Glimps :: 10, 11 en 12 december 2015, Gent

Aaah, dat Glimps! Als het heel wat kouder geworden is, de dagen korter en donkerder, en de kerstmarkt het centrum van Gent inpalmt, is het ook weer tijd voor het showcasefestival dat van donderdag tot zaterdag de Gentse binnenstad op z’n kop zet. Maar Glimps, dat is ook keuzestress. Enola dendert opnieuw drie dagen lang, gewapend met een aangekruist tijdsschema, een fiets en warme handschoenen, richting de beste concertclubs en cafés van de stad.

Dag 1: Dure drummers en oogverblindend licht

Eigenlijk zou Glimpsen moeten uitgeroepen worden tot nationale sport. De definitie zou dan zijn: “van zaal naar zaal, van café naar café rijden om onbekende bandjes te ontdekken, en dat drie dagen lang”. De rode draad op donderdag was toch wel de concertreeks van platenlabel Consouling Sounds, dat met Innerwoud, Nadja en The Black Heart Rebellion de betere duistere klanken kwam voorstellen. En het mag nu al gezegd worden: die laatste band sprong er bovenuit.

Omdat er op Glimps voor de eerste keer ook in-store concerten worden georganiseerd, zakken we omstreeks half 6 al af naar Music Mania, waar de Antwerpse “supergroep” Go March zijn titelloze debuut voorstelt. Alsof Mogwai muziek zou maken met Kraftwerk: zo klinkt de post/krautrock van drummer Antoni Foscez (Statue), toetsenist Hans De Prins (Broken Glass Heroes) en gitarist Philipp Weies (Manngold, Intergalactic Lovers en vele andere groepen). Over Mogwai gesproken: “Go March doet wat Mogwai op zijn laatste plaat probeerde, maar Go March slaagt er wel in”, merkte JR Moores, journalist van The Guardian tijdens een feedbacksessie in de Handelsbeurs op. De kraut-achtige drums van Foscez gonzen in onze (lege) maag, de dito gitaren van Weies zijn ronduit meeslepend en de keyboardlijnen maken het geheel alleen maar intenser. Vooral in het tweede nummer “Lighthouse” komen al die eigenschappen samen. Dit was nog maar een miniconcert, maar onze eerste pluim van de dag is al uitgedeeld.

Waarom hebben ze voor iedereen geen matje voorzien om op te liggen? Dat is onze eerste gedachte wanneer Innerwoud de eerste drones uit zijn reuze contrabas tovert. Dit is de naam voor het eenmansproject van Pieter-Jan Van Assche, die neoklassieke dronemuziek brengt. Een op z’n minst unieke combinatie. Neen, dit is geen muziek om even in een hokje te stoppen, maar eerder een intrigerende luisterervaring. En donker is het in ieder geval ook. Een eerste nummer (compositie, of hoe moeten we dat noemen?) zwelt aan tot een bijna oorverdovend luid geheel en eindigt met enkele pizzicato noten. In het tweede nummer horen we tussen de effectgeladen drones en lange strijkbewegingen ook getokkel op de klankkast. Vanaf dan worden we pas helemaal meegetrokken in een intense luistertrip. Middenin de set zijn we even uit de trip. Dat ligt aan het te lang uitgesponnen geneuzel op de contrabas, maar gelukkig maar heel even. Na een hypnotiserende finale verdient Van Assche vooral een diepe buiging.

We haasten ons naar een overvol Trefpunt, waar Peter Kernel — met thuisbasissen in Canada, de VS én Zwitserland — ten dans speelt. Deze artpunkband werd opgericht door Barbara Lehnhoff en Aris Bassetti. Ze spelen naar eigen zeggen “primary rock” en in ons land passeerden ze al in de VK en de Botanique in Brussel en Absolutely Free Festival dit jaar; de betere alternatieve locaties dus. In het nummer waarmee wij kennis maken, weerklinkt sfeervol gitaarwerk (dat wat aan The Notwist doet denken) en heeft zelfs een catchy ondertoon. Maar naarmate de set vordert, worden de riffs steeds dissonanter, de zang schreeuweriger en de drums harder. Op een gegeven moment doet de rauwe gitaarrock zelfs aan Sonic Youth denken. Tussendoor maken Lehnhoff en Bassetti ook plaats voor de nodige portie humor. “We sell albums. It helps us to pay the drummer, he is really expensivie.”, zeggen ze en de zaal gaat overstag. Maar ook de nummers die de brug maken tussen grunge, psychedelica en pop kunnen overtuigen. En vooral: alles is zeer instinctief gespeeld. Fijne ontdekking, dat Peter Kernel.

