke, Do Not Think It Is Fields They’re Burning is intussen uitgegroeid tot de traditionele afsluiter, maar dat maakt de impact er niet minder op. Een band als deze zou dit jaar op zowel Roadburn als Pukkelpop moeten staan. Qua intensiteit en originaliteit blijft dit vijftal er bovenuit steken. Hopelijk hebben Roadburnprogrammator Walter Hoeijmakers en Eppo Janssen van Pukkelpop dit ook begrepen.

00.45. Grand Theatre.           Tijd voor de finale van de dag. Een bizarre, want Bokka — door (lt) aan (mvs) verkocht als “Ja, dat is een beetje een Poolse Beach House” – is duidelijk van de Laibach School Voor Oost-Europese Kunstrock. Doemen, wanneer we binnenvallen, spontaan herinneringen aan de conceptuele dark house van The Knife op, zoals de muzikanten daar in hun zilveren pakjes gemaskerd staan te wezen, dan plakt de groep daar vervolgens een licht industriële cover van “Love Will Tear Us Apart” aan, om nog even later met “Town Of Strangers” wazige eightiespop af te komen (dan tóch nog Beach House). Als hoogtepunt van de set pakt de band – die overigens bestaat uit een steeds wisselend maar geheime bezetting van bekende Poolse muzikanten — plots uit met hevige nu-metal. “What A Day” herhaalt de frontvrouw uitentreuren, en wij kunnen alleen maar met een bevreemde blik “What a band” prevelen. Deze jury geeft points for trying, maar Polen lijkt toch vooral een héél vreemde inzending gestuurd te hebben naar dit Eurosong, euh Eurosonic.

Van R&B, over folk naar garage- en art rock; “What a day, indeed”, prevelt (mvs) en hij troont (lt) en (lh) mee naar pleisterplek De Knarie. Een laatste Grolsch wordt er nog eentje. En nog een laatste. En one for the road. En dan wordt er toch geslapen. Want morgen is er nog een dag. En daarna nog een. Waarlijk, het is een wonderlijke wereld. Tot morgen, Eurosonic!


Donderdag 14 januari

Damn, dat is even hard ontwaken, maar vooruit met de geit: ook vandaag smeken tientallen bands om ons streng oordeel, en by Jove: we zullen er minstens twee handenvol van zien ook!

16.10u. Plato.          En omdat we toch klaar zijn met dat verslag van gisteren, en het geen weer is voor een terrasje, doen we nog maar eens een in-store sessie in Plato. Zadelt Pleasure Beach ons met een knoert van een twijfelgeval op. Want wat doe je met een band die meer klinkt als The War On Drugs dan Adam Granduciel zelf als The War On Drugs al bestaat? Je vindt het geweldig, want met songs als “Dreamer To The Dawn”, waarin de samenzang tussen gitariste en toetseniste aan het mooiste van Fleetwood Mac doet denken, weet het Noord-Ierse vijftal zelfs in het helle TL-licht van deze platenzaak te begeesteren. Een cover van Bruce Springsteens “I’m On Fire” begint broeierig en veelbelovend, maar gaat nadien helaas nergens meer heen; neen, dan is de eigen single “Go” beter; helemaal the Boss op zijn Dancing In The Darkst. Slotsom: de prijs voor originaliteit zullen ze nooit winnen, maar wie nood heeft aan wat “whoooo!”’s op stadionmaat weet waar hij in afwachting van een opvolger voor Lost In The Dream terecht kan.

20.00u. Vrijdag (Ja dat is een zaal, ja. Wij wéten dat het donderdag is vandaag).          Hét grote euvel aan dit Eurosonic? Meer nog dan op andere jaren lijkt het publiek te groot voor de beschikbare zalen. Ook bij Alice On The Roof raakt uw team dus niet binnen. Tijd om op te splitsen dan maar, en daarbij is (lt) eerst aan zet.

20.25u. Damsterstage.           Eurosonic heeft immers genoeg ander vrouwelijk geweld (nuja) in de aanbieding. Zo staat in deze veredelde feesttent Aurora, die haar indrukwekkende passage van vorig jaar nog eens mag overdoen. Het frêle Noorse meisje legde toen een heel Grand Theatre het zwijgen op met een paar rake nummers en haar bijzondere podiummaniertjes, maar vanavond blijkt een hardere noot om te kraken. Het publiek lijkt immers net dit concert uitgekozen te hebben om de kerstvakantie met elkaar te bespreken, onder het genot van veel te veel bier. Dat er ook nog iemand op het podium staat, is volstrekt bijzaak.

