Eastern Daze II :: zaterdag 28 november – Vooruit, Gent

Een evenement dat al maanden met stip in onze agenda stond aangeduid was de tweede editie van Eastern Daze. Vorig jaar werden we in Vooruit dan ook compleet van onze sokken geblazen door optredens van onder meer Master Musicians of Jajouka, Joshua Abrams’ Natural Information Society en Toad, die het festival deden uitgroeien tot een van de hoogtepunten van het afgelopen concertseizoen. We moesten dus moeite doen om zaterdag niet met te hoge verwachtingen naar Gent te trekken.

Voor deze tweede editie van het festival dat focust op avant-garde en etnische muziek, sloegen Vooruit, Kraak en SoundinMotion de handen in elkaar, met een erg breed uitwaaierende line-up als resultaat. Daarin een behoorlijke Turkse delegatie, met o.a. Görkem Şen (uitvinder van een bijzonder instrument) en het stevig op de dansvloer mikkende Insanlar. Voor de rest trof men vooral veel eenzaten aan op het podium van de Bal- en de Domzaal: componisten, minimalisten en experimentalisten, een Brits psychedelicaduo en een verzameling topimprovisatoren uit het Midden-Oosten, verenigt onder de vlag Karkhana. Niet minder dan zeven concerten werden er tussen half drie in de namiddag en middernacht doorgejaagd. Gelukkig hadden we ons de dag voordien kunnen opwarmen bij vvolk in Antwerpen.

In de bijna uitsluitend mannelijke line-up, was het een vrouw die de muzikale debatten opende. De Canadese componiste Sarah Davachi vergastte het dan al vrij talrijk opgekomen publiek op een memorabele lading analoge elektronica, die niet toevallig weg had van Indische raga. Door de opstelling – Davachi zat op de grond met instrumentarium rond zich – en de muzikale ontwikkeling, waarbij een bepaalde toon centraal stond, was de link met de Indische muziek namelijk eenvoudig te leggen. De focus kwam echter te liggen op de interactie tussen verschillende klanken en tonen, waarbij op een schitterende manier werd gejongleerd en gebalanceerd met boventonen. Dat zorgde voor een ingehouden spanning die het trance-gegeven compleet maakte.

Trance was ook daarna een centraal aspect, maar de aanpak van pianist Antti Tolvi behoorde tot een andere strekking. Eigenlijk bracht deze jonge Fin weinig meer dan wat enkele bekende minimalcomponisten decennia eerder al deden: patronen herhalen binnen een soort harmonische ontwikkeling – hoewel dat bij hem vooral voortkwam uit improvisatie. Door de snelheid waarmee hij de toetsen beroerde en het gebruik van het sustain-pedaal vloeiden deze patronen veelal in elkaar over tot vaag meanderende akkoorden, die de verbeelding van de toehoorders prikkelden. Suggesties van melodieën en frasen kwamen zo naar boven, maar deze waren vluchtig en dreven snel af. Jammer genoeg zorgde de weinige variatie en de nogal rechtlijnige structuur die Tolvi volgde, naar het einde toe voor een zekere verzadiging. Vooral in het laatste kwartier leek de rek er helemaal uit.

Tijdens de daaropvolgende pauze was de crew van Vooruit danig in de weer met een vreemde constructie op het podium. Voor het derde concert moest namelijk een heel bijzonder instrument worden geïnstalleerd: de Yaybahar . De Turkse componist en ingenieur Görkem Şen ontwikkelde het enkele jaren geleden om enkele specifieke klanken en bijhorende effecten op een akoestische manier te kunnen opwekken. Met twee grote frame drums onderaan het tuig en een erg lange (hoge) hals, is het visuele aspect alleen al een heuse attractie.

De dikke springveren die van de onderkant van de hals naar de drums waren gespannen, werden op verschillende manieren beroerd, wat heel verschillende geluiden opwekte, van duister krassende echo’s tot laag zoemend gebrom als van een oude synth. Dat combineerde Şen door te tokkelen en te strijken op de snaren die langs de hals waren gespannen. Daar neigde het timbre naar oosterse snaarinstrumenten, zoals de Iraanse kamancheh en de Mongoolse morhin khuur. De

performance was samengesteld uit allerhande fragmenten, waarmee Şen de mogelijkheden van zijn instrument demonstreerde. Het hele gebeuren neigde dan ook wel eens naar een demonstratie, maar dan wel een die verdomd veel indruk maakte.