Glimps is nog altijd een jong festival, maar toch zijn er al bands die al voor een tweede keer op het festival spelen. Het Duitse viertal Venster was er bij op de eerste editie in 2011. Dat of het feit dat er op het moment niets anders speelt, is misschien de reden dat zaal Minnemeers goed gevuld is. En terecht ook, want de psychedelische, door folk beïnvloede popmuziek die twinkelt zoals Connan Mockasin en even gevoelig klinkt als pakweg Beck. Op plaat dan toch. Van het mysterieuze karakter van de band, die zou passen bij een film van David Lynch, is niet veel te merken. Sommige nummers klinken zelfs zomers — altijd leuk tegenover het kille weertje — en de muziek vertoont live veel cohesie; maar het komt ook allemaal een beetje generisch over. Daarom blijven we ook niet tot het laatste nummer. Beetje middelmatig optreden.

Ook The Black Heart Rebellion stond al eerder op Glimps. Het optreden in 2012 was zelfs niet onbelangrijk, want toen kwam de band zijn nieuw geluid (voor het eerst te horen op Har Nevo) presenteren. Dat bijna occulte, langzaam onder de huid kruipende geluid werd nog meer uitgewerkt op People, when you see the smoke, do not think it is the fields they’re burning, dat eerder dit najaar verscheen. Psychedelica, tribale folk, minimalisme, ambient, doemerige rock, noem maar op: alles (of toch bijna alles) is mogelijk voor The Black Heart Rebellion. Tijdens het feedbackpanel, ’s namiddags in de Handelsbeurs, werd de band vergeleken met Current 93, Dead Can Dance en zelfs Low. Wij zijn er zeker van dat de bandleden deze dingen graag hoort, maar de muziek heeft bovenal een uniek karakter.

De intieme show in het Lakenmetershuis klinkt zelfs nog intenser en krachtiger dan in de Handelsbeurs begin november. Vanaf de start van “Om Benza Satto Hung”, het minst toegankelijke nummer van die nieuwe plaat voelen we het meteen al: dit wordt een heerlijk verschroeiend optreden. Ook de band zelf is meteen op dreef, want die is na meerdere shows dit najaar goed gerodeerd. In “Body Breakers”, het tweede nummer van de set, valt de ijzersterke oosterse samenzang meteen op. En dan hebben we nog niets gezegd over de oogverblindende lichtshow — nog niet veel meegemaakt in een klein zaaltje. “Avraham” klinkt ronduit beestachtig. In “Flower Bone Ornaments” vallen vooral het bezwerende sazgeluid en de stem van zanger Pieter Uttyenhove, die perfect in de mix zit, op. Het Swans-achtige “Violent Love” afsluiter lijkt nog meest op een duiveluitdrijving. Kort gezegd: The Black Heart Rebellion is ronduit fenomenaal. Tot morgen!


Dag 2: Sirenengezangen onder een Christuskruis

De tweede dag van Glimps stond vooral in het teken van gastland Denemarken. Drie acts die we eerder dit jaar aan het werk zagen op showcasefestival SPOT-festival in Denemarken zouden zich voor de eerste keer voorstellen aan het Gentse publiek. Eén band (Shiny Darkly) gaf een sterke indruk, een act (Taragana Pyjarama) moest jammer genoeg afzeggen en een derde (Yung) viel ietwat tegen. Maar ook van twee Belgische bands waren we onder de indruk.

Geen betere locatie voor Blackie & The Oohoos, de band rond de zussen Loesje en Martha Maieu (die ook bij Flying Horseman spelen), dan de prachtige Sint-Jacobskerk. Sfeermatig dan toch, want de sfeervolle droompop moet opboksen tegen geen al te best geluid. De drums van Alfredo Bravo galmen wel indrukwekkend luid door de kerk, de gitaar van Milan Warmoeskerken, die voor een psychedelische injectie zorgt, is bij momenten helemaal niet te horen.

