Sonic City :: 21 – 22 november 2015

Dit weekend vliegen alle kraaien naar De Kreun in Kortrijk. Daar vindt de achtste editie van Sonic City plaats, dit jaar gecureerd door Viet Cong. Op het festivalterrein is iedereen op zoek naar bier, sigaretten en het geluid van de apocalyps. Zwartgefrakt, dat spreekt voor zich.

Dag 1

Het regent en donkert prematuur in Kortrijk, maar geen noorderwind die Joe Casey van post-punkers Protomartyr een krimp zal ontvreemden. Deze man is een monoliet in een blazer. Dat hij wel met intensiteit op het podium staat, verraden de fluim die zijn woorden omzwachtelt en de tristesse in zijn ogen. Drie nummers ver in de set is Casey meer bezopen nonkel dan gebeeldhouwd monument: pens vooruit, één hand in de broekzak, de ander rond een pint. En tijdens de tussenbedrijven van “Why Does It Shake?” vervelt hij tot een doorgewinterde politicus die kan briefen over pijn, wanhoop en ontnuchtering zonder in theatraliteit te vervallen. Casey weet elke mank gefraseerde zanglijn te brengen alsof ze schier z’n brein binnen kwam geblitzkriegt: “I am the founder of myself / And I’m never gonna lose it”. Om maar te zeggen: een liveset op z’n Protomartyrs is meer redevoering dan performance. Er valt iets uit te leren.

Mocht u een dakterras hebben dat tot aan de stratosfeer reikt — weten wij veel, u nodigt ons nooit uit — koop dan uw bodembedekkers bij de mannen van Föllakzoid. Domingo Garcia-Huidobro, Juan Pablo Rodriguez en Diego Lorca hebben een geluid gevonden dat bestaat uit gelijke delen zwaar en etherisch. Op cd worden de voortjakkerende ritmes soms te monotoon, maar live smaakt Föllakzoids rocktrance verrassend vers én blijft ze minstens één concert lang houdbaar. Mogelijk hebben we hier een schandaal in de smiezen, maar vooralsnog voelen we ons niet bekocht.

Twintig na vijf, ondertussen: zoevende zonnepijlen worden ons finaal ontzegd en de chiliburgers van Just like your mom lonken. Maar liever de maag nuchter voordat we in de krabbenmand van Metz treden. Middenin hun set stellen de Canadese punkers een nieuw nummer voor en het is een Metz-nummer pur sang: kort, frenetiek en wítheet. Uw moshpit? Uiterst bevallig, dank u.

“Those Metz guys were pretty sick”, vindt ook Zach Carper van FIDLAR. Dit kwartet eeuwige pubers balanceert tussen ideale uitlaatklep en vermoeiende tongue in cheek. U kiest vooral zelf hoe oud u zich wilt voelen, maar na de zoveelste thank you in een hoge meisjesstem hebben wij het wel gehad.

Passons naar de eerste naam die echt uit de pas loopt. Voor Chelsea Wolfe pakt de Kreun zich nokvol. Terecht, want Abyss is naast een van de donkerste platen van het jaar ook een van de beste. De krachtige sound, die instrumentale doom en distortion aan Wolfes gladde, hoge stem koppelt, blijft live niet gewoon overeind; ze wordt een heel eigen landschap. Bassen trekken metersdiepe groeven, gitaren jagen er een huilende wind doorheen en Wolfes huiveringwekkende stem waart rond als een schaduw. De klanken die zij uit haar adem kerft, dirigeren alles: instrumenten, hartzeer, huidhaar.

In het begin van haar carrière trad Wolfe gesluierd op wegens plankenkoorts. Die heeft ze van zich afgeworpen: we zien een zelfverzekerde frontvrouw, die er niet van terugdeinst haar woorden fysiek te accentueren. Met berekende spasmen graaft ze tijdens “After the Fall” zes vadems diep en op hoogtepunt “Iron Moon” duwt ze Ben Chisholm (bas, synth en piano) van zich af. Chelsea Wolfe: strijk alsjeblief gauw nog eens neer in België.