Het breekbare “Lucky” komt dat ook maar ternauwernood boven het gewauwel uit. “Warrior” is wat forser, en dat helpt al een beetje, maar het toont vooral wat voor gigantische groeispurt Aurora op dat ene jaar gemaakt heeft. Haar vreemde handgebaren zal ze wel nooit kwijtraken, maar de bange konijnenblik heeft ze alvast volledig losgelaten en ingeruild voor een flinke dosis zelfvertrouwen. En zelfs al blijven enkele concertgangers hardnekkig de gestampte boer uithangen, Aurora bedankt het publiek keer op keer met evenveel liefde en enthousiasme. En dat schijnt te werken: tijdens haar ingetogen versie van “Life On Mars” — opgedragen aan “a great man” — grijpt ze de luisteraars alsnog bij de lurven, en wordt er ademloos toegekeken hoe ze moeiteloos toonladders beklimt tot ijzingwekkende hoogten. Specialiste in zieltjes winnen, deze jongedame.

20.45u. Vera.           Deense psychedelische rock raakt in de mode. Na The Wands steekt ook De Underjordiske (“De Ondergrondse”) zijn Europese ambitie niet onder stoelen of banken. En de heren willen opvallen: zoveel is duidelijk. Ze zetten alvast oogschaduw en smalle broekspijpen in, maar hebben gelukkig ook de nodige sterke nummers om indruk te maken op een showcase festival: erg rock-’n-rollachtig, psychedelisch en catchy is het. We zouden hen gemakshalve de Deense Doors kunnen noemen, maar dat zou teveel eer zijn.

Het is vooral zanger Peter Kureooral die met zijn opvallende poses doet denken aan Jim Morrison, al doet het ruige stemgeluid eveneens denken aan Alex Mass van The Black Angels. De Underjordiske is niet alleen op zijn sterkste wanneer er stevig wordt doorgejamd. Neem nu het tweede bescheiden hoogtepuntje “Ind I Flammerne”, dat geduldiger wordt opgebouwd. Het grootste minpunt blijft echter de keuze voor de Deense teksten. Klinkt heerlijk authentiek en mysterieus, maar het ligt toch wat moeilijk.

20.55u. Newscafé.          Het mooiste duo van de dag staat vandaag in de stinkende kelder van het Newscafé. SVPER bestaat uit een Spaanse schone en haar beest, tegenover elkaar gepositioneerd aan een tafel met een stevige voorraad analoge samplers en synths. De donkere krautelektronica die ze daarmee produceren, dendert aan precies het juiste tempo voort om de heupen voor de eerste keer deze driedaagse – éindelijk — los te schudden. De sensuele, wazige zang van Luciana Della geeft een zuiderse touch aan “Brillar”, terwijl haar catchy synthriedels in “La Melodia De Afilador” (ja, wij moesten ook even aan Biker Boys denken) nog wat extra vaart krijgen door de opruiende beats van Sergio Perez. Het is nog vroeg, en de dansjes zijn dus nog wat schuchter, maar wat ons betreft is dit nu al het beste feestje van Eurosonic.

21.30u. Minerva.          “Dit is ons eerste optreden van 2016. Sorry als we dus nog wat roestig klinken!”. Dat is het probleem niet met The Big Moon, dat duidelijk hongerig aan zijn eerste set van het jaar begint met kortaangebonden gitaren en kwade zang. Ergerlijker: deze dames missen tunes, waardoor hun kwaaie meidenrock het enkel van zijn power en overtuiging moet hebben. Dat is te weinig voor vandaag, op dat verloren mooi moment driestemmigheid na, en ook de doorzichtige zacht-harddynamiek van de songs gaat al snel vervelen met zijn eeuwig zacht begin-cimbaaltikje-rammen. Wanneer het viertal ook nog eens “Beautiful Stranger” van Madonna de vernieling in raast, is het al lang goed geweest. De grote ontdekking van Eurosonic zullen deze Britse meiden niet meer worden.

