Best of: Bowie

Geef toe: meestal zijn ze het geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om het eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van David Bowie, uitzonderlijk uitgebreid tot twintig nummers. Voor hem mocht dat.

Gingen we onze maandelijkse best of aan Bowie ophangen om zijn 69ste verjaardag en zijn nieuwste fantastische plaat te vieren, dan is het nu een eerbetoon geworden aan een van de meest iconische, veelzijdige artiesten aller tijden. 20 songs, bijna 20 gedaantes, maar 20 keer muziekgeschiedenis. Van Major Tom over Aladdin Sane en Ziggy Stardust tot the Thin White Duke en Lazarus: het beste van Bowie volgens de enolaredactie.

1. Space Oddity

Nadat David Bowie niks was geworden en voordat ook een hardrockalbum rond een kaalgeschoren travestiet – The Man Who Sold The World – Bowie niet richting sterrendom lanceerde, had hij zijn beste pre-Hunky Doryshot afgeleverd met “‘Space Oddity”‘. Het nummer werd aanvankelijk als te makkelijk incashen op de hype die Apollo 11 heette gezien, maar Bowie, die zichzelf homo verklaarde, de media-aandacht op elke mogelijke manier opzocht en zo ongeveer alles zou doen om het te maken, zette met dit nummer wel de eerste stap richting meest invloedrijke muzikant van het volgende decennium worden. “‘Space Oddity”‘ is een intentieverklaring van een man die goed weet wat hij wil en hoe het te bereiken. En of die man dan astronaut, kameleon, genie, junkie of alles in een is, doet er niet heel veel meer toe.

Hoogtepunt: 1’23”, wanneer het nummer en daarmee ook de carrière van de meest vooruitstrevende muzikant uit zestig jaar popmuziek een aanvang nemen, en de nozem Dave Jones expliciet verklaart het genie David Bowie te worden.

2. Five Years

Het was Ziggy Stardust die David Bowie het leven schonk – Hunky Dory verkocht pas echt na de release van The Rise And Fall of Ziggy Stardust and The Spiders From Mars. Bowie creëerde met de magere, kortgeknipte, futuristische hermafrodiet een totaal nieuw soort mannelijke rockster, en laat die als een buitenaards wezen rock’n roll doceren. Op “‘Five Years”‘ verhaalt Ziggy hoe de aarde over vijf jaar naar de verdoemenis gaat en hoe we omkunnen met die kennis. Bowie zingt extatisch, glad en wanhopig tegelijkertijd, Mick Ronson speelt ingetogener dan op de rest van het album. “‘Five Years”‘ is de prelude van het indrukwekkendste album van de seventies.

Hoogtepunt: 0’54”: wanneer het ongeleide projectiel met kosmische verwondering de pro’s en cons van het mens-zijn vat, en de stijgende verbazing in elke toonverandering te onderscheiden valt.

3. The Man Who Sold the World

Hoe geniaal kan een 24-jarige zijn? Ziggy Stardust was nog niet geboren, maar toch wist Bowie in 1971 al hoe hij de muziekwereld moest verbazen: met retestrakke popmuziek. “The Man Who Sold the World” is na 45 jaar nog altijd onsterfelijk, mede dankzij de catchy riff van Mick Ronson. Meermaals gecoverd kreeg het in 1993 een revivalshot van jewelste, toen Nirvana hun versie bracht tijdens een ‘unplugged’ MTV-sessie. Meteen had een hele nieuwe generatie kennisgemaakt met het muzikaal genie David Bowie.
Hoogtepunt: 0’42”. Bij de eerste ‘dedededum’ is het al prijs: dit zal je nooit meer loslaten!

4. Jean Genie

Ziggy is dood, lang leve Aladdin Sane! David Bowie beslist om Ziggy Stardust eervol te begraven, maar vindt algauw een nieuwe kapstok om zijn muzikale uitspattingen aan op te hangen: Aladdin Sane. Bowie is ook een meester in het puzzelen met woorden en associaties, dus waar Jean Genie echt over gaat, weet niemand. Er wordt beweerd dat hij zich liet inspireren door Jean Genet (Frans schrijver en activist), maar net zo goed zou je kunnen zeggen dat de “Jean Genie” de geest uit de wonderlamp van Aladdin is.
Hoogtepunt: 2’42”. Nog een ferme drumroffel, en we zijn vertrokken voor de finale.

5. Fashion

We zitten ondertussen in de jaren 80 en David Bowie omarmt het videoclip-tijdperk. Nadat hij eerder voor “Ashes to Ashes” de visuele trukkendoos had opengetrokken, kwam ook “Fashion” aan de beurt. Het lied zelf is deels funk, soul, reggae en disco, maar op zijn Bowie’s. Waar het over gaat? Ook hier speelt de man met onze voeten: nemen we de mode te ernstig, gaat het over opkomend fascisme of misschien over modefascisten? Wie zal het zeggen? David Bowie al helemaal niet. Die laat ons graag in het ongewisse.
Hoogtepunt: 1’15”. ‘We are the goonsquad and we’re coming to town. Beep beep’ is absolute nonsens, maar catchy as hell.