Voor het optreden van The Pop Group, de laatste band voor afsluiter Viet Cong, moest alle overtollige kledij verdwijnen, want er zou gedanst worden. Enkele steekwoorden voor wie de band niet kent: Bristol – 1977 tot 1981 – wedersamenfluiting in 2010 – iets tussen The Slits, The Fall en Wire in. Mocht die opsomming u niet doen swingen, dan misschien dit: ze hebben een nummer dat “We Are All Prostitutes” heet en wanneer ze het spelen blijft niets overeind. Op Sonic City stiert frontman Mark Stewart dik een uur lang (en een half uur te laat) over het podium en laat hij een complete ravage achter. Dingen die het in zijn slipstream moeten ontgelden: bierflesjes, microfoonstatief, de farde met Stewarts teksten (!), gitaarhals, Stewart zelf. Een loepzuivere performance was het allesbehalve, maar hey: wat een feest. Langgerekte schreeuwen volgen op even lange drumsalvo’s, zwalpende gitaarlijntjes duiken een eindeloze groove in. The Pop Group maakt al lang niet meer de spannendste muziek en ook in De Kreun spreekt Stewarts vuist meer dan zijn stem. Maar de fuck you aan de getrimde, gemillimeterde punkrock dezer dagen, die blijft hangen. “If you don’t know how to fucking pogo, I’ll kick your heads in”: de echte punkers van Sonic City dag één, dat waren die van The Pop Group.


Dag 2

Sonic City-zondag pakte uit met zwaargewichten en gevestigde waarden. Onze Man secondelijmde zichzelf aan een balustrade.

Nog nooit een optreden gezien waarbij een groenharige kerel een backflip doet terwijl een andere gast zich laat spotten met Lucha Libre-worstelmasker en Edward Scissorhands-manicure? Bij Eaddy en theOGM van hiphopcoreband Ho99o9 is ’t één kopen, één gratis. In de kleine drie jaar dat Eaddy en theOGM bezig zijn, hebben ze de reputatie gekregen live kwader te zijn dan Death Grips en zieker dan Tyler, The Creator. En effet, tussen de groteske drumsalvo’s (geleverd door Ian Longwell) van opener “P.O.W.” en de dodelijke rapcanon op “Bone Collector” doorlopen Eaddy en theOGM verschillende stadia van totale razernij.

Ho99o9 is niet zomaar een act, ze hebben de nummers om hun attitude te rechtvaardigen. Het van een punkinfuus tappende “No Regrets” sleurt aan oren en armen als een doorgeslagen pitbull en tijdens “Da Blue Nigga From Hellboy” installeert Eaddy het volgende versje op een bas waar uw neusvleugels van gaan trillen: “Don’t want your money just the sounds of hearing you bleed / From the double-edge blade while you pray on your knees”. Yikes. We menen nog flarden op te vangen van Bad Brains en Minor Threat — twee belangrijke invloeden van Ho99o9. We kunnen ook mis zijn; we verloren even de aandacht toen we met ons notitieboekje middenin een bijna toeklappende wall of death bleken te staan. Goeie bal, Ho99o9.