21.30u. Huis De Beurs.           voor FEWS is het aanschuiven geblazen, maar we snappen de hype (misschien nog) niet goed. De vier Zweden, die tegenwoordig in Londen resideren, werden al opgehemeld door het Britse NME en het Amerikaanse Stereogum. Ze excelleren naar verluidt in door shoegaze beïnvloede postpunk. Wij hebben vooral het gevoel dat de heren goed geluisterd en gekeken hebben naar A Place To Bury Strangers. Intens klinkt het dus allemaal wel, maar bij momenten lijkt het allemaal een ongestructureerde brij. Pas in het laatste nummer zijn we volledig mee, want dan draait de band de knop om naar een kraut-achtige jam. Het echte venijn zat hem dus in de staart. Maar opnieuw: what’s the fuzz all about?

22u. De Spieghel.          Stond allang in vette letters op ons programma: Black Honey. Een kwartier te vroeg trekken we dus richting Spieghel, met onze bevroren ledematen van het wachten bij The Parrots en de teleurstelling bij Jane Fonda nog vers in het geheugen. Helaas: de halve Peperstraat is al in een wachtrij veranderd, geen enkele kans dus om er nog in te komen. Opgeklopte hype of het aanschuiven waard, wie zal het zeggen? Enola alvast niet, maar niet getreurd: ook bij Mutua Fides staat er een gezellig, zij het beduidend korter wachtrijtje, zodat (lt) na een dikke vijf minuten alsnog (mvs) kan vervoegen voor het betere pogowerk.

22.15u. Mutua Fides.          Want met een hoop pokkeherrie en dan een frontman die als eerste woorden van de eerste song een stotterend “c-c-c-come” uitkrijt met bijhorende uitdagende gebaren zet Vant zijn optreden meteen juist in. Het Britse kwartet ziet er wat dommig uit, maar net dat past bij de brute, take-no-prisonersklank van deze post-Arctic Monkeyspunk. De songs zijn puntig en strak, de melodieën aanstekelijk, en de band rockt als een nauwelijks in bedwang te houden rodeostier. Opwindend.

22.45u. Minerva.           C. Duncan is hip en lijkt zelf onder de indruk van de lange rijen, zo vertelt hij halverwege de set aan het enthousiaste publiek. De 25-jarige mag er dan uitzien als de nerd der nerds en als klassiek componist afgestudeerd zijn aan het conservatorium van Glasgow, hij maakt nu vooral psychedelische droompop met pastorale trekjes die naar Fleet Foxes en Grizzly Bear neigen. Het klinkt allemaal behoorlijk zeemzoet en subtiel, zoals in “He Believes In Miracles” en “For”. “Architect” klinkt dan weer zo zonnig en psychedelisch dat we aan Mac DeMarco moeten denken. Een pluim verder ook voor Duncans drie muzikanten, die mee de nummers naar een hoger niveau stuwen. We beginnen stilaan te begrijpen waarom hij al gesmaakt werd door The Guardian en op de shortlist van de Mercury Prize stond. Graag in de Botanique en liefst dit jaar nog.

23.45u. Vera.          “Wass will daß weib?” Het was een beroemde vraag die Sigismund Freud zich stelde, vandaag hangt ze nadrukkelijk boven Pumarosa. Want wat wil deze band rond Isabel Munoz-Newsome eigenlijk? “Industrial spiritual” noemt de band zijn eigen genre, wij horen vooral een ratjetoe van genres en die mayonaise wil maar niet pakken. Want ja, het ziet er wel “interessant” uit om met zo’n stokje op je snaren te slaan, maar heeft het ook een functie? En waarom wil Munoz-Newsome halverwege dan weer plots de PJ Harvey van Stories From The City Stories From The Sea zijn? Wanneer dan ook nog een sax op de proppen komt, willen we helemaal schreeuwen “lose the fucking ballast”. We zijn beleefde jongens, en mompelen dan maar tegen elkaar “we’re outta here”. Sigmund Freud had gelijk.

00.15u. Huis De Beurs.           (lh) wilde nog eens echt (maar dan ook echt) luide gitaren horen en kreeg die voorgeschoteld door It It Anita, dat wel eens omschreven wordt als de nieuwste parel van de Belgische noise rockscene. Wel, die stelling klopt volledig. Akkoord, het viertal uit Luik klinkt niet altijd bijster origineel. We noteren in ons notitieboekje dan ook vanaf het eerste nummer Shellac, At The Drive-In (vooral stemgewijs dan) en Fugazi. Maar noem dit niet zomaar inspiratieloos gebeuk.