6. Life on Mars

Het is wel degelijk een godawful small affair, die cover waarmee Jasper Steverlinck dit nummer bijna bedorven heeft. Waar het origineel een meesterlijk gearrangeerd en gezongen kruising tussen musical en anthem is, trok Steverlinck volop de kaart van de zangcapriolen, zonder de subtiliteiten van Mick Ronson’s strijkers, Rick Wakeman’s piano en Rick Woodmansey’s drums. Het origineel is echter een van die zeldzame perfecte songs waarvan niemand weet waar het precies over gaat, maar er toch door geraakt wordt. Wanneer we dat machtige refrein in alle pathos meezingen, weten we net als u precies waar het over gaat, maar nu? Geen idee. Maar het doet deugd, telkens weer.
Hoogtepunt: 0’44”. De piano gaat op de achtergrond, een drumroffel, strijkers naar voren en “sailors, fighting the dancehall”.

7. Sound and Vision

“Sound and Vision” komt uit Low, het eerste album van de Berlijnse trilogie. Bowie kwam tot inkeer, en probeerde af te geraken van zijn drugsverslavingen. Gegroeid uit Station to Station en muziek die Bowie maakte voor de film The Man Who Fell to Earth (maar die nooit gebruikt werd), horen we hier een rustigere muzikant, die volop zijn soul- en funkkant opzoekt. Wat ook opvalt is het zwoele stemgebruik: Bowie zingt lager en dat staat hem perfect. In “Sound and Vision” is dat zeer goed hoorbaar, het lied kabbelt rustig verder tot het hoogtepunt.
Hoogtepunt: 1’27”. “Don’t you wonder sometimes about Sound and Vision”, en alle vrouwen smelten.

8. The Heart’s Filthy Lesson

De voorloper van Bowie’s experimentele 90’s periode met Outside en Earthling, en daar wist de wereld even niet goed mee wat gedaan. De reacties waren dan ook lauw, tot het in het geheel van Outside beter leek te kloppen. Het was een pekdonker conceptalbum, met een verhaal dat zich aan het einde van de 20ste eeuw afspeelde, waar het vermoorden en verminken van lichamen een kunstvorm is geworden. De plaat herenigde Bowie met Brian Eno, voor het eerst sinds Lodger, en zou weer een trilogie worden. Maar alleen het eerste deel is verschenen.
Hoogtepunt: 0’25”: de intro barst los, het begin van een vijf minuten durende trip waaruit het zwetend wakker worden is.

9. Warszawa

Beïnvloed door Neu!, Kraftwerk en Can – al te merken op Station to Station, maar toen nog stijf van de drugs en foute interesses als occultisme en Adolf Hitler – levert Bowie met Low een troebel, maar briljant meesterwerk af. De Teutoonse perfectie van bovengenoemde voorbeelden moest nagebootst worden door r&b-muzikanten in een Franse studio. “‘Warszawa”‘ ademt de verwarring van Bowies geestesgesteldheid. De geëvoceerde wanhoop, de beste ambient die Eno ooit maakte, is een somber commentaar op de eenzaamheid van een oost-Europese hoofdstad in de koude oorlog en de postpunk. Vooral Joy Division – initieel Warsaw naar het nummer – komt er bekaaid vanaf.

Hoogtepunt: 3’47”: Het nummer lijkt wel een suite in vier delen. Wanneer de toon verandert en deel drie opent, het nummer minimalistischer wordt en Bowie een Pools folkkoor echoot is de vervreemding compleet.

10. Ziggy Stardust

We hebben het elders al eens geschreven op deze pagina’s, maar er blijft niet om heen te draaien: die kreet op 0’14”, daar heeft Axl Rose een carrière op gebouwd. Voor David Bowie is het een detail in een nummer waarin vooral Mick Ronson (hij weer) mag schitteren met een riff die het hele nummer blijft stuwen. Meer is er eigenlijk niet aan, maar Bowie heeft er genoeg aan om zijn beklijvend verhaal over Ziggy Stardust af te ronden.
Hoogtepunt: 0’00”. Tja, die riff dus, en dan die kreet. Wie meer wil is dit kleine niet weerd.

