I will, I swear :: 5 november 2015, Het Depot

Geef ze een podium en ze doen er iets moois op: of het nu voor een paar duizend man is op een festival, in een knusse concertzaal of een cultuurcentrum in een uithoek van een uithoek: de keren dat we I will, I swear al aan het werk zagen, stelden ze nooit teleur.

Zo ook niet in de foyer van Het Depot in Leuven vanavond. De foyer inderdaad, na wijs beraad, want “er was niet superveel promo gemaakt of recent geen nieuwe single gelanceerd” en zo’n bordje “sold out” is natuurlijk wel leuk en was waarschijnlijk met de grote zaal niet gelukt. Wat maakt dat het een beetje puzzelen is om de band van zeven in elkaar te passen op een podium amper zo breed als onze oprit. “Of iedereen wel goed kan zien?”, deelt zangeres Fien Deman op charmante manier onze bezorgdheid, waarna ze de bandleden toch maar even kort aanwijst en voorstelt.

Maar eens de muziek begint, met het openingsduo “Summer Nights” en “Strings Of Gold”, uit de gelijknamige debuut-EP, is de ruimte eigenlijk van geen tel meer. Dan verplaatsen we ons in hun melodieuze en licht melancholische nummers, op het ritme van de drie strijkers, gitaar- en keyboardriedels en de drumpartijen die wat meer naar voren mogen treden in bijvoorbeeld het uptempo “Fractures” of het dansbare “Coffee”, een cover van Sylvan Esso, die zich perfect inmengt in de rest van de set.

Bij gebrek aan voldoende eigen materiaal staan er nog een aantal covers op de setlist: “Blue Blood” van Laurel en “Give Me The Knife” van Billie als bisnummer. Het is een nood waar I will, I swear een schone deugd van maakt, want de nummers zijn stuk voor stuk eigenzinnige keuzes die perfect in de ondertussen zo herkenbare sound van de band worden verwerkt. Het is een paar platen en een paar jaar verder misschien niet meer nodig, maar stiekem hopen we toch dat er af en toe nog eens eentje de setlist haalt.

Maar ook het eigen werk mag er zijn natuurlijk: “Better Than This”, “Long Days” en “Lakes” zijn betrouwbare steunpunten van het concert vanavond. Zoals gezegd, deze band zal niet snel teleurstellen en heeft grote stappen gezet het afgelopen jaar. Daarom moet de ambitie er ook zijn om nog beter te doen: wat meer op de verrassing durven spelen bijvoorbeeld. Ja, er is die “No Diggity” outro aan het eind van “Fractures”, of de naar postrock neigende uitbarsting in “Sleep”, maar dat hebben we allebei al eerder gehoord.

En als de sfeer het toelaat, want de muziek parkeert zich natuurlijk binnen een bepaalde stijl, dan mag het misschien al eens wat meer tongue in cheeck: dat moet perfect kunnen als je zingt “My baby does the hanky panky” in “Coffee” of “Hey yo, that boy looks good” in “No Diggity”. Van Landeghen, Deman en co focussen zich nu vooral op hun primaire muzikale taak en doen dat cum laude, een logisch volgend hoofdstuk zijn de onderlinge interacties op het podium. We kijken er naar uit!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + zeven =