Sommige nummers klinken heerlijk onheilspellend en hebben een melodische opbouw om u tegen te zeggen. Bovendien is er heel wat aan de hand op en naast het podium. Er word middenin de massa gespeeld, drumstellen worden gedemonteerd en steeds verder in het publiek opgesteld, en een toeschouwer mag zelfs op het podium gitaar komen spelen. Hoogtepunten? We onthouden vooral het meer dan zes minuten durende “Imposter” en een imponerend “Templier”. O ja: de meeste recente EP werd opgenomen door John Agnello (bekend van onder meer Sonic Youth, Dinosaur Jr, Kurt Vile en Turbonegro) en is dan ook een verplichte aanschaf voor al wie fenomenaal kabaal kan smaken. It It Anita: de Waalse Raketkanon? Het kan!

En zo loopt de avond alweer ten einde. Terwijl Lost Frequencies zijn draaikunsten toont aan een Europees publiek, neemt de netwerkslet in (lh) het over van de recensent in hem en worden de eerste pinten van alweer een lange rij “laatste” aangebroken. Eurosonic; het is een beetje een familiefeest voor de Belgische muziekbusiness en ook de gekke nonkels van Enola mogen meedoen. Joepie!

Vrijdag 15 januari

Dag Drie, en nog steeds geen noemenswaardige kater. Zeggen dat ons team stevig staat is nog een understatement. Zijn we klaar voor de eindspurt? Nog geen beetje, en we vliegen er meteen in met een streepje amusement.

15.45u. Vera Downstage.          Want Eurosonicvrijdag, dat is ook de dag van een van de gekste nevenactiviteiten: Jagersonic, tot vorig jaar nog iets problematischer Negersonic geheten. Organisator De Rooie Neger (of was het nu toch Jager?) nodigt in de piepkleine Kelderbar van de Vera allerhande rock-‘n-rollgeweld uit — Cocaine Piss om één uur ’s middags, bijvoorbeeld — voor een publiek dat crowdsurfen en biermorsen tot zijn voornaamste hobby’s rekent. Maar dit zou Jagersonic niet zijn als er niet minstens één vreemde eend in de bijt geprogrammeerd stond, en deze keer is dat Frank en Mirella, een schlagerduo van middelbare leeftijd. Wij waren tot vandaag niet bekend met monsterhit “Wat ik zou willen”, maar na één keer het refrein te horen meebrullen door een horde langharig tuig, waren we helemaal om. Als de Rooie vervolgens een potje crowdsurfen op gang trekt waarbij het zaak is om je hoofd niet te stoten aan het dampende plafond, zit er niets anders op dan je mee te laten voeren met deze stroom onnozele waanzin, die voelt alsof we een jolig privéfeestje hebben gegatecrasht. Buitenkomen met bier en vreemd mannenzweet in de haren: teken van een topfeestje.

16.40u. Coffee Company.          Barns Courtney heeft zijn sessie voor vandaag gecanceld, en dus staat in de koffiebar Tenfold te spelen, een folkmeisje uit Amsterdam met gitaar en een radde tong. “Kijk het één liedje aan en beslis dan”, spreekt ze eventuele verwarde bezoekers toe, “maar weet dat ik goed kan zien wie er weggaat”. Dat soort mopjes keert nog geregeld terug doorheen haar set: tijdens “The Foolish One” vraagt ze het publiek om mee te doen, “want anders is het echt een kutnummer”. Daar is gelukkig niets van aan, en dat is vooral te danken aan het warme, bijna jazzy stemgeluid van Tenfold. In de lage tonen neigt ze naar Jolie Holland, in de hoogtes komt zelfs Joni Mitchell af en toe om de hoek kijken. Kopje warme tomatensoep erbij, en dit is het ideale geluid voor een vrijdagmiddag die voelt als een luie zondag.

18.00u. Vera Downstage.           Bier, zweet en decibels zijn sowieso de belangrijkste ingrediënten van een optreden van het beuktrio Peter Pan Speedrock, dat na twintig jaar rammen bezig is aan een afscheidstournee. In de kelder onder de Vera worden die kenmerken nog eens extra in de verf gezet. De cocktail van rock-’n-roll, punk, hardrock en metal is pure nostalgie voor (lh). Na “Rockcity”, waarmee de rockers een ode brengen aan hun thuisstad Eindhoven, is het echter meer dan goed geweest. Niettemin: geestig intermezzo.

