The Hateful Eight

“Tarantino loopt in al zijn films het risico dat zijn (niet onaanzienlijke) ego het definitief zal winnen van zijn talent als regisseur,” schreven we twee jaar geleden als afsluiter van onze Django Unchained-recensie, waarmee we – geven we grif toe – niet meteen de meest verblindend originele analyse van zijn verzameld werk aanboden. Want iedereen die Tarantino’s carrière een beetje heeft gevolgd, weet het natuurlijk verdomd goed: elke film die hij maakt is langer dan de vorige, bevat meer al dan niet relevante monologen dan de vorige en is meer onder de indruk van zijn eigen epiek dan de vorige.

Het kantelmoment kwam er wellicht aan het einde van Kill Bill, Volume 2, toen hij de climax van zijn bloederige tweeluik doodleuk tien minuten stillegde, om David Carradine een ellendig lange preek te laten afsteken over de mythologie van Superman. Sindsdien biedt elke Tarantinofilm standaard tussen de 90 en 120 minuten lang een equivalent van zo’n Superman-monoloog, gevolgd door het obligate geweld waarvan de regisseur verdomd goed weet dat het nog altijd zijn belangrijkste verkoopsargument is.

In Inglourious Basterds en Django Unchained kwam hij daar nog net mee weg. In The Hateful Eight… niet zo. Voor de eerste keer staan de zelfgenoegzaamheid en het narcisme van Tarantino onmiskenbaar in de weg van zijn kwaliteiten. Er zit een uitstekende exploitation-­western van 100 à 110 minuten verscholen in The Hateful Eight, een film die, in de versie die in België vertoond wordt, 167 minuten duurt. Het overige uur is… nuja… Superman-monoloog.

De plot speelt zich af kort na de Amerikaanse burgeroorlog. Premiejager John Ruth (Kurt Russell in John Wayne-modus) is onderweg naar het stadje Red Rock, om daar de moordenares Daisy Domergue (Jennifer Jason Leigh) in te ruilen voor een beloning van 10.000 dollar. Onderweg pikt hij collega-premiejager Marquis Warren (Samuel L. Jackson) en de toekomstige sheriff van Red Rock, Chris Mannix (Walton Goggins) op. Omwille van een sneeuwstorm is het gezelschap verplicht om halt te houden in Minnie’s haberdashery (een soort mix tussen een winkel en een café), waar ze kennis maken met de rest van de cast. Oswaldo Mobray (Tim Roth) is de nieuwe hangman van Red Rock, de Mexicaan Bob (Demiàn Bichir) houdt de haberdashery open in de afwezigheid van Minnie, generaal Sandy Smithers (Bruce Dern) is een oude officier uit het geconfedereerde leger die op zoek is naar zijn zoon en Joe Gage (Michael Madsen) is gewoon onderweg naar zijn moeder voor kerstmis. Tel daar nog de koetsier van John Ruth, O.B. Jackson (James Parks) bij en de wiskundig begaafden onder jullie komen al snel tot de conclusie dat The Hateful Eight eigenlijk met negen zijn. Maar goed, de Drie Musketiers waren ook met vier en wie zeurt daarover?

Al snel (of eigenlijk helemaal niet zo snel) wordt duidelijk dat één of meer van de personages in de ingesneeuwde blokhut stiekem samenspannen met Daisy om haar vrij te krijgen, zodat we vertrokken zijn voor een bloederig spelletje “wie is het?”, dat structureel veel gelijkenissen vertoont met de traditionele parlour mysteries van Agatha Christie (“Oh nee, iemand heeft de koffie vergiftigd!”). Wat allemaal erg leuk is, maar jammer genoeg duurt het dus bijna anderhalf uur voordat we zo ver zijn. En jà, we weten het wel, wie naar een Tarantinofilm gaat kijken, moet ook de dialogen kunnen appreciëren. En jà, we weten het wel, een film kan niet alleen uit pay off bestaan, je moet ook kunnen genieten van de set-up. Dat is allemaal waar. Maar hetgeen Tarantino narratief presteert in die eerste 90 minuten (nog altijd een normale speelduur voor een volledige film), had hij met een beetje discipline ook kunnen doen op maximaal drie kwartier.

En het is jammer dat The Hateful Eight zo ongedisciplineerd is, want er zitten enorm veel elementen in de film die ons er aan herinneren waarom Tarantino nog altijd Tarantino is. Het siert hem dat hij, voor het eerst sinds Jackie Brown, zijn ironische modus gedeeltelijk durft los te laten. The Hateful Eight is een liefdevolle hommage aan de spaghettiwesterns, met knipogen naar alles van The Great Silence tot Bonanza, maar het verhaal is meer dan enkel de optelsom van zijn meta-referenties. Hij trekt ook de link naar de hedendaagse raciale spanningen in de VS, met personages die soms nog sneller partij zouden kiezen voor een blanke moordenares dan voor een zwarte man. De interactie tussen Warren en Mannix – een ouderwetse redneck die ooit nog razzia’s organiseerde op “zwarte” dorpen – wordt op een interessante manier uitgespeeld, zodat The Hateful Eight, nog veel meer dan Django Unchained, dat nochtans expliciet over de slavernij ging, een oprechte bijdrage kan leveren aan de discussie over blank en zwart.

En wat meer is… Dat laatste uur wérkt echt wel fantastisch goed. Je moet er veel te lang op wachten, maar eens The Hateful Eight zijn kaarten dan eindelijk op tafel legt, bloeit de film prachtig open tot een perfect geënsceneerde mix van een ouderwetse whodunit en zeer hedendaags geweld. Tarantino werkt opnieuw samen met director of photography Robert Richardson en dat werpt zijn vruchten af. De gestileerde belichting waarvoor Richardson bekend staat, is alweer aanwezig (let er op hoe in een bepaalde scène een hoed die op een tafel ligt, effenaf lijkt te gloeien) en hij en Tarantino werken in een ultra-breedbeeld 70mm formaat. Jammer genoeg is in België de film nergens op een 70mm-kopij te bekijken, maar het blijft indrukwekkend hoe Tarantino en Richardson dat wijdse scherm gebruiken voor een film die zich grotendeels binnenskamers afspeelt. Bijgevolg gebruiken de regisseur en de cameraman dat uitzonderlijke formaat om te spelen met close-ups, wat er voor zorgt dat The Hateful Eight toch meer wordt dan enkel verfilmd toneel.

Overigens is het leuk dat Tarantino, naar goede gewoonte, alweer een aantal (bijna) vergeten sterren van vroeger heeft opgeduikeld door Kurt Russell en Jennifer Jason Leigh te casten in sleutelrollen. Vooral Leigh maakt indruk, met een rol waarin ze aanvankelijk vooral klappen moet incasseren, maar waarmee ze naarmate de film vordert, steedt centraler komt te staan, om te culmineren in een indrukwekkende monoloog. In de rest van de cast loopt vooral Tim Roth zich geweldig te amuseren met zijn overdreven Britse accent, terwijl Samuel L. Jackson alweer zijn eigen onnavolgbare Samuel L. Jackson is.

Dus ja, The Hateful Eight is absoluut een film van een getalenteerde filmmaker, maar dan wel één die een strenge monteur en een strenge producent nodig heeft – iemand die het lef het heeft om zijn scenario te lezen en te zeggen: “Weet je, Quentin, probeer dit verhaal nu eens op twee uur te vertellen in plaats van drie.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in