De stemmen van de zussen, die recht onder het Christuskruis spelen, hebben iets hypnotiserends, de synthesizers klinken tegelijk sinister en mooi. Er worden onder meer nummers gespeeld uit het puike Song For Two Sisters, hun tweede plaat die dateert uit 2012. Afsluiten doen ze met een cover van Nina Simone; de kers op de taart van een heerlijk sfeervol optreden. En dat ondanks het mindere geluid. O ja, zet alvast in uw agenda: in februari verschijnt Lacuna, de derde plaat van Blackie & The Oohoos, via Unday Records.

Ook in de Handelsbeurs belanden we in een duister universum, ditmaal dankzij de drie Denen van Shiny Darkly. Ze zien er uit als de broertjes van Black Rebel Motorcycle Club, maar hun mix van snedige postpunk en ultradonkere pop doet eerder denken aan Joy Division, Echo and The Bunnymen en Velvet Underground. Het is hun allereerste optreden op Belgische bodem en ze lijken niet helemaal ontspannen op het grote podium van de Handelsbeurs. Maar hoewel het allemaal nog wat luider mocht, is het publiek volledig mee. Dit ligt ongetwijfeld aan de organische en intense sound van de band, en de uitstraling van de sympathieke frontman Kristoffer Bech, die doet denken aan Jehnny Beth van Savages, Faris Badwan van The Horrors en uiteraard ook Nick Cave.

Live krijgen ze hulp van vierde lid Kristian Marstal, die op een vintage synthesizer speelt. Zijn toevoeging blijkt zeer nuttig in “Sacred Floor”, waarin ook een episch refrein en (alweer) meeslepende gezangen ons naar de keel grijpen. Het hoogtepunt (“Soft Skin”) wordt voor het einde gehouden. Welgemikte drumslagen, een pompende bas en de ijle synths maken het nummer zelfs dansbaar, en dat wordt nog eens in de beste krauttraditie langer uitgesponnen. Een trancegevoel maakt zich van ons meester. Als er een Deense band is die we volgend jaar nog eens willen terugzien, is het Shiny Darkly wel.

Eigenlijk ook donker, maar tegelijk rauw én fris: het Leuvense powertrio genaamd Brutus. De zanglijnen van drumster Stefanie Mannaerts bezorgen ons al kippenvel bij het naderen van de Minnemeers. Vorig jaar speelde Brutus al de pannen van het dak in Trefpunt, nu dus in een veel grotere zaal. Het zegt veel over de (terechte) hype rond de band. Als invloeden reiken ze The Smiths, Slayer, Kanye West, Cult Of Luna én Savages aan. Zeer uiteenlopende referenties, maar niet onlogisch als je hoort hoe Mannaerts, gitarist Stijn Vanhoegaerden en bassist Peter Mulders ruwe metal aan een bombastische melodie weten te lijmen.

Een nummer waarin stormramtempo’s en ingetogen momenten wordt afgewisseld, is het beste bewijs van de muzikale kunde van Brutus. Ook “Horde II”, alweer een sterk staaltje georganiseerde chaos, en de traditionele afsluiter “Horde” komen aan als een stamp in de maag en lijken tegelijk recht uit het hart te komen. Laat die debuutplaat dus maar komen. Als die even goed weet te overtuigen, heeft ons landje er na Raketkanon en Steak Number Eight een heavy band bij die het internationaal ook kan maken.

Om met de deur in huis te vallen: Yung, een stel jonge punkers uit Aarhus, is een kleine teleurstelling. “Nobody Cares” is een bescheiden hoogtepuntje tijdens een set waarbij we vooral het gevoel hebben dat er op automatische piloot wordt gespeeld. Zeer jammer voor zo’n jonge band, die bovendien op geen enkel moment enige sympathie weet op te wekken. Enkel drummer Frederik Nybo Veile geeft de indruk er 100 procent voor te gaan. Hij is niet alleen een energieke verschijning, zijn hyperkinetisch drumwerk en ontelbare overgangen zijn bepalend voor het verschroeiende punkgeluid. Op papier is de zin voor melodische uitbarstingen ook een van de troeven van de band, maar daar is live niet veel van te merken. Sorry, maar voorlopig zijn we beter af met de erfenis van wijlen Jay Retard of de albums van Ty Segall of Cloud Nothings. Yung wordt wel eens het beste exportproduct van de Deense punkscene genoemd, maar is die naam voorlopig nog niet waard. Volgende keer wat enthousiaster, jongens.


