Godspeed You! Black Emperor :: 30 oktober 2015, Trix

Met de release van Asunder, Sweet, And Other Distress lijkt Godspeed You! Black Emperor definitief aan een tweede leven begonnen. Dat die laatste plaat daarvan een ietwat vals startschot is, deed de band in Trix aarzelend beginnen, maar een verpletterende finale maakte alles alsnog goed.

Werd het water voor een volgende fase in het bestaan van het Canadese post-rockgezelschap na jaren ‘tijdelijk hiaat’ (durf het geen split noemen of u krijgt een klets op uw bakkes van dit collectief) in 2010 al eens voorzichtig getest met een korte concertreeks, dan volgde al snel een nieuwe ronde. Toch bleef het lang aarzelen: is dit een bisronde of een nieuw begin? Nieuw materiaal? “Werd niet aan gedacht, meneer”, zo werd desgevraagd meegedeeld. En zelfs al verscheen in 2012 dan toch een plaat, het bleken meteen nummers te betreffen die al voor de carrièrepauze werden gebracht.

We zijn ondertussen drie jaar verder, en er is een echte nieuwe plaat. Eén die uitvoerig getest is op de weg, toen de vier stukken nog als één blok van 45 minuten werden gespeeld onder de titel “Behemoth”. Ook vandaag zal het zevental die nieuwe plaat –- ondertussen Asunder, Sweet, And Other Distress getiteld –- integraal brengen, maar wat toen nog rustig opbouwde, barst vandaag met “Peasantry or ‘Light! Inside of Light!'” meteen uit met een knal.

Het is log en zwaar –- bijna metal — in vergelijking met openingsnummer “Gathering Storm” uit Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven, dat uitblinkt in symfonische subtiliteit en gevoel voor nuance, en langzaam naar zijn climax opbouwt. En dan merk je plots dat het post-rockgezelschap, zoals steeds gehuld in de schaduwen onder een groot projectiescherm, ergens onderweg naar ‘slechts’ zeven muzikanten is afgekalfd. Is het daarom dat de uitvoering van die nieuwe plaat zo ruw aanvoelt; alsof er enkel op kracht gespeeld wordt? Dat is interessant voor even, maar zonder de orkestrale opbouw die er normaal aan voorafgaat, het spel met de dynamiek, blijft het niet boeien. Je mist de deken van tristesse die over de oude nummers ligt.

Het contrast met “Monheim” kan niet groter zijn. Dit ander stuk van op dat magnum opus uit 2000 ademt een pak meer. De veldopname met die klassieke “They don’t sleep on the beach anymore”-monoloog zindert van betekenis, de strijkers zwelgen in de weemoed, de leegte tussen de gitaarakkoorden roept Morricone op. Een nieuw, nog ongetiteld nummer, valt erna wat plat en lijkt vooral Godspeed op automatische piloot: de vraag of deze groep nog wel iets te vertellen heeft, hoe instrumentaal ook, steekt even de kop op.

Tot een bloedmooie melodie zich losmaakt uit de verveling, en lyrische strijkers het nummer naar een prachtig hoogtepunt stuwen. Het is van een ongelofelijke schoonheid; een kleur waar Godspeed zich vanavond iets te weinig van heeft bediend, want ook afsluiter “Blaise Bailey Finnegan III” rolt nadien opzichtig met de spierballen. Het is voor één keer niet erg: de climax waarmee het nummer zichzelf finaal opheft is verpletterend, als een bolide die tegen een muur knalt in de vaste wil er doorheen te breken; het zicht is adembenemend, en na afloop blijf je omvergeblazen achter terwijl de laatste muziekflarden als brokstukken neerdwarrelen.

Godspeed kan het dus wel nog, maar heeft daarvoor een bezieling nodig die de laatste plaat miste. Afgaand op de tweede helft van dat gloednieuwe nummer is die echter niet voorgoed verloren. Het eeuwige leven had het Canadese collectief al lang verdiend met zijn eerste drie platen, maar ook met dat tweede leven komt het wel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in