Winteroor Festival :: Friends & Neighbors + Kaja Draksler

Op zondag 6 december strijkt concertorganisatie Sound In Motion neer in Kunstencentrum BELGIE (Hasselt) voor wat een prachtig jaareinde belooft te worden. Er staan maar liefst zeven concerten gepland met in de hoofdrol het kruim van de Europese improvisatie uit verschillende generaties. We laten hier twee voorbeelden van de jongere garde passeren: het Scandinavische kwintet Friends & Neighbors en de in Nederland gebaseerde pianiste Kaja Draksler, in duo met Matiss Čudars en Onno Govaert.

Friends & Neighbors – Hymn For A Hungry Nation (Clean Feed)


De voorbije jaren is een nieuwe generatie avontuurlijke jazzmusici opgestaan in het Hoge Noorden, en dan vooral in Zweden en Noorwegen. Was het tot voor kort vooral de generatie van Mats Gustafsson, Martin Küchen, Paal Nilssen-Love, etc, die de plak zwaaide, dan krijgen ze nu steeds vaker gezelschap van een nieuwe lichting talenten, waarvan er heel wat net onder hun vleugels kon groeien. Zo krijg je hier de bekende ritmesectie van Jon Rune Strøm en Tollef Østvang, bekend van o.m. All Included en Universal Indians. Thomas Johansson is net als Strøm een gezicht bij de Large Unit, maar ook lid van All Included en Cortex. Rietblazer André Roligethen viel onlangs nog te horen bij Gard Nilssen’s ijzersterke Acoustic Unity. Slotstuk is de Zweedse pianist Oscar Grönberg, die speelde aan de zijde van Hanna Paulsberg, Eirik Hegdal en in The MaXx, met o.m. drummonster Tomas Järmyr.

Samen zitten ze ook zowat in de richting van de meeste van bovenvermelde bands: broeierige freejazz met duidelijke wortels in de jaren zestig en zeventig (de band werd trouwens genoemd naar een album van Ornette Coleman) die voortdurend heen en weer geslingerd wordt tussen melodische thema’s en expressieve uitspattingen, wat ervoor zorgt dat je een publiek kan aanspreken dat zowel nieuwkomers als ervaren improzotten kan bekoren. Het leidt op Hymn For A Hungry Nation alleszins tot een erg geslagen en bevlogen combinatie, waarbij individuele hoogstandjes en hecht samenspel elkaar voortdurend in evenwicht houden. Het meest van al neigt deze band misschien naar het kwartet Cortex, maar dan met een insteek die nu en dan herinnert aan de vroege Atomic.

Zo zijn zeker de meer ingetogen stukken, zoals “Bølehøgda” (met prachtige bassolo van Strom), “Give Me Jarrison” en afsluiter “Heading South”, van een aard die je ook bij dat andere topkwintet zou kunnen horen. Niet enkel door de identieke instrumentatie, maar ook door een stijlvolle combinatie van elegante jazz en een melancholische ondertoon die duidelijk wortels heeft in die Noordelijke traditie. Elders wordt dan weer huisgehouden binnen een vurige freeboptraditie, zoals in de titeltrack of het onstuimige “Skremmerud”, dat botst en buitelt met strakke wendingen en beweegt van elegante passages naar energieke explosies in een vingerknip. Het is een vijftal dat duidelijk goed heeft geluisterd naar de vorige generaties, maar talent te over heeft en dat weet uit te spreiden over compacte groepspassages en vrijere momenten voor solo’s en deelfracties. Deze opnames dateren intussen wel al van 2012 en 2013, dus het wordt uitkijken wat het kwintet op het einde van 2015 uit de mouw kan schudden.

Kaja Draksler & Matiss Čudars – Miniatures From Our Living Room (Eigen beheer)

Sinds het verschijnen van haar soloalbum The Lives Of Many Others is de Sloveense pianiste goed op weg om een van de boeiendste artiesten uit deze contreien te worden. Ze gaat gretig in op de meest uiteenlopende uitdagingen, duikt op in allerhande contexten en ontpopt zich tot een van de boeiendste nieuwe stemmen in de zone tussen jazz, vrije improvisatie en nieuwe muziek. Een van haar meest frequente muzikale partners is gitarist Matiss Čudars, met wie ze de voorbije twee jaar regelmatig optrad en ook een album opnam. De titel geeft het al mee: de elf stukken die hier verzameld zijn, werden opgenomen in de eigen huiskamer tijdens de voorbije winter en hebben alles van een ongedwongen en intieme sessie in ideale omstandigheden. Ondanks de compacte duur van de stukken (slechts drie geraken boven de vier minuten) ademen de improvisaties een spontaniteit en geduld uit die reguliere studiosessies vaak ontberen.