Dag 3: Een begrafenissfeer op zaterdagavond

Ook voor zaterdag moest een hoogst interessante act (Bloody Beach) afzeggen, maar niet getreurd. Wel integendeel, vooral de laatste dag van Glimps werd er eentje om in te kaderen. Want wat is er nu toffer op Glimps dan van de ene verrassing in de andere vallen? En toeval of niet, bezwerend en geluidstrip vormden de rode draad.

Het feest begon al vroeg in de namiddag in de Charlatan met PAUW, de tweede band die mocht aantreden in kader van het Dutch Impact-programma. Dutch Impact promoot beloftevolle Nederlandse bands op showcasefestivals en muziekevents in de hele wereld. En geef toe: een optreden in een donker hol, dat ’s nachts berucht staat als een ‘oord van verderf’, heeft wel iets. Over naar de muziek: PAUW bestaat uit vier vrienden uit Twente met passie voor de psychedelische klanken van Pink Floyd, The Doors en The Byrds. Lang uitgesponnen instrumentale passages, met LSD doordrenkte vocalen en op hol geslagen drums domineren het bij momenten bombastische geluid. Op zich is er weinig vernieuwends aan PAUW, maar dankzij de grootse melodieën worden we meegesleurd op een heerlijke trip, die nog even blijft nazinderen. Laat deze retrorockers volgend jaar nog maar eens terugkomen.

En passant pikken we nog een minimalistisch optreden van Barst, de schuilnaam voor Bart Desmet, mee in de Consouling Store. Alhoewel, meepikken is niet meteen het juiste woord. Dit soort muziek — shoegaze meets drones meets noise, ofzoiets — moet je ondergaan. Desmet heeft compagnie van gastmuzikant Nicolas Van Meirhaeghe (Empusae) op percussie en synths en gastmuzikante Tokyo Oyo op bas, viool en saxofoon. We weten niet hoeveel nummers gebracht worden, maar telkens worden de drones laagje per laagje opgebouwd en blijven die eindeloos voortkabbelen. Desmet heeft duidelijk lak aan traditionele songstructuren en brengt verbluffend mooie soundscapes. Om bijna stil van te worden. Dat voelen de aanwezigen in de platenwinkel/koffiebar perfect aan. Ook de laatste minuten blijven (iets te lang) voortdenderen zonder te zwaar te gaan klinken. Als Barst op dit elan blijft doorgaan, mag hij wat ons betreft volgend jaar op Dunk!festival staan.

Eigenlijk is Barst de perfecte voorganger voor Illuminine, het zevenkoppige orkest rond Kevin Imbrechts dat in de Sint-Jacobskerk mag aantreden. Imbrechts bracht met #1 een van de mooiste debuten van het jaar uit. Neoklassieke muziek en ambient worden in elkaar gevlochten tot een prachtig geheel dat doet denken aan A Winged Victory For The Sullen, Nils Frahm en Sigur Rós maar nooit als een kopie van deze acts gaat klinken. Bovendien is Imbrechts’ muziek de ideale muziek voor rust in deze gejaagde tijden.

Eerst weten we niet goed waarom er een doek voor het podium hangt, maar van zodra de bandleden verschijnen, draagt het bij aan een ingetogen sfeer, dat overheerst in een langzaam openbloeiend nummer als “For What’s Worth”. Maar wanneer de strijkers de melancholische tokkelgitaren vergezellen, wordt het pas echt ontroerend. Ook trompettist Dirk Timmermans speelt een glansrol. Zo stuwt hij het sowieso sfeervolle “Dualisms” naar een hoger niveau. In “Llŷr” lijken de gitaarmelodieën wel tranendallen. Het publiek is zo stil dat je de kerkstoelen hoort kraken als iemand gaat zitten. Niet elk nummer is verstilde pracht. In “Lumen Reign” bijvoorbeeld overheerst een nerveuze ondertoon, vooral door het toedoen van tweede gitarist Robby Govaerts, die zijn gitaren laat scheuren, en de dramatische strijkers. Maar ook in dit nummer komt het harmonieuze, intense geluid van Illuminine volledig tot zijn recht. Nagenoeg perfect optreden. Punt.

