Spectre

Daniel Craig heeft, wellicht in een wat humeurige bui, al laten vallen dat hij nog liever zijn polsen oversnijdt dan nog eens in de huid van James Bond te kruipen en ook regisseur Sam Mendes gaf, tijdens de promotietournee van Spectre, een vermoeide indruk: “Voor de openingssequens in Mexico City hebben we langer gedraaid dan voor heel American Beauty,” liet hij optekenen. “Deze films zijn monsters.”

Je mag natuurlijk nooit de kracht van geld onderschatten – Spectre is op het moment van schrijven goed onderweg om het box office record van Skyfall te overtreffen en Daniel Craig zou naar verluidt zo’n 50 miljoen dollar op zak hebben gestoken voor zijn vierde tour of duty als Bond – maar de kans is dus wel reëel dat dit inderdaad de laatste keer zal zijn dat we James Bond in deze incarnatie zien. Wat enerzijds jammer zou zijn: het Craig-tijdperk was een van de meest kwalitatieve die de serie ooit heeft gekend en maakte Bond relevant voor de 21e eeuw. Maar anderzijds lijkt het ook wel logisch. De plot van Spectre bindt de losse eindjes van de vorige drie films immers netjes aan elkaar, wat zorgt voor een bevredigend gevoel van closure: opdracht volbracht, Mr. Craig, het is mooi geweest en nu op naar de volgende. Zoiets. Maar nogmaals: onderschat nooit de kracht van geld.

Deze 24e Bondfilm schiet indrukwekkend uit de startblokken met een fenomenale openingssequens op de dag van de doden in Mexico City. In één enkel lang, ononderbroken shot volgen we Bond van op de straat en vervolgens doorheen een hotel om uiteindelijk op het dak te eindigen, waar hij enkele snoordaards in zijn vizier neemt die van plan zijn om een voetbalstadion op te blazen. Het is dit soort visuele flair die zowel Skyfall als Spectre boven zichzelf doen uitstijgen, om meer te worden dan enkel een aflevering in een lang lopende filmserie; Sam Mendes wil ook, van elke film die hij maakt, volwaardige cinema maken en met behulp van director of photography Hoyte van Hoytema, de Zweeds-Nederlandse cameraman van onder meer Interstellar, slaagt hij daar ook deze keer met glans in.

Anyway, de plot dan maar: die verijdelde bomaanslag past in een rijtje recente terroristische acties, die allemaal met elkaar verbonden zijn. Ze zijn namelijk allemaal het werk van Spectre, de roemruchte criminele organisatie waar Bond het ook in de jaren zestig al regelmatig tegen opnam. Terwijl MI6 te lijden heeft onder extreme bezuinigingen en M (Ralph Fiennes) moet vechten om het double o-programma in leven te houden, gaat Bond er gewoon op zijn eentje op uit om het mysterieuze hoofd van Spectre, Franz Oberhauser (Christoph Waltz), tegen te houden. Hij wordt daarbij geholpen door de Bondgirl van dienst, Léa Seydoux.

Dat alles is vrij traditionele Bond-kost, wat meteen een belangrijke reden is waarom Spectre een mooie afsluiter voor Daniel Craig zou zijn. In Casino Royale en (in mindere mate) in Quantum of Solace werd Bond neergezet als een getormenteerde vechtersbaas, die worstelde met zijn roeping als moordenaar voor Hare Majesteit. In Skyfall werden alle pionnen dan weer klaargezet om Bond terug naar zijn roots te brengen: Q keerde terug, de M-fakkel werd doorgegeven aan een man (in hetzelfde kantoor als destijds) en Bond verwerkte zijn demonen. Geen wonder dan dat Spectre de cirkel rondmaakt en gewoon opnieuw een zwierig avontuur is, met meer ruimte voor humor en silliness (weliswaar zonder te vallen in Roger Moore-achtige onnozelheden, en gelukkig maar). Bond is weer Bond. Om een vergelijking te geven: in Casino Royale zat een scène waarin Bondgirl Eva Green betrokken raakte in een schietpartij in een hotel. Achteraf kroop ze getraumatiseerd met haar kleren aan onder de douche om het bloed van zich af te spoelen. Bond ging bij haar zitten en troostte haar. In Spectre daarentegen raakt Léa Seydoux betrokken bij een bottenbrekende vechtpartij op een trein en wanneer die gedaan is, gaat ze niet in een hoekje zitten huilen – nope, ze duikt gewoon stante pede met Bond tussen de lakens, want hey, die link tussen seks en geweld, weet u wel? Dat verschil zegt veel over hoe de mentaliteit van de Bondfilms van Craig zijn geëvolueerd.

Spectre heeft dus minder gravitas dan zijn directe voorgangers – Casino Royale en Skyfall waren zo goed omdat ze een onvermoede emotionele waarachtigheid bezaten, en die ontbreekt er hier aan. En ja, het is waar: de openingsscène is eigenlijk al meteen de beste actiesequens van de film. En ja, het is waar: met zijn 150 minuten duurt hij ook wat te lang. Klopt allemaal. Maar toch: wie het allemaal niet té bloedserieus neemt, zal zich prima vermaken. Om het entertainmentgehalte van de film plastisch uit te drukken: in de tijd die Léa Seydoux in La Vie d’Adèle nodig had om tot een orgasme te komen, heeft ze in Spectre twee keer de wereld gered. En hop, een werkbare definitie van het verschil tussen een blockbuster en een arthouse-film dient zich aan.

Want los van de hele Bondgeschiedenis blijft Spectre gewoon een enorm plezierige actiefilm, met stevige set pieces (Het gevecht op de trein! De martelscène met de boortjes! De scène met de tikkende bom!), goede vertolkingen (Craig is wellicht de beste Bond sinds Sean Connery en Léa Seydoux brengt verrassend veel geloofwaardigheid naar haar rol) en vooral enorm veel visuele panache. Mendes en co proberen met hun verhaal zelfs iets te zeggen over de globale spionagepraktijken van onze overheden, die in naam van onze veiligheid zowat alles kunnen zien en horen dat we doen, hoewel die uiteindelijk wat aan de oppervlakte blijft krabbelen.

Hoe het nu verder moet met de Bondfranchise? Het is weer tijd voor vernieuwing, wellicht: een nieuwe Bond ja, maar vooral ook een nieuwe regisseur – en dan liefst geen hired hand, maar een echte filmmaker die zijn eigen stempel op de reeks kan drukken. Waarom zouden ze de volgende niet aan Christopher Nolan geven? Of aan Quentin Tarantino? Iemand die nog eens stevig aan de formule kan sleuren. Als ze dat durven, zitten wij weer op de eerste rij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in