Het resultaat is dan ook iets dat zich net zo goed in de late uurtjes laat beluisteren, want de twee zoeken regelmatig mysterieus klinkende oorden op, waar klanken kunnen resoneren, motieven herhaald worden en ongewone texturen soms op de voorgrond staan. Zo zijn “Pluto”, “Sotto L’Ombrellone” (schuilen onder de paraplu met pianonoten als regendruppels) en “Still Life” eerder spontane schetsen, waarbij de twee gebruik maken van iets dat klinkt als belletjes, glazen, suizende feedback, fluitende elektronica en manipulaties uit de buik van de piano. Metaal en hout als bestanddelen van een schurende, ratelende dialoog. Elders heeft het meer iets gecomponeerd, of lijken het uitweidingen bij gecomponeerd materiaal, zoals in de steeds assertiever wordende opener “Good Morning, Sky” of het weemoedige “Forest Road”, dat bedeesd van noot naar noot schrijdt.

Čudars kan in “Circus & Squares” even het laken naar zich toetrekken, met een fraaie combinatie met repetitieve ideeën en spinachtige uitlopers, terwijl Draksler in de tweede helft opduikt met een Monk-achtig riedeltje, dat vervolgens helemaal binnenstebuiten gekeerd wordt. In “Leaflet”, dat geïnspireerd zou zijn door een stuk van Messiaen, gaat het haast klinken als de delicate conversaties van Nels Cline en Julian Lage, terwijl afsluiter “Humans” samen met “Claudia” het meest naar de pop/folk neigt, met hypnotiserend gitaarwerk en metalig geritsel uit de piano. De trance is binnen handbereik. Heel erg mooi. En zo werd Miniatures From Our Living Room een echte luisterplaat, die het nergens moet hebben van vrijpostige strapatsen of grootse ambities, maar die gretig en met verbeelding blijft ronddrentelen in die even compacte als comfortabele speelzone.

Feecho – Bums (El Negocito Records)

Een tweede duoplaat komt van Feecho, Draksler met drummer Onno Govaert, nog zo’n artiest die vaak aan haar zijde opduikt en net als Čudars deel uitmaakt van haar onlangs opgerichte octet, dat zal debuteren in 2016. Dit album bevat een van de laatste concerten die werden opgenomen in wijlen La Resistenza en werd een tijd geleden uitgebracht bij El Negocito Records. Het is meteen ook een heel andere plaat dan Miniatures From Our Living Room, omdat de compacte lengtes en speelse ideeën hier vervangen worden door drie kloeke improvisaties die samen goed zijn voor zo’n vijftig minuten interactie. Bewegingen van de lange adem die ook de nodige concentratie vereisen, maar bij momenten eigenlijk al net zo intimistisch klinken als de samenwerking met Čudars.

Maar klinken als een doorsnee piano/drums-album doet het zeker niet, want de thema’s, de swing, de overduidelijke, braaf in elkaar hakende interactie zijn hier net de grote afwezigen. In plaats daarvan zetten de twee in op een aanpak die erg vrij en instinctief aanvoelt en behendig de platgetreden paden vermijdt. Draksler blijft vaak minutenlang hangen in passages op een vierkante tegel, en die met een haast autistische grondigheid verkend worden. Daarbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van klanken die eigenlijk niet tot het reguliere pianobereik behoren. De snaren worden gedempt, metaal en hout ingezet als percussieve extra’s. Intussen spiegelt of contrasteert Govaert met een even diverse als kleurrijke dynamiek. Staat het bij Cactus Truck doorgaans nog in het teken van de energie, dan draait het hier om textuur, ritme en geduld.

Draksler blijft in opener “Goshi Goshi” lang dwarrelen in het hoge register en spaarzame aanslagen. Even later druppelt het noten of springt ze oneerbieding om met het instrument, om tenslotte te belanden bij een kletterfestijn dat uitmondt in een wervelende finale. Die afwisseling van ingetogen, haast minimalistische passages die worden gecontrasteerd met meer energieke momenten waarin plots zware akkoorden en een turbulente dynamiek kunnen opduiken, zijn een beloning voor wie meegaat voor de lange inspanning. Dat wordt trouwens het knapst beloond in het lange slotstuk “Bums”, dat lange tijd gedomineerd wordt door een aanhoudende, nerveuze spanning in een ritmische heksenketel vol in het rond stuiterende ideeën. Het leidt tot een discussie voor fijnproevers die de teugels laat vieren maar nergens de focus uit het oog verliest en vooral ook laat horen dat Draksler beschikt over een heel eigen stem, die in beide contexten overeind blijft als de hare.

Op het Winteroor Festival zal Draksler voor het eerst spelen in triobezetting met Onno Govaert en cellist Gino Coomans. Ook van de partij: het Schlippenbach Trio (met Paul Lytton die Paul Lovens vervangt), Honest John, Fred Van Hove & Roger Turner, Three Babies (Martin Küchen, Steve Beresford & Ståle Liavik Solberg) en het trio Seppe Gebruers, John Dikeman & Hugo Antunes. Meer info over het festival hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in