We blijven hangen in de Sint-Jacobskerk voor een act die iedereen (ja, u ook) live moet gezien hebben. Thuis beluisteren in je luie zetel zou een vertekend beeld geven van de man die voor het meest onbehaaglijke gevoel van deze Glimps-editie zorgt. En dat is Nils Gröndahl, een extreem talentrijke violist die jarenlang bij Under Byen speelde. Wie bekend is met de Deense muziekscene zal deze act wel kennen, maar wat Gröndahl solo brengt, is toch wel andere koek. Een viool, loop station, pedaaltjes en spaarzame Duitse teksten zijn genoeg om een dramatisch universum te creëren en je van begin tot einde bij de keel te grijpen. Gröndahl bouwt met zijn viool muren van repetitieve noise op en varieert haast eindeloos op die steeds terugkerende riffs. Hij zou om die reden zowel fans van — niet verschieten — Sunn O))), industrial als klassieke muziek kunnen aanspreken. Klein puntje van kritiek: bij momenten zou deze set voor een buitenstaander wel overdramatisch kunnen overkomen, vooral wanneer hij met een pijnlijke grimas en op z’n knieën aan zijn effecten gaat draaien. Want om Gröndahl te kunnen verteren, mag je niet vies zijn van een stevige portie Sturm und Drang.

Last but not least is er nog space/krautrockband Warm Graves in café Video — hier waren we tijdens Glimps nog niet eerder geweest. “Uit het raam staren”, antwoordt een bezwete drummer ons na afloop wanneer we hem naar de belangrijkste inspiratiebronnen van de band vragen. Dan toch op een heel regenachtige en donkere dag, want het trio zorgt voor een 40 minuten durende trip vol lang uitgesponnen spacy gitaren, sinistere keyboardlijnen (check zeker eens “Penumbra”) en bezwerende drums. Een begrafenissfeer op een zaterdagavond wanneer half Gent al aan het feesten is: het is eens iets anders. Warm Graves is daarmee wel de perfecte afsluiter van een dag waarin sfeer centraal stond.

Wij hadden in ons boekje ook nog Neu!, WU LYF en Apse genoteerd. De eerste referentie komt vooral door het repetitieve drumwerk, de tweede ligt wellicht aan de bombastische, meerstemmige zanglijnen. En daarnaast klinkt de band even dystopisch als Apse, waarvan ze beweren nog nooit gehoord te hebben. De meeste nummers komen uit het in 2014 verschenen Ships Will Come — zeker de aanschaf waard. En de band belooft volgend jaar nieuw werk. Wij zijn alvast benieuwd.

Glimps pakte dit jaar opnieuw uit met een breed programma dat varieerde van de betere Nederlandse indie op de Dutch Impact-affiche, over de betere Deense gitaren, tot de duistere klanken op het programma van Consouling Sounds. Duizend en één stijlen passeerden met andere woorden weer de revue. En opnieuw: een boeiend conferentiegedeelte, 3000 bezoekers en meer dan 70 artiesten in goede banen leiden: il faut le faire. En ook zo’n namiddagprogramma op zaterdag is voor herhaling vatbaar. Toch nog een kleine opmerking: eerst Kapitan Korsakov aankondigen als vervangingsact op zaterdag en dan weer annuleren, dat vonden we wel jammer. En we merkten pas zondag dat Hypochristmutreefuzz zaterdagavond in Trefpunt mocht afsluiten. Maar anderzijds: de acts die op Glimps gestaan hebben, zien we sowieso nog eens terug. Dus niet getreurd bij de vele overlappingen. Want goede smaak blijft een van de troeven van deze gevarieerde programmatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in