Despite all my rage :: Smashing Pumpkins’ ‘Mellon Collie’ en het conflict als motor

Wie vooruit wil, heeft wrijving nodig. En dus zaaide Billy Corgan zelf de tweedracht die als brandstof voor zijn creatieve proces zou dienen. Het mag dan ook niet verbazen dat zijn magnum opus Mellon Collie And The Infinite Sadness een controversiële dubbelaar vol tegenstellingen werd.

De met zichzelf worstelende rocker is een huizenhoog cliché geworden, en in 1995 beantwoordde niemand beter aan dat beeld dan de frontman van The Smashing Pumpkins, William Patrick Corgan Jr. – roepnaam Billy. De verhalen over zijn traumatische jeugd – ouders gescheiden, vader die als muzikant voortdurend van huis was en zijn zoon dan maar bij pleeggezinnen dropte, moeder in een psychiatrische instelling, mishandeling door zijn stiefmoeder – waren vrij algemeen bekend, en ook de interne spanningen binnen zijn band werden breed uitgesmeerd in de gespecialiseerde pers. Zo was het een publiek geheim dat Corgan tijdens de opnames van hun tweede album, het superieure Siamese Dream, voortdurend overhoop lag met de andere bandleden en hij uiteindelijk bijna alle gitaar- en baspartijen zelf had ingespeeld.

“I try to go head first into things I have resistance to,” vertelde Corgan ooit aan Pitchfork, waarmee hij expliciet aangaf steeds naar weerstand en conflict op zoek te gaan. Het hoeft dan ook nauwelijks te verbazen dat die neiging als vanzelf een bijna ongezonde competitiedrang met zich meebracht. Bij de eerste optredens van The Smashing Pumpkins in 1988 was het zijn uitdrukkelijke bedoeling om “het publiek het zwijgen op te leggen” met loeiharde gitaren, en bovendien liet hij zich al snel laatdunkend uit over de “concurrerende” groepen uit de Chicago-scène. Corgan zwoer om, gewapend met zijn eigen versie van rock-’n-roll, de wereld te veroveren, en na het relatieve succes van debuutalbum Gish in 1991 verhuisden de Pumpkins naar een majorlabel (Virgin) om naarstig aan een opvolger te werken die dat zou realiseren.

Het was echter vooral Corgan die hard labeur verrichtte: de eenzame worsteling van de enige songwriter binnen de groep resulteerde in een intens en persoonlijk album vol onverwerkte trauma’s, zo pijnlijk eerlijk dat hij een rookgordijn van heavy gitaren moest optrekken om zichzelf te beschermen. Siamese Dream oogstte zoveel lof en verkocht zo goed dat de groep zich – geruggesteund door een handvol geweldige singles – in een mum van tijd de status van alternatieve rockgoden wist aan te meten.

Tegenstellingen

Hoge bomen vangen veel wind, maar het middelpunt van de belangstelling is dé place to be voor iemand die teert op tegenkanting en kritiek. Aangezien sommige luisteraars Siamese Dream te schreeuwerig en persoonlijk vonden, besloot Corgan natuurlijk dat zijn volgende album nóg harder, directer en gevoeliger zou worden. In zijn hoofd begon het megalomane plan te rijpen om een allesomvattende plaat vol extreme emoties – euforie, tristesse, woede, angst – te maken, waarmee zijn groep iedereen het nakijken zou geven. Het klankenpallet zou zo breed zijn dat het slechts op een dubbelalbum tot zijn recht zou kunnen komen, en hij drukte zijn bandleden op het hart dat ze Mellon Collie and the Infinite Sadness moesten benaderen alsof het de laatste plaat van The Smashing Pumpkins zou zijn: met dit ultieme wapenfeit zouden ze de concurrentie voor eens en voor altijd verpletteren.

De plaat zou uiteindelijk een net-niet-conceptalbum worden over de spanning tussen dag en nacht, waarbij de eerste cd Dawn To Dusk werd genoemd en de tweede Twilight To Starlight. Op muzikaal vlak werd het sowieso al contrastrijke geluid van de Pumpkins verder uitgediept: luide anthems (“Jellybelly”) en zelfs naar metal neigende woede-uitbarstingen (“Tales Of Scorched Earth”) kregen een plaatsje naast pakkende popsongs (“1979”) en hartverscheurende ballades (“Galapogos”). Het monumentale “Porcelina Of The Vast Oceans” brengt die uitersten zelfs samen binnen één en dezelfde song: tijdens de strofes drijven atmosferische gitaren traag voorbij, totdat een tsunami van een refrein de luisteraar onverbiddelijk wegspoelt. Mellon Collie laat een rusteloze Corgan horen die, gedreven door zijn manische hang naar grandeur en succes, langzaam het evenwicht in zijn leven kwijtraakt. In zijn maalstroom van stemmingswisselingen is er geen ruimte voor schemering of dageraad: licht en donker botsen meedogenloos met elkaar in plaats van naadloos in elkaar over te vloeien. Daardoor staat de structuur van de plaat op gespannen voet met zijn eigen thema’s.

