I Am X :: Metanoia

Hoe lang kun je naar beneden glijden? Hangt van de slowmotionsnelheid af. Met Metanoia, nummer drie in de neergang alweer, zakt I Am X alweer wat meer onder de lat die met The Alternative ooit hoog werd gelegd. En daar kon zelfs geen verhuis naar zonniger oorden iets aan verhelpen.

Want hoe Berlijns Metanoia nog steeds klinkt, bubbelend op een bedje van minimale electro en vuile distortion, het was naar het zonnige Californië dat Chris Corner de wijk nam voor de zesde plaat van zijn project. Dat moest, nadat de frontman in 2013 eindelijk, na jaren roofbouw op zijn lichaam, tegen de muur knalde. Diagnose: chronische insomnia, depressie en angststoornissen, ga er maar aan staan.

Een tour werd afgezegd, het bankroet naakte. In het tuinhuis achterin de Engelse tuin van zijn ouders raapte Corner zich opnieuw bij elkaar, tot hij klaar was voor die sprong naar Los Angeles; beter weer, en vooral weg van Duitsland en zijn oude, slechte invloeden. Daar is het dat Metanoia vorm kreeg; een plaat die volgens zijn titel en de Jungiaanse psychologie “de afbraak van het geconstrueerde zelf door een proces van wanhoop, depressie en confrontatie met de innerlijke leegte” behelst.

En dan stel je vast dat ook blakerende zon geen greintje invloed heeft op de muziek van I Am X. Het probleem is niet eens dat Metanoia slécht is, wel dat het ongeveer even vervelend is als zijn drie voorgangers, maar dan met net die ene opwindende track minder. In volle herstelmodus trekt Corner iets te veel de kaart van het larmoyant zelfbeklag; de lange vocale uithalen en slepende melodieën zijn niet te tellen.

En dus krijgen we nog maar eens die slome walsjes vol drama. “Nooooorth Staaaar”, galmt het, “I need you to guide me hooome”. Maar zo’n Poolster wil ook wel eens iets anders. Het is allemaal te familiair, té heard that before. “No Maker Made Me” speelt in zijn intro vrouwenstemmen uit op dezelfde manier als dat Duits aftelrijmpje “I Come With Knives” voorganger The Unified Field opende. Alleen was dat een spannender nummer, en krijgen we hier enkel een log ritme en klaaglijke zang. “Aphrodisiac” is de industriële stamper, maar doet dat bijlage zo hard niet als “Cold Red Light” twee platen eerder kon.

Zelfs de single wil deze keer niet aanslaan. “Oh Cruel Darkness Embrace Me” laat de bas lekker vervormen, maar het ritme mag weer niet sneller dan een schamele processie, en Corner gaat aan het jeremiëren. Waar is de tijd dat deze band nog zong “After Every Party I Die”? Nu is het feest al voorbij voor het begon. We hopen oprecht dat het beter gaat met Corner, maar muzikaal is er duidelijk nog steeds herstel nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in