Het laatste namiddagconcert was voor rekening van de Amerikaanse componist Arnold Dreyblatt, een artistiek descendant van figuren als Pauline Oliveros en La Monte Young, maar vooral ook een experimentalist en muzikaal (onder)zoeker. Een contrabas waarop hij pianosnaren had gespannen stond centraal in zijn eerste compositie, dat blijkbaar een werk was dat hij voor het laatst had gespeeld in Gent in 1983. De combinatie van pianosnaren en een klankkast van een contrabas klonk best opmerkelijk. Dreyblatt sloeg in een cadans met zijn strijkstok op de snaren en toverde zo een reeks flageoletten naar boven, die als een bezwerende puls bleven aanzwellen. Ook het tweede stuk kroop na verloop onder de huid, hoewel het was samengesteld uit rauwe, onbewerkte geluiden van een MRI-scanner. Dreyblatt zette zich hiervoor achter zijn laptop en liet allerlei drillende geluiden, fluitende tonen en kloppende ritmes horen, die op verschillende manieren werden herhaald en gecombineerd tot een behoorlijk boeiende en verrassend “muzikale” compositie.

Na de onvermijdelijke cheese and egg – een specialiteit van de nabijgelegen topkeet Martino – konden we het avondprogramma met een gevulde maag aanvatten en dat beloofde met Karkhana meteen vuurwerk. Althans op papier, want de betrokken muzikanten binnen dit project zijn stuk voor stuk gerespecteerde figuren in de wereld van de geïmproviseerde muziek: Sharif Sehnaoui, Sam Shalabi, Maurice Louca, Mazen Kerbaj, Özün Usta, Umut Caglar (Konstrukt) en Tony Elieh. Het gezelschap uit Egypte, Libanon en Turkije was vastbesloten om er in Gent een memorabele avond van te maken, maar de omstandigheden zaten niet echt mee. Een grote tegenvaller was de geluidsmix, waarbij sommige instrumenten amper of niet hoorbaar waren, terwijl de drums versterkt waren als bij een doordeweeks rockconcert. Resultaat: veel power maar weinig detail.

Het septet deed wel enkele verwoede pogingen om de vlam in de pijp te doen komen: Louca daagde uit met freaky synthpartijen, terwijl Shalabi tekende voor een piepende en gierende solo waar de rest met ontzag naar leek te kijken. Om de haverklap werden er echter scherpe bochten genomen en begon de groep van nul op te bouwen. Op andere momenten leken ze net zo goed verloren te lopen in hun ideeën. Een bizarre show op z’n minst, wat ook kon worden gezegd van de onderkoelde set van Ashtray Navigations. Phill Todd en Melanie Delaney brachten wat er van hen verwacht werd: een bezwerende basis van elektronica en drones, met daarover een eindeloze gitaarsolo. Maar het was jammer genoeg ook echt niet meer dan dat. De interactie leek minimaal en het hele concert wekte de indruk van een veel te proper afgeborsteld rondje psychedelische muziek.

Net zoals vorig jaar werd er tijdens het slotconcert enkele versnellingen hoger geschakeld. Waar toen de Master Musicians of Jajouka mochten afsluiten, was het deze keer aan het Turkse elektronicaproject Insanlar om de dansbenen in gang te zetten. Dat lukte vrij aardig, vooral door de impulsen van zanger en saz-speler Cem Yildiz, die zijn instrument met verschillende effecten verrijkte en zijn medemusici (drummer, percussionist en dj) mee op sleeptouw nam. Veel buitengewoons leverde dat niet op, maar het collectief slaagde er wel in om iedereen in beweging te krijgen met een dynamische set. De beats van Baris K. waren vrij minimalistisch – veelal percussie en af en toe een verloren gelopen synth. Het was echter Yildiz die voor de muzikale inhoud zorgde en tegelijk ook de op- en afbouw van de set bepaalde.

Ondertussen was het al middernacht en begonnen de eerste slachtoffers te vallen. Een wazige blik bij onze buurman links, vervaarlijke schommelbewegingen vlak voor ons en iemand die languit tegen de korst ging ergens middenin de zaal. Het festival liep duidelijk op zijn laatste benen en we konden op dat moment niet anders dan besluiten dat het avondprogramma onder de verwachtingen was gebleven. De muzikale hoogtepunten waren reeds in de namiddag gepasseerd, met Sarah Davachi op kop. Gemengde gevoelens dus, maar of die er ons van zullen weerhouden om volgend jaar weer maanden uit te kijken naar Eastern Daze III? Nee, dat nu ook weer niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in