20u. Grand Theatre.          Op naar de echte start van deze laatste Eurosonicdag, al wordt het een beetje een valse. Ary is een jonge Noorse zangeres die houdt van bubbelende synths à la Todd Terje en Lindstrøm, maar doet daar blijkens dit optreden niet echt boeiende dingen mee. De aanstekelijke single “Higher” heeft op plaat wel wat weg van Röyksopp, en zit hier al vroeg in de set, maar klinkt live een stuk fletser dan verwacht. Haar Scandinavisch Engels mag dan erg charmant zijn, haar wat dunne stem is dat jammer genoeg niet, om nog maar te zwijgen van de steeds platter klinkende dance die we in de andere nummers voorgeschoteld krijgen. Ander en beter, nog maar eens?

20.45u. Huize Maas.          Helaas: ook hier hadden we veel van verwacht, maar het wordt een “mwaaah”. Blossoms zou Britpop meebrengen maar nauwelijks een halve minuut ver schiet ons maar één referentie door het hoofd: “Kula Shaker”, ook uit de hoogdagen van de Britse gitaarpop, maar dan wel de psychedelische variant. Krijgen we dus in dit concert: ettelijke variaties op de “Taxman”-baslijn van The Beatles en iets te lethargische zang als ware frontman Tom Ogden een stonede versie van Alex Turner. Het is bij momenten behoorlijk, zoals in de plezierige nieuwe single “At Most A Kiss” en het met een huppelende melodie gezegende doorbraaknummer “Charlemagne”, maar het blijft ook al te vrijblijvend. Dit zijn geen hongerige jonge honden, er druipt geen moeten van; het is hoogstens een vondst van wat olijke jongeren om studies en werk nog een paar jaar weg te houden. Het is hen gegund, want het dansende pianootje van “Polka Dot Bones” was alweer een fijn dingetje, maar het mag iets meer zijn.

21.00u. Simplon.           Tijd voor de betere — of dat wordt toch beweerd — electro. Alsof we om drie uur in de Gentse Charlatan staan: dat gevoel hebben we in fuifzaal Simplon tijdens de set van de Franse dj Fakear. Uit zijn knoppenbakjes komen dan ook rete-aanstekelijke, toegankelijke en dansbare beats. De organisatie van Eurosonic plaatst hem in hun perstekstje bijna kwansuis in het rijtje Lauren Garnier, Etienne De Crecy, Justice en Daft Punk, maar daar durven wij nog aan te twijfelen. Akkoord, Fake Ear knipt en plakt de laagjes met de vingers in de neus aan elkaar, maar telkens weer kun je zo de invloeden — vooral Flume en consoorten — aanwijzen. In één nummer sijpelt zelfs inspiratie uit wereld- en oosterse muziek door en dat kunnen we dan ook het beste pruimen. Fakear is met andere woorden (nog) niet de meest originele electro-act van de wereld, maar toegegeven: hij heeft wel al een sterke livereputatie. Tip: in mei staat hij op Les Nuits Botanique.

21.30u. De Spieghel.          Weer maar eens De Spieghel, weer maar eens een wachtrij. Die blijkt echter nog voor het bijna afgelopen optreden van Jesper Munk te zijn, en dus kunnen we alsnog vrij vlot doorlopen naar het kleine bovenzaaltje voor het Utrechtse Amber Arcades. Wat ooit begon als een akoestisch project van zangeres Annelotte De Graaf, is nu een volledige band geworden, die Amerikaans aandoende indiepop met folky zang brengt. Dat De Graaf voor haar dit jaar te verschijnen plaat samengewerkt heeft met onder andere leden van Real Estate, is duidelijk te horen aan die typische rinkelende gitaartjes die doen dromen van zonnige lentedagen. Toch lijkt de dynamiek nog niet helemaal juist te zitten. De stem van De Graaf gaat kopje onder in de gitaar- en toetsenlagen, terwijl ze daarmee nochtans over het mooiste instrument van de hele band beschikt. Dat is vooral te merken in “Constant’s Dream”, dat ze wondermooi solo inzet, maar dat gelukkig ook na het invallen van de rest van de band één van de hoogtepunten van deze Eurosoniceditie is. Uitkijken naar de plaat dus, terwijl de band hopelijk nog wat aan zijn liveskills werkt.

