The Martian

In 2011 scoorde de Amerikaanse softwareprogrammeur Andy Weir een bescheiden culthit met zijn debuutroman The Martian. 20th Century Fox tikte meteen de filmrechten op de kop en huurde The Cabin in the Woods-regisseur Drew Goddard in om de prent te regisseren. Toen die zijn zinnen op andere projecten zette, schoof scifi-nerd par excellence Ridley Scott meteen zijn geliefkoosde Prometheus-project opzij om de filmbewerking te draaien. Ons echter een raadsel waarom, want hij lijkt er niet echt iets mee te willen vertellen.

In The Martian strandt botanicus Mark Watney (Matt Damon) op de planeet Mars. Wanneer er een storm opsteekt, moet zijn team de missie noodgedwongen onderbreken. Tijdens de evacuatie wordt Watney geraakt door een stuk rondvliegend schroot en voor dood achtergelaten. Terwijl er op Aarde een herdenkingsdienst georganiseerd wordt, probeert de man te overleven op de onbewoonbare planeet. Eens de NASA ontdekt dat hij nog leeft, stellen ze alles in het werk om hem te redden.

Gek genoeg gaat dat ‘overleven op een onleefbare planeet’ net iets vlotter dan gedacht. Akkoord, Watney krijgt de nodige uitdagingen voor de kiezen. Hij heeft immers maar een beperkte voorraad levensmiddelen, zijn ruimtebasis kan op elk moment instorten en aan een lift naar huis geraken is ook niet evident. Alleen slaagt hij er in om die uitdagingen zonder enige moeite te overwinnen. Hij haalt water uit waterstof, houdt zich warm met radioactieve isotopen en herstelt zijn hoofdkwartier met plastic folie en duct tape – alsof het allemaal een fluitje van een cent is. Je krijgt daardoor eigenlijk nooit de indruk dat hij echt in de problemen zit.

Daarnaast lijkt Watney de zaken ook nogal gelaten te ondergaan. Wanneer hij net wakker geworden is en merkt dat zijn team hem heeft achtergelaten, is zijn reactie kort en droog: “I’m still alive… obviously”. Noem ons flauwe bezen, maar wij zouden net iets meer onder de indruk zijn. Opvallend genoeg houdt Watney die ironische cool de hele film door aan. Er zitten, in een film van 140 minuten, welgeteld twee scènes waarin hij een andere emotie toont dan milde ergernis.

Watney’s droge humor past nu en dan wel goed bij de absurde situaties die hij tegenkomt. Wanneer hij net een radioactieve isotoop heeft moeten opgraven om warm te blijven en terug naar de basis rijdt met Hot Stuff van Donna Summer op de radio, ben je wel ‘mee’. Je zou dan ook kunnen denken dat Scott meer mikt op humor dan op drama, maar dat idee wordt gecounterd door het feit dat de mensen op aarde de hele situatie wèl allemaal verschrikkelijk lijken te vinden. In die mate zelfs dat er tijdens de finale hele mensenmassa’s op straat komen om de reddingsmissie op grote schermen te volgen.

Watney is trouwens niet het enige personage dat last heeft van een gebrek aan ontwikkeling. Zijn teamgenoten en de NASA-wetenschappers op de Aarde tonen al even weinig geloofwaardige emoties. Wanneer commandant Melissa Lewis (Jessica Chastain) voorstelt om hun leven en carrière op het spel te zetten om Watney te gaan redden, gaan de andere crewleden daar zonder veel animo mee akkoord. Daarnaast lijken er nog een paar verdwaalde plotlijnen in de film te zitten die wel geïntroduceerd worden maar geen einde kennen (er wordt blijkbaar geen enkel gevolg gegeven aan de professionele fouten van NASA-baas Sanders), of net helemaal out of the blue komen, zoals de romance tussen crewleden Beck (Sebastian Stan) en Johanssen (Kate Mara).

Het gebrek aan emotionele ontwikkeling lijkt er dan ook vooral mee te maken hebben dat er te veel plotlijnen in The Martian zitten. Er zijn te veel personages, te veel wendingen, te veel filler. De film host van het ene plot point naar het andere, zonder veel aandacht te besteden aan wat er nu eigenlijk gebeurt. Goed, denk je dan, dan gaat de boel lekker vooruit. Ook niet helemaal waar: al die wendingen maken de film er niet spannender op, ze lijken hem alleen maar kunstmatig te verlengen.

Het mag duidelijk zijn dat al die dingen niet echt bijdragen aan de dramatische spanning. Doorheen heel de film hangt het sfeertje van de gemiddelde tv-film; je hebt constant het gevoel dat ‘het allemaal wel goed zal komen’. Je leeft dan ook op geen enkel moment mee met de gebeurtenissen op het scherm. Watney’s aardappeloogst raakt vernietigd? Hij zal er wel iets op vinden. De bevoorradingsmissie van de NASA mislukt? Er zal wel één of andere geniale nerd een alternatief plan bedenken.

Die geniale plannen en oplossingen van Watney en zijn collega’s worden overigens lekker in de verf gezet. Elk wetenschappelijk feitje wordt van naadje tot draadje uitgelegd en toegelicht met diagrammen, rekensommen en andere visuele hulpmiddelen. Samen met het gebrek aan emotionele binding zorgt dat er voor dat The Martian bij momenten eerder aanvoelt als een documentaire van Discovery Channel. Een documentaire die er heel goed uit ziet, dat dan weer wel. De beelden van de rode planeet, geschoten in een woestijn in Jordanië, stralen een ontzagwekkende vervreemding uit die vooral in 3D bijzonder goed tot zijn recht komt.





Nu, technisch gezien mag er dan misschien één en ander aan de film schelen, voor ruimtefans is dit een kraker die je niet mag missen. De visuele pracht en de aandacht voor wetenschappelijke details maken van The Martian een film van geeks, voor geeks. Net als het boek van Weir er een is dat geschreven is vanuit een oprechte passie voor ruimtevaart en scifi, is de film van Scott een ode aan het genre. Een onevenwichtige, onafgewerkte ode vol lege personages en holle plotlijnen, dat wel – maar als Watney in zijn Rover over het martiaanse landschap cruist, durf je dat wel eens vergeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in