Los Lobos :: Gates Of Gold

Vergeet de nogal banale hoes die het werk lijkt van een derderangs landschapsartiest. Met Gates Of Gold brengt Los Lobos geen pastorale muziek, maar een eclectische staalkaart van hun kunnen. Maar dan wel met de handrem op.

Dat Los Lobos in de jaren ‘70 begon als een band die jarenlang om den brode huwelijksfeesten opvrolijkte in Los Angeles valt nauwelijks nog te bevatten als je het vervolg van hun carrière in ogenschouw neemt. Dat ze nog altijd in die oorspronkelijke bezetting bestaan (saxofonist Steve Berlin kwam er bij ten tijde van hun debuut-EP …And A Time To Dance in 1983) is evengoed behoorlijk uniek. Het niveau van meesterwerken als How Will The Wolf Survive (1984) en vooral hun magnum opus Kiko (1992) evenaren zit er dan misschien al een hele tijd niet meer in, maar met hun unieke mix van traditionele rock-‘n-roll en al even traditionele Mexicaanse invloeden hebben ze een geheel eigen niche in het pantheon van de Amerikaanse rockmuziek weten te kerven.

Vijf jaar zijn er ondertussen verstreken sinds de uitstekende voorganger Tin Can Trust uitgebracht werd. Een periode waarin David Hidalgo meespeelde op albums van grootheden als Bob Dylan (Tempest) en Tom Waits (Bad As Me) en waarin er enige ongerustheid was onder de fans toen Cesar Rosas gedurende een paar optredens van de aardbodem verdwenen leek. Vals alarm, zo bleek, want hier is hij gewoon opnieuw van de partij. En er is wel meer bij het oude gebleven, want naar goeie Los Lobos-traditie is ook Gates of Gold weer een bont allegaartje van stijlen geworden. Waar dat bij minder getalenteerde bands kan leiden tot een flauw en richtingloos afkooksel, weet Los Lobos dat als geen ander te integreren tot een uniek geheel waarin een heel spectrum aan invloeden samenkomt.

Een paar jaar geleden ging de band op tour in het voorprogramma van Neil Young en dat laat zijn sporen na in opener “Made To Break Your Heart”, het soort rock waar de geest van Crazy Horse in huist. Daartegenover staat dan weer een song als “Too Small Hart” met gitaarwerk dat wel heel erg nauw aansluit bij pakweg “Crosstown Traffic” van Jimi Hendrix. Het duo David Hidalgo en Louis Perez mag dan wel verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de composities, het is gitarist Cesar Rosas die zorgt voor de bluessongs op het album. Is “I Believed You So” een onderdompeling in de rauwe bluestraditie, dan roept hij met de heerlijk rockende boogie van “Mis-Treater Boogie Blues” herinneringen op aan Howlin’ Wolf . “When We Were Free” lijkt dan weer zo’n broeierige ballad waarop de band een patent lijkt te hebben, tot plots op het einde van de song de saxofoon van Steve Berlin er wat jazzinvloeden aan toevoegt.

Net zoals op andere Los Lobos albums is er ook hier weer ruimte voor een aantal Spaanstalige songs. Twee in dit geval, die variëren van het aanstekelijke Cumbia van “Poquita Para Aqui” tot het weemoedige, van Flaco Jiménez bekende, “La Tumba Sera El Final”, waarin David Hidalgo’s accordeon een glansrol speelt. Maar de hoogtepunten van het album zijn zonder twijfel twee wat tragere nummers. De titelsong “Gates Of Gold” is een heerlijke ballad over Mexicaanse immigranten en de Verenigde Staten als hun beloofde land, waarbij je je zo de dorre vlakten van de Chihuahuawoestijn aan het grensgebied tussen beide landen voor de geest kunt halen. “Song Of The Sun” had – zowel qua sound als op kwalitatief vlak – zo op Kiko kunnen staan.

En toch moeten we besluiten dat Gates Of Gold zeker en vast wel een goed album is, maar ook een waarop je je niet van de indruk kunt ontdoen dat de heren toch ook een klein beetje op automatische piloot staan te spelen. Dankzij hun vakmanschap klinkt het allemaal wel goed — hoewel we bij “There I Go” wel enigszins onze reserves hebben — maar het heilige vuur staat op Gates Of Gold veelal toch maar op een waakvlammetje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in