11. Ashes to Ashes

Bij de release vooral opgemerkt door de visuele effecten in de video. Sindsdien uitgegroeid tot een van de meest unieke songs uit Bowie’s oeuvre waarin zijn kunsten als songschrijver en ongebreidelde experimenteerdrift voor een perfecte, maar verdomd weirde popsong zorgden. Bowie zelf noemt het een kinderliedje, maar dan toch een met een erg creepy clown in de videoclip en geluidseffecten en stemmen waar wij vroeger van zouden wakker gelegen hebben. Die “I’m happy, hope you’re happy too.” klinkt eerder als een dreigement dan een geruststelling. Nu hands down onze favorite Bowie-song (op dagen dat het niet “Heroes” is.)
Hoogtepunt: 0’00” Wie niet spontaan begint te glimlachen en te bewegen van de speelse synths en funky baslijn, moet zich dringend om een verse dosis soul.

12. Changes

Hoewel “Changes” nooit een grote hit is geweest, staat het toch op zowat elke Bowie-compilatie. Natuurlijk doet de titel in de eerste plaats denken aan de vele gedaanteverwisselingen van the Dame, maar Bowie zelf wilde vooral de valse hoop beschrijven van de artiest die ernaar streeft iets blijvends te maken in een wereld die voortdurend verandert, een zoektocht die steevast uitmondt in doodlopende straten en keer op keer opnieuw moet worden aangevat. “Changes” begint eerder rechtlijnig, maar naarmate de tekst meer diepgang krijgt, wordt ook de muziek gelaagder en rijker.
Hoogtepunt: 0’20”. De eerste strofe vat de vertwijfeling mooi samen: “I still don’t know what I was waiting for / And my time was running wild / A million dead-end streets / Every time I thought I’d got it made / It seemed the taste was not so sweet”.

13. I’m Deranged

Niemand blijft een hele carrière lang trendsetter en voorlopend op alle experimentele tendenzen, zelfs David Bowie niet. Toen hij in de jaren ’90 de industrial en drum ’n bass in zijn muziek binnen liet, leidde dat niet altijd tot de meest memorabele resultaten en leek het soms zelfs of de meester wat afleggertjes van de jeugd plagieerde. Op 1. Outside is het wel enkele keren raak met onder andere het mysterieuze en bevreemdende “I’m Deranged”: een donkere trip die David Lynch voor het begin en einde van zijn Lost Highway gebruikte. Een film die net als de song een gruwelijke koortsdroom is waar je niet van kan wegkijken. Het zou lang duren voor Bowie dit niveau weer haalde.
Hoogtepunt: 0’43” Bowie’s zang, galmend en gemultitracked sleurt ons mee in een onnavolgbare trip.

14. Fame

Aan de basis van het funky “Fame”, zijn eerste topnotering in de Amerikaanse charts, lag de riff die gitarist Carlos Alomar speelde in “Foot Stompin'”, een oud nummer van The Flares dat Bowie coverde tijdens de Diamond Dogs-tournee. Muzikaal is het nummer volgens Bowie weinig meer dan een ratjetoe van gitaar, bas, drums, stemmen en effecten, maar veertig jaar na datum heeft “Fame” – waarin het vooral gaat over de lasten van de roem en over malafide managers – nog steeds niets aan frisheid ingeboet.

Hoogtepunt: 0’14”. Na een kort opstapje barst de groove los om daarna door te gaan tot aan het gaatje.

15. Rebel Rebel

Glamrock was ten tijde van Diamond Dogs op sterven na dood. Toch wilde Bowie in schoonheid afscheid nemen van het genre dat hij mee groot maakte. Dat deed hij met “Rebel Rebel”, een song de werd geschraagd door een simpele, strakke beat en de effectieve Stonesachtige riff van Alan Parker. Tegelijk blikte hij ook vooruit, en wilde hij zijn fans klaarstomen voor de punkgolf die het muzikale landschap al snel zou overspoelen.
Hoogtepunt: 0’00”. De iconische riff van Alan Parker.

16. Let’s Dance

Een titel als een beginselverklaring. Ziggy is al lang een verre herinnering, Berlijn ook. Het is begin jaren tachtig, en de tijden zijn veranderd. De pakken oversized geworden dankzij David Byrne, en Bowie gaat in zee met producer Nile Rodgers van Chic. Het resultaat is “Let’s Dance”, een omarmen van de funk waar het nutteloos tegen protesteren is.
Hoogtepunt: 0’18”. Na die “aaaaah”-intro, meteen die autoritaire baslijn die alle tegenstand kortweg de mond snoert. Hier luistert, en danst, men.