Komt dan weer hypnotiseren: het samenwerkend verband Suuns + Jerusalem in My Heart. Ergens liet Ben Shemie (Suuns) zich over de samenwerking met zijn maat Radwan Ghazi Moumneh (JIMH) het volgende ontvallen: “Wij doen ons rock-‘n-rollding. Hij doet zijn Midden-Oosten-drone-ding. En we ontmoeten elkaar min of meer in het midden.” Dat midden voelt live aan als een wandeling door een museum in outer space, met allerlei rariteiten achter gebogen glas. Absoluut hoogtepunt: “Self”, dat op plaat overwegend inzet op Arabische elementen, maar live veel kracht ontleent aan gitaren en drums. Even terug naar het begin van het nummer: Moumneh zet de song in met een meanderende mandoline-solo. Iedereen van Suuns is naar de backstage verdwenen, behalve Max Henry (toetsen) — die zit op de grond naar de visuals achter zich te kijken. Over het scherm vloeit een canvas met doorgebrande foto’s van een kerktoren, café en een garage. De leden van Suuns komen terug op het podium en ontsteken in luide gitaar- en drumloops. Geen idee of dit nog steeds “Self” is, want onze gedachten zwiepen ondertussen langs Arabische woestenijen, “2001: A Space Odyssey”, nachtelijke autoritten, een geluidloze versie van de clip bij “Born Slippy” en een notenkraker. Houston, doe geen moeite: we keren liever niet terug.

Lightning Bolt, in een flits en een quote? De flits: basgitarist Brian Gibson die meer vuur uit zijn vier snaren vonkt dan alle ontploffingen uit de laatste “Mad Max”. De quote — de show is vijf minuten bezig, en Brian Chippendale krijgt z’n drumvel kapot: “Not my fault. I told the drum I was gonna hit it.” Lightning Bolt is al eenentwintig jaar bezig, maar nog steeds is hun formule een dikke nagel op de kop. Gibson bespeelt zijn four string bass meesterlijk stoïcijns, Chippendale labeurt zich een hernia op de drum, onderwijl kreten lossend in zijn stemvervormend worstelmasker. Lightning Bolt, een duo met de efficiëntie van een machine en de ziel van meester-stielmannen.

The Thurston Moore Band, het sluitstuk van het Sonic City-festival, knoopt aan bij de beginselen van punkrock, ergens in de jaren zeventig. Het spreekt dat net hier Sonic Youth bij monde van Moore even mag herleven. De voormalige gitarist en ex van Kim Gordon brengt in De Kreun een dromerige maar strak uit het verleden tappende set. Bijna alle songs dijen vlot tien minuten uit, met lange excursies naar de gitaarmonologen van weleer. Soms voelt die expansieve set aan als een achtergrond zonder meer waartegen de band zijn souplesse kan tentoonspreiden. Maar met een bezetting die leent van My Bloody Valentine (bassiste Debbie Googe), Nøught en Guapo (gitarist James Sedwards) én Sonic Youth (drummer Steve Shelley en Thurston Moore) maken we daar geen punt van. Vooral de vingers van Moore kennen hun gelijke niet. Zeker, er is de ongelooflijke techniek van Brian Gibson (Lightning Bolt, dus), maar Moores ritmegevoeligheid is toch something else.

Er worden nummers gespeeld als “Speak To The Wild”, “Cease Fire”, “Aphrodite” en “Grace Lake”. De opener ontbrandt in een krullende snarenchoreografie – Debbie Googe showt een enkeltwist die meer rock-’n-roll bevat dan twee seizoenen van The Osbournes — met terloops verstilde momenten. “Cease Fire” wordt aangekondigd als een song over hulp en nood en onderdak verlenen — “The very beginning of activism” — en we hopen dat het weergalmt tot in de stad waar geen muziek mag worden gespeeld. “Aphrodite” breekt heel natuurlijk open en vertraagt en lengt aan en doet ons inzien dat The Thurston Moore Band live geen nummers brengt maar een rockopera die leeft en ademt en uitzet.

Moore en de zijnen gaan nog twee bisrondes door met in- en outro’s die je binnenste masseren, unisono gitaarintermezzo’s en geribde beukers. Na die tweede encore gingen wij naar huis. Misschien staat The Thurston Moore Band nog steeds in De Kreun zijn liefde voor allesverzengende rock te belijden, terwijl elders huiszoekingen hervatten en schoolpoorten dicht blijven. Dit weten we: geen van beide kan blijven duren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in