21.45u. Minerva.          Het is wat in de schaduw van alle BBC-lijstjes en andere hypejes dat Oscar staat te trappelen om aan zijn carrière te beginnen, maar met een debuutplaat die ergens deze winter nog zou uitkomen, is hij er desondanks helemaal klaar voor. En de vraag rijst waarom Oscar Scheller niet minstens een plekje krijgt in zo’n rijtje beloftevolle artiesten voor 2016. Met songs die ostentatief pop zijn, en leunen op doordenderende drumloopjes die het laptopverleden van hun bedenker verraden, speelt hij op catchiness en meezingbaarheid. Jammer dan ook dat het sterke “Beautiful Words” als opener bijna verzuipt in een geluidsbrij. Dat blijft gelukkig niet zo, en Oscar herpakt zich met een potig “Daffodil Days” en een rondtollend “Grow Up”. Mooie diepe stem ook, en waar die op Pukkelpop afgelopen zomer al eens iets te beperkt klonk, laat Oscar die in “Stay” erg teder klinken op een manier die suggereert dat er nog wel groeimarge op zit. En hop, nog een debuut om benieuwd naar te zijn.

22.15u. Der Aa-Kerk.          Waren Frank en Mirella vanmiddag op Jagersonic al buitenbeentjes, dan is Colm Mac Con Iomaire de vreemde vogel van Eurosonic. Dat de man uit Ierland komt, kon u vast al raden, dat hij ook nog eens héél traditioneel aandoende kamerfolk speelt, is al wat onverwachter op dit festival. Het helpt vermoedelijk wel dat Mac Con Iomaire de violist van The Frames is, maar wat hij hier vanavond brengt, heeft daar — op de viool na — dus bijzonder weinig mee te maken. In composities als “A Study In Scarlet” krijgt die viool steeds een glansrol, al zijn de druppelsgewijze pianoklanken die hem ondersteunen af en toe net iets té easy listening om nog verteerbaar te zijn. Ook titels als “In The Arms Of The Angels” scoren vervaarlijk hoog op onze ergernissenmeter, maar het verhaal dat hij erbij vertelt — collegamuzikant Mic Cristopher die in 2001 na een optreden in Groningen het nachtleven in duikt, bij een val op een trapje zijn hoofd stoot en dat, 32 jaar oud, niet overleeft — is zo tragisch dat een mens niet anders kan dan mild zijn. Het ís ook gewoon een mooi nummer, met die sierlijke viool en zacht opbouwende gitaar en piano, zeker in deze kerk die elke noot perfect tot zijn recht laat komen. Het kan ook niet elke keer verpletterende rock-‘n-roll zijn.

22.15u. Huize Maas.           Alsof we nog niet genoeg nostalgische, door psychedelica beïnvloede acts gezien hebben, is het de beurt aan een van de betere psychedelische rockbands van Nederland: PAUW. Het viertal maakte een ijzersterke indruk op Glimps en heeft alles om te overrompelen: een ijzersterke drummer die ontsnapt lijkt te zijn uit de jaren zestig, een bassist die de nummers draagt, een betoverende toetsenist en een meeslepende gitarist met dromerige, in LSD gedrenkte vocalen. Het enige probleem is echter het allerminst verfijnde geluid in Huize Maas maar met charisma en bombast kan het viertal daar tegen opboksen; vooral tijdens een keyboard-gedreven song. PAUW lijkt op het punt te staan waar Tame Impala vijf jaar geleden stond, en Jacco Gardner heeft er alvast een gedegen concurrent of compagnon de route bij. We hebben het al gezegd na Glimps: PAUW mag gerust nog eens bij zijn zuiderburen passeren.

22.50u. Huize De Beurs.          En toen viel onze mond open. Zo doorsnee als Blaue Blume-frontman Jonas Smith er uit ziet – type verwaaide, arty literatuurstudent – zo onwezenlijk klinkt wat er uit zijn strot komt. Tikje Mark Hollis, een geut herinnering aan Michael Jackson, vleugje Farinelli pakt de jonge Deen uit met een falset die onwezenlijke hoogtes opzoekt, en gecombineerd met de woelige drums van Søren Jensen Buhl tekent het voor een spannend resultaat dat het midden houdt tussen de dramatische gitaarrock van Jeff Buckley en de jodelpop van The Smiths.