Ook op een meer elementair niveau volgen Corgans teksten een gelijkaardig patroon. Het begint al bij de allereerste woorden van de plaat: “Time is never time at all” uit “Tonight, Tonight”. Maar ook zinsnedes als “In the slipstream of thoughtless thoughts” (“Porcelina Of The Vast Oceans”), “To appear to disappear” (“Thru The Eyes Of Ruby”), “A frowning smile” (“Here Is No Why”) of “And I’m sure you know me well / As I’m sure you don’t” (“Beautiful”) spelen met duidelijke tegenstellingen, die Corgan moeten helpen het conflict in zijn hoofd te verwoorden. Maar hij krijgt geen vat op die innerlijke tweestrijd, waardoor zijn ongebreidelde fantasie in negatieve zin doorslaat. Het gevolg is vervreemding (“My reflection, dirty mirror / There’s no connection to myself”; “I disconnect the me in me”; “I’m not the same / But I feel the same / I feel nothing”), pessimisme ( “Time heals but I’m forever broken / By and by the way”; “I forget to forget / Nothing is important”; “Dead eyes / Are you just like me?”; “Love is suicide”) of zelfs regelrechte zelfhaat (“God is empty, just like me”; “Despite all my rage, I am still just a rat in a cage”). Muziek schrijven therapeutisch voor de getormenteerde artiest? Niet bij Billy Corgan.

De ontsporing

Het bleef niet bij louter woorden: Corgans weinig rooskleurige teksten bleken achteraf slechts een voorbode voor de morele ontsporing die zou volgen. Middenin een Amerikaanse tournee diende een achtergrondmuzikant zichzelf een fatale dosis heroïne toe, waarop drummer Jimmy Chamberlin wegens zijn betrokkenheid werd opgepakt en vervolgens uit de groep gezet. Nadien zou de chemie binnen de band nooit meer hetzelfde zijn, en voor een groep die sowieso al met stevige interne spanningen kampte, betekende dit dan ook het begin van het einde.

En ook op muzikaal vlak raakte Corgan het spoor langzaam bijster. Hij voelde aan dat zijn vlucht vooruit – altijd maar luider, grootser en beter – geen vruchten meer zou afwerpen, en ging dan maar op zoek naar andere manieren om zijn tomeloze competitiedrang te kanaliseren. Hij begon zich tegen zijn eigen werk af te zetten, er rotsvast van overtuigd dat rockmuziek dood was. Maar toen de reacties op het sombere, met elektronica flirtende Adore (1997) tegenvielen, viseerde hij zelfs zijn fans door hen een “gebrek aan loyauteit” te verwijten. Daarmee solliciteerde hij openlijk naar het label van professionele zagevent, en zijn verwoede strijd tegen alle elementen waarover hij geen controle had – zijn publieke imago, de mainstreammedia en de muziekindustrie als geheel – begon steeds meer Don Quichote-proporties aan te nemen. In de jaren daarna verzeilde hij, dankzij zijn snobisme en misprijzen ten opzichte van de meeste hedendaagse muziek, steeds meer in de irrelevantie, en de semi-progrock van zijn recentere albums leverde hem ook niet veel momentum meer op. Op de lange duur sloeg Corgans competitiedrang door: hij wou zo graag iedereen voorblijven, dat niemand hem uiteindelijk nog kon volgen.

Tegenwoordig doet de kale frontman de promotie voor TNA Wrestling, een bedrijf uit het professionele worstelcircuit in de VS. Een opmerkelijke carrièrewending, hoewel ook professioneel worstelen in het teken van conflict staat: het is een bizarre mengvorm tussen sport en theater, waarbij de goede het in een geënsceneerd gevecht tegen de slechte opneemt. Corgans transformatie van met zichzelf worstelende rocker naar bona fide entertainmentprofessional is bij deze compleet, al heeft hij ook nog minstens één Pumpkins-album op stapel staan. Het valt af te wachten of hij zich daarmee enigszins terug in de spotlight gaat kunnen knokken, maar de hemelsbrede intensiteit van het confronterende Mellon Collie zal hij alleszins niet snel meer evenaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in