17. Starman

En toen was daar: Starman. Was het begin van de jaren zeventig muzikaal een duffe boel, dan bleek er die avond toch iets te gebeuren op Top Of The Pops. Want ja, was David Bowie nu niet exact een nieuweling, dan zag ie er wel helemaal nieuw uit: weg waren de lange hippiekrullen, omgeruild voor een oranje piekjeskapsel en bizarre outfits. Enneuh, hing ie in het refrein daar even zijn arm over de schouder van gitarist Mick Ronson? Gay-ay!? Daar leek het toch op, vond men, en het optreden zou de volgende ochtend de gesprekken op de bus beheersen. Want iedereen had iets gevoeld: opwinding, de geboorte van glamrock, met zijn drama, zijn opzichtige gitaarsolo’s, en zijn uitzinnige kostuums.
Hoogtepunt: 0’55. Dat eerste refrein: “There’s a starman waiting in the sky”; het was een belofte, en de inlossing ervan tegelijk.

18. Heroes

Wellicht het meest iconische nummer uit zijn Berlijnse periode, en bijgevolg een van Bowies meest iconische songs tout court. Visconti zette tijdens de opnames de microfoon een eind weg van Bowie, waardoor hij moest schreeuwen in een refrein dat zwelgt in passie en romantiek. Aanvankelijk zou het een van de instrumentale nummers op het gelijknamige album worden, tot Bowie vanuit de Hansa Ton Studio naar buiten keek en Visconti in een innige omhelzing met Antonia Maas, backing vocaliste op de plaat, zag en daar de tekst aan ophing. Aangezien Visconti toen getrouwd was, hield Bowie het er de rest van de eeuw op dat het een anoniem koppel was dat hem geïnspireerd had. Het is na “Rebel Rebel” de meest gecoverde song van Bowie en zonder twijfel veruit een van z’n populairste.
Hoogtepunt: 3’17” en verder: “I, I will be king and you, you will be Queen”: Bowie zet het op een schreeuwen tegen een steeds hogere wall of sound, opgetrokken door Eno’s synths waar King Crimson’s Robert Fripp ook tegenaan blijft beuken.

19. Where Are We Now?

Bowie is altijd een meester geweest in misleiding: vanuit het niets verscheen drie jaar geleden, op zijn zesenzestigste verjaardag, een nieuwe single die de voorbode was van een nieuwe plaat. Misleidend was ook de song zelf, want het in nostalgie gedrenkte “Where Are We Now?” bleek achteraf bekeken allesbehalve representatief te zijn voor het vinnige The Next Day. In “Where Are We Now?” blikt de luisteraar mee over de schouder van Bowie, terwijl die een fotoalbum met zwart-wit foto’s van vroeger doorbladert.
Hoogtepunt: 2’35”. “As long as there’s sun / As long as there’s sun / As long as there’s rain / As long as there’s rain / As long as there’s you / As long as there’s me”: hoewel de muziek nooit droefgeestig klinkt, breekt nu pas een schuchter zonnetje door.

20. Lazarus

Meester in de misleiding, the final act. De afscheidssingle die er tot drie dagen na de release van Blackstar geen was. Ivo Van Hove regisseerde dan wel het gelijknamige toneelstuk, Bowie regisseerde zijn eigen dood. Blackstar mocht voor hem niet beluisterd worden als een plaat van een stervende man, vandaar dat iedereen die eraan meewerkte in alle talen moest zwijgen over zijn terminale leverkanker. En Blackstar mocht geen plaat zijn waarop hij nostalgisch terugblikte op zijn legacy. Het was een plaat waarop Bowie voor het eerst in 20 jaar aan het experimenteren sloeg, voor het eerst in 30 jaar nog eens muzikaal de weg wees (het is wachten op echo’s van deze combinatie van freejazz, pop en hiphop dit en volgend jaar), het is Bowies beste plaat in net geen 40 jaar. Het deed verdomme uitkijken naar méér van hem. Op z’n 69ste. Voortaan is dit “Lazarus” meer dan in de 72 uur voor het nieuws van zijn dood hét kernnummer van Blackstar. De sinistere clip en elk woord van de tekst kregen daarna een heel andere betekenis. Of hun ware betekenis: Bowie die in een ziekenhuisbed zijn laatste strijd vecht, haastig zijn laatste woorden op een blad pent (want voor één keer zal hij de strijd tegen de tijd verliezen), de dood een jong meisje dat haar tengels naar hem uitsteekt. De saxofoon, een van de kerninstrumenten in zijn oeuvre, en het eerste instrument dat hij kon spelen (in die mate dat hij twijfelde of hij voor popmuziek zou kiezen of Coltrane achterna gaan) brengt hem minutenlang een eregroet, synths die zijn meest iconische periode tekenden sterven zachtjesaan uit na zijn laatste woorden.
Hoogtepunt: 1’03”: “Look up here, I’m in heaven / I’ve got scars that can’t be seen / I’ve got drama, can’t be stolen / Everybody knows me now.” En 3’17”: “This way or no way / You know I’ll be free / Just like that bluebird / Now, ain’t that just like me?” Het ga je goed, Starman.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in