Dat de bandnaam aan een begrip uit de Duitse Hoogromantiek refereert hoor je ook. Blaue Blume zoekt het drama op tot aan de grens met pathos, schuwt de zweempjes kitsch niet, zodat we al eens aan het gladste uit de jaren tachtig moeten denken, tot zelfs Seal toe. Want ook dat heeft die oh zo wendbare stem in zich: een toefje glimmende soul die songs als “In Disco Lights” of “Lost Sons Of Boys” nog wat meer doet blinken. Wanneer single “Sky” tot slot voor één keer mag ontsporen in een verpletterende finale, worden onze kaakspieren toch wat stram. Tijd om die kin van de grond te schrapen, en onszelf bij elkaar. Wat een band!

23.30u. Café Drie Gezusters.         In de marge van Eurosonic vindt ook nog een alternatiever, meer DIY-gericht showcasefestival plaats: het sympathieke Altersonic Showcases. Geen deel van het officiële festivalprogramma, maar daarom niet minder interessant. Het beste bewijs is dat onze eigenste Double Veterans er geprogrammeerd staan. Jammer genoeg loopt de planning wat uit en moeten we het enkel met de soundcheck doen, maar niet getreurd: de psychedelische garagerockband van Lee Swinnen, Niels Meukens en Thomas Valkiers brengt op 4 maart zijn tweede boreling uit. “Meer gefocust, minder chaotisch”, geeft Swinnen ons al een tipje van de sluier. Nog één voor ons lijstje te checken platen. 2016; u houdt ons nu al verdomd hard bezig.

23.54u. Huize Maas.          Eurosonic loopt ondertussen op zijn einde, en dus is (mvs) tot wanhoop van (lt) wel in voor een geintje. Want met La MODA, ofte La Maravillosa Orquesta Del Alcohol, krijgen we: Mumford & Sons Goes Bananas. Het Spaans feestorkest grossiert in jolige nummers die galopperen op de maat van een op hol geslagen banjo en accordeon, en zich vrolijk laten opjagen door een toeterende sax. Het resultaat is een fijne cursus Spaans Voor Beginners (“Tambièn”!, “Corazon”!). Huisfavoriet in casa (mvs) “Los Hijos de Johnny Cash” brengt een al uitgelaten zaal even helemaal door het dolle heen, en we stellen tevreden vast dat frontman David Ruiz, hij van het gruizige stemgeluid, het niet langer over “Chonny”, zoals op de plaatversie, maar wel degelijk over “Johnny Cash” heeft. Mochten we ook wel verwachten van een zanger die The Man In Black opzichtig groot op zijn biceps heeft getatoeëerd. Ambiance!

De Spieghel Up, 00.30u.         (lh) heeft weer eens een reden om chauvinistisch (Verdorie, we hadden gezegd “Geen Belgen” – nvdr!) te worden en deze keer is dat te danken aan The Germans, specialisten in de categorie “zichzelf blijven heruitvinden”. De transformatie van de band op het vorig jaar verschenen Are Animals Different – “een jam die we nog hadden liggen” – was indrukwekkend met zijn veertig minuten durende reis langs krautrock, psychedelica, elektronica en wat u maar wil. Of u een adept van Amon Düül, David Bowie of Goat bent: u kan wild aan het dansen slaan tijdens deze sjamanistische trip.

Bij The Germans passeren rituele muziek, ambient, theatrale gezangen, onaardse techno en militaristische kraut de revue alsof dat allemaal de normaalste zaak van de wereld is. Aanwezigen die niet bekend zijn met de band staan er dan ook met open mond naar te kijken, al kan dat ook gewoon aan danser Pieter Ampe, broer van zanger Jakob en actief in theater en performancekunst, liggen, die tijdens de uiterst intense show een soort stripteaseact brengt. Live is The Germans dus nog meer een muzikale mindfuck. Een meeslepende trip, performanceact en zweterig concert in één: we kunnen ons geen betere afsluiter inbeelden. Anders mag u gerust een mailtje sturen.

Waarna Team Enola het voor bekeken houdt, en de klassieke routine aanvangt: bier en babbels, babbels en bier. Tijd voor een evaluatie? Dan dringt één conclusie zich op: Eurosonic heeft betere edities gekend, of wij stonden herhaaldelijk voor de verkeerde of een gesloten deur. Maakt niet uit; volgend jaar staan we hier terug. Want niets zo verslavend als nieuwe bandjes uitchecken. They tried to make us go to rehab